Afgekeurd is afgekeurd

Twee dagen lang worden de kunstwerken op de Tefaf gekeurd door 175 specialisten. Hun kennersoog krijgt hulp van ultramoderne technieken.

Met hun kennersoog beoordelen de keurmeesters objecten op echtheid. Hoeveel er wordt afgekeurd, wordt niet bekendgemaakt. Foto Loraine Bodewes

Met het blote oog is waarneembaar dat De aardappelwroeters, een vroege Van Gogh uit 1883, ooit gevouwen is geweest. Kunstmakelaar Auke van der Werff wijst op twee lijnen, restauratienaden. Met de ogenschijnlijke nonchalance van iemand die gewend is om kunstgeschiedenis in handen te hebben, haalt hij het werk van de wand. Weg van de spots belicht hij het schilderij met ultraviolet licht. Nu is nog beter te zien hoe de restauratoren te werk zijn gegaan. Vakwerk, oordeelt Van der Werff. Dat de naad nu nog zichtbaar is, heeft te maken met de eigenschappen van olieverf. Over een paar decennia is er vrijwel niets meer te zien.

Dan wordt een digitale microscoop voor het doek gezet. Op het beeldscherm van de bijbehorende computer verschijnt een uitvergroting die doordringt tot de poriën van het kunstwerk. Nadat nog verder is ingezoomd, wordt het beeld gekanteld en werkt de apparatuur het beeld uit tot een driedimensionaal reliëf dat nog het meeste weg heeft van een bergvallei. In werkelijkheid bedraagt het maximale hoogteverschil 0,25 millimeter. Van der Werff noemt dat verwaarloosbaar. „Een forse penseelstreek levert meer op.”

Van der Werff is een van de 175 keurmeesters (wetenschappers, vertegenwoordigers van musea en handelaren) die gisteren en eergisteren hun ronde maakten over de Tefaf. Ze zijn onderverdeeld over 29 vetting committees, elk met hun specialisatie. Van der Werff bekijkt met zes anderen de negentiende-eeuwse schilderijen. Zo zijn er ook commissies voor wapens, tribale kunst, iconen en juwelen.

Standhouders en hun medewerkers mogen op de twee keuringsdagen niet op de beurs komen. De experts moeten zonder invloed van buitenaf hun werk kunnen doen. Met de ‘jury’, onder algehele supervisie van Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum, wordt niet gecorrespondeerd. Afgekeurd is afgekeurd.

Dat afkeuren gebeurt elke beurs weer, zegt de Tefaf-organisatie. Exacte cijfers zijn er niet. De beurs is huiverig om pers bij de keuring toe te laten. Standhouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de details van het proces niet naar buiten komen, vindt de beurs. De verslaggever mag zien hoe er gekeurd wordt, maar niet bij de echte keuringen aanwezig zijn.

Duidelijk wordt dat het kennersoog en de encyclopedische kennis van connaisseurs de afgelopen jaren hulp hebben gekregen van ultramoderne technieken. In een stand met oriëntaalse kunst hangt een zeventiende-eeuws bord. De kleuren van de afbeelding, gemaakt naar het voorbeeld van een VOC-munt, zijn heel helder. Dat geeft, met de wetenschap dat er twintigste-eeuwse vervalsingen van dit soort borden zijn, aanleiding voor twijfel. Een XRF-röntgenapparaat maakt in een mum van tijd duidelijk dat het groen in de kroon boven het wapen, zoals in de zeventiende eeuw gebruikelijk, met koper is gemaakt en niet, zoals later, met chromium. „Het bord wordt er niet meteen 100 procent authentiek mee. Maar een deel van de reden voor twijfel kun je met 100 procent zekerheid wegnemen”, zegt keurmeester Ron Fuchs van de Washington & Lee Universiteit in het Amerikaanse Lexington. Met de vijf andere experts van het comité voor Aziatische exportkunst is hij overigens tot de conclusie gekomen dat het bord echt is.

Robert van Langh, hoofdconservator van het Rijksmuseum in Amsterdam, loopt twee dagen te genieten van de keuringen. „Door nieuwe technieken wordt de kunstbeschouwing meer multidisciplinair. Mijn afdeling in het museum beschikt over zestig mensen met verschillende achtergronden: kunsthistorici, restauratoren en natuurwetenschappers. Daardoor kunnen we nog meer de diepte ingaan.” De keuring op de Tefaf is iets oppervlakkiger, vindt Van Langh. „Maar door met zoveel mensen en middelen te kijken naar de objecten, doet de Tefaf meer dan welke beurs in de wereld. Connaisseurschap blijft belangrijk, maar het is goed om daar natuurwetenschap aan toe te voegen. Vroeger kwam het wel voor dat iemand eens flink inademde door zijn neus, zei dat hij koper rook, en dan zeker wist dat het stuk echt was. Het is beter om het met zekerheid vast te stellen.”