Advies aan de school: veel praten maar ook snel weer rekenles gaan geven

Wat moet een school doen die in één keer vijftien leerlingen en twee medewerkers verliest? Rouwverwerking op scholen krijgt sinds een jaar of tien jaar internationaal veel aandacht, vooral sinds de schietpartijen op Columbine Highschool in de VS (1999) en een school in het Duitse Erfurt (2002). In 2000 verscheen de eerste Nederlandstalige handleiding: Als een ramp de school treft.

Voor kinderen is het goed direct terug te keren naar de dagelijkse routine op school, zegt Ineke van Sijl, die in Nederland scholen begeleidt na schokkende gebeurtenissen. „Zo snel mogelijk weer gaan rekenen, zeg ik altijd. Niet hele weken het programma op zijn kop.” Wel moet er ruimte zijn over het gebeurde te praten, of bijvoorbeeld iets te maken voor de nabestaanden. „De kunst is in iedere klas dingen klaar te hebben liggen die kinderen uitnodigen er iets mee te doen.”

Ineke van Sijl is lid van het calamiteitenteam van onderwijsadviesbureau KPC Groep. Scholen kunnen dat team bellen voor hulp na een schiet- of steekpartij, gevecht, zelfmoord of gezinsdrama. Eerder was Van Sijl directeur van een basisschool in de Bijlmermeer, die na de vliegramp van 1992 de dood van vijf leerlingen te verwerken kreeg.

Op een ongeluk van deze omvang kan natuurlijk geen school echt voorbereid zijn, zegt Van Sijl. „Zoveel kinderen die niet meer terugkomen. Daar is geen protocol voor, dat kan niet.” Maar steeds meer Nederlandse scholen beseffen volgens Van Sijl dat ze niet moeten afwachten tot zich een calamiteit voordoet. „Je moet wel een draaiboek hebben. Weten wie de coördinator is. Hoe de school wil omgaan met journalisten die met kinderen willen praten.”

Uit onderzoek blijkt dat het voor kinderen (net als voor volwassenen) het beste is als ze worden opgevangen door mensen die ze kennen, zoals op school de eigen leerkracht of mentor. Daar kan het schoolpersoneel begeleiding bij nodig hebben. „Sommige leerkrachten zijn bang dat ze zelf heel emotioneel worden”, zegt Michaël von Bönninghausen, voorzitter van het Crisis Interventie Netwerk Schoolpsychologen van het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen). „Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar het tast wel de veiligheid van het kind aan als het ziet dat iemand de controle verliest.”

Van de 700 à 800 schoolpsychologen in Nederland hebben ongeveer 45 een internationale training in crisismanagement gevolgd. Die passen ze vooral toe op de scholen waar ze zelf werken. Er is geen centrale crisisondersteuning, omdat in Nederland de schoolbegeleiding volledig is geprivatiseerd.

Een belangrijke taak van de schoolpsycholoog is ook in te schatten welke leerlingen of personeelsleden risico lopen op het ontwikkelen van problemen op de lange termijn, zegt Von Bönninghausen. „Wie redt het wel, wie moet ik een beetje in de gaten houden.”

De school in Lommel zal zich nog lang met de busramp bezighouden, weet Ineke van Sijl. „Er komen allerlei momenten waar je als school bij stil moet staan, zoals de eerste verjaardag van de overleden kinderen. Er zullen ook kinderen terugkeren op school die gewond zijn geraakt. Na de Bijlmerramp was een leerling zo ernstig verminkt dat we samen met het Brandwondencentrum Beverwijk haar terugkomst hebben voorbreid. We hebben een film over haar gemaakt en die op school vertoond, met de ouders erbij. Dit is Jacinta, zo ziet ze er nu uit.”

Het blijft belangrijk zorgvuldige beslissingen te nemen, zegt Von Bönninghausen. „Je kunt ook het verkeerde doen. Moet je op school een gedenkteken neerzetten, een boom planten? Ik zeg: niet doen. Dat houdt de herinnering aan het trauma levend.” Volgens Ineke van Sijl is het niet per se verkeerd. „Als het maar niet domineert, en iedereen erbij betrokken is. Mensen willen toch terugkeren naar wat er is gebeurd.”