5 mythes over de opstand in Syrië

Archieffoto uit oktober vorig jaar van president Assad met zijn minister van Defensie en de rest van de Syrische legertop. Foto AP via Syrisch staatspersbureau SANA

De volksopstand tegen de Syrische president Assad is vandaag precies een jaar oud. In dat jaar zijn een hoop mythes ontstaan over hoe de situatie in het land, schrijft hoogleraar Roger Owen in The Washington Post. Hij zette vijf mythes over de opstand in Syrië op een rij.

Owen, werkzaam aan Harvard en de auteur van het nog te verschijnen boek The Rise and Fall of Arab Presidents for Life, stelt dat het regime van Assad altijd gesloten is geweest en dat er mede daarom een aantal misvattingen over de situatie in Syrië zijn ontstaan:

1. Het vertrek van Assad maakt een einde aan het geweld
Helemaal niet, denkt Owen. De mensen rondom Assad hebben net zoveel belang bij het neerslaan van de opstand als de president zelf, is zijn stelling:

“Surrounding the president is a tightly knit group of military and security officials, mostly from the Alawite minority, who have grown enormously wealthy over the past two to three decades. [...] Assad is easily replaceable by someone much tougher and even more committed to repression and facing down international condemnation.”

2. Het is moeilijk te bepalen wat er echt aan de hand is in Syrië
Nee hoor, zegt Owen. In 1982 wist het Syrische regime nog met succes een slachtpartij onder de eigen bevolking zo goed als verborgen te houden, maar anno 2012 blijkt dat niet meer mogelijk:

“…unlike in 1982, it has proved much more difficult to hide what is going on. Personal testimony, such as Syrians’ telephone calls to relatives abroad, graphic videos and cellphone images, and whispered conversations with the few foreign journalists and Arab League investigators whom the Assad regime has allowed in — in an effort to persuade the outside world that all is well — the rebels have presented a picture of brutal crackdowns and repression.”

3. Syrië is op weg in een burgeroorlog verzeild te raken
Die burgeroorlog is al lang aan de gang, schrijft Owen. Het politieke conflict in Syrië dreigt volgens de publicist zelfs complete families te verscheuren:

“Many families are split between regime critics and supporters, each heavily invested in rival discourses about who is to blame. The result, as seen in other major civil wars such as in Lebanon or Bosnia, is a degree of violence and hatred between fellow citizens, an atmosphere of kill or be killed — with an intensity that often surpasses that in conventional wars between nations.”

4. Regime change in Syrië kan op dezelfde manier als in Libië
Niet bepaald, vindt Owen. Syrië is militair sterker dan Libië en voorbereidt op buitenlands ingrijpen. Maar er is meer, schrijft Owen:

“For one thing, it is a much more cohesive regime than that of Moammar Gaddafi and has much more popular support. For another, with its loyal brigades of largely Alawite troops and its pervasive network of informers, thugs and intelligence operatives, it has been preparing to confront an internal threat for decades.”

5. De internationale gemeenschap moet iets doen om het geweld te stoppen
Dat is nog maar helemaal de vraag, stelt Owen, want de gevaren en gevolgen van ingrijpen worden volgens hem te vaak onderschat:

“As the recent history of such interventions demonstrates, the desire to put an end to what are regarded as the evil policies of an evil regime can easily cause politicians to neglect the other side of the balance sheet: the number of civilian lives that will undoubtedly be lost in the attempt to save them. Think, for example, of the hundreds of thousands of Afghans who’ve been widowed since the Russian invasion some 30 years ago. Better, as the Obama administration is doing, to undertake a more long-term strategy of isolating the Assad regime with punitive sanctions designed to cripple the Syrian economy, coupled with travel warnings and Secretary of State Hillary Rodham Clinton’s statement that Assad fits the definition of a war criminal.”