Waarom mannen de macht afpakten

Hoe komt het dat gelovigen vrouwen als minderwaardig beschouwen? Mineke Schipper onderzocht wereldwijde scheppingsverhalen en concludeert dat mannen het ‘onrecht’ moesten compenseren dat vrouwen degenen zijn die de kinderen baren.

Toen de Vlaamse anatoom Vesalius in 1524 opmerkte dat vrouwen en mannen allebei twaalf paar ribben hebben, kreeg hij een golf van verontwaardigde reacties over zich heen. Zijn uitspraak ging in tegen het bijbelverhaal waarin staat dat God de man in slaap liet vallen, een van zijn ribben nam en de plek weer dichtmaakte. Van die rib had God Eva geschapen. Daarom moest de man wel een rib minder hebben. Wetenschap en religie spreken elkaar wel eens tegen.

De twee verhalen over de schepping van Adam en Eva die in de Bijbel staan, zijn rond de drieduizend jaar geleden opgeschreven, tussen ongeveer duizend en vijfhonderd jaar vóór onze jaartelling. In de eerste variant schept God op de zesde dag de eerste mens mannelijk en vrouwelijk, „als evenbeeld van God”. In het tweede verhaal maakt God Adam uit aarde en zet hem in zijn eigen tuin, de Hof van Eden. Als de eerste man zich eenzaam voelt, bouwt God een vrouw voor hem, uit een rib.

Dit staat niet in de Koran, maar de ‘kromme rib’ werd niet minder populair in de islamitische traditie dan in de joodse en de christelijke. De eerste variant van het verhaal schept harmonie tussen de twee geslachten, die samen worden geschapen. De tweede schept hiërarchie – de vrouw wordt later geschapen en komt uit een klein lichaamsdeel van de man. De schepping uit de rib is door godgeleerden opvallend vaak benut om uit te leggen dat vrouwen onderdanig moeten zijn aan hun man.

Anders dan in het bijbelverhaal eet Eva in de Koran niet als eerste van de verboden vrucht en is het Satan die Adam en zijn vrouw verleidt. Toch ontwikkelden ook islamitische verhalen en commentaren zware verwijten voor Eva. Waar kwam de neiging vandaan om de rol van Eva zoveel negatiever voor te stellen dan die van Adam?

Werkend aan mijn vorige boek, In het begin was er niemand (2010), vond ik diezelfde neiging om de vrouwelijke inbreng in te perken ook in oorsprongsverhalen uit andere tradities. Waar kwam die behoefte vandaan? Een verhaal van de Wulamba in Australië legt uit waarom de eerste mannen de macht afpakten van de eerste vrouwen. De vrouwen hadden ‘alles’: een clitoris (die werd uitgelegd als een kleine penis), een vagina en een baarmoeder – een baarmoeder die bovendien niet alleen vrouwelijk, maar ook mannelijk nageslacht produceerde.

Eeuwenlang was het een knellende vraag of de conceptie en de zwangerschap vooral het werk waren van de vrouw of juist afhingen van de man. Enkele matrilineaire culturen waren ervan overtuigd dat het hele proces van conceptie tot bevalling uitsluitend een vrouwenaangelegenheid is, maar de meeste oorsprongsverhalen vertrouwen het ontstaan van de mensheid bij voorkeur toe aan mannelijke scheppers.

Dat een vrouw in het gewone leven niet alleen meisjes, maar ook jongetjes baarde, was een factor die de relatie tussen de seksen zichtbaar ongelijkwaardig maakte. De Griekse schrijver Hesiodus schreef in de achtste eeuw voor Christus dat hij het zeer betreurde dat mannen niet hun eigen soort konden reproduceren. De ‘natuurlijke’ rollen waren niet eerlijk verdeeld en waren in scheppingsverhalen opvallend vaak omgekeerd – de Schepper van het Leven werd voorgesteld als mannelijk en de schuld voor de dood, en wat er verder op aarde misging, werd neergelegd bij de vrouw. De formidabele baarkracht van vrouwen werd ingedamd door een mannelijke god of de eerste man op aarde het allereerste leven te laten scheppen.

Het lijkt alsof deze voorstelling van zaken – bewust of onbewust – moest dienen om een flagrant onrecht te compenseren en het evenwicht tussen de geslachten te herstellen. Op zulke verhalen werd met terugwerkende kracht een beroep gedaan om mannelijk gezag en vrouwelijke onderschikking te rechtvaardigen.

Er werden achteraf natuurlijk nog andere redenen aangevoerd voor de rolverdeling, zoals de veronderstelde grotere vaardigheid van mannen op beslissende terreinen, maar dat man en mannelijkheid geleidelijk tot norm zijn verheven, en vrouw en vrouwelijkheid tot afwijking van die maatschappelijke norm, moet zijn begonnen met de compensatiedrang voor de ongelijke procreatieverdeling. Scheppingsverhalen laten dit duidelijk zien. Met een beroep op het scheppingsverhaal werden de gezaghebbendste zaken in de samenleving verklaard tot mannelijk domein en daarmee tot eeuwenlang ontoegankelijk voor vrouwen.

In de oude Griekse filosofie was het idee van de aangeboren minderwaardigheid van vrouwen heel gangbaar. Juist die filosofie heeft de christelijke kerkvaders zwaar beïnvloed bij hun houding ten opzichte van vrouwen. De apostel Paulus beriep zich – in een van zijn brieven aan Timotheüs – in de Bijbel als volgt op het scheppingsverhaal: „Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen; ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft; ze moet bescheiden zijn. Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva. En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod. Ze zal worden gered doordat ze kinderen baart, als ze tenminste volhardt in het geloof, de liefde en een heilige, ingetogen levenswijze.”

In het gedachtegoed van de ultra-orthodoxe sjeik Haitham al-Haddad, die kortgeleden in de Balie was, klinkt zo’n tweeduizend jaar later nog dezelfde, oude echo. De vrouw moet zich beperken tot moederschap en gezin. „De rol van celebrity past een moslima niet.” Een obscure, ultraorthodoxe, joodse sekte in Israël voelt zich zo bedreigd door schoolmeisjes op straat dat deze worden uitgescholden voor hoer of bastaard. Oergevoelens van onveiligheid en onbehagen over dat knagende onrecht steken nog geregeld de kop op.

Verhalen en afbeeldingen van Adam en Eva en de commentaren hierop hebben eeuwenlang gediend als antwoord op de vraag wie de samenleving hoort te ‘beheren’. Het is onthullend hoe vaak ze benadrukken dat alle mensengeneraties uit Adams ‘lendenen’ zijn voortgekomen, of uit zijn zaad, zonder Eva zelfs maar te noemen. Hier speelt zeker de invloed van Aristoteles mee. Volgens hem werd de ziel, het superieure deel van de mens, met het mannelijke zaad in de baarmoeder gestort. In de loop van de geschiedenis is de baarmoeder nogal eens gereduceerd tot een soort draagtas, waarin mannelijk zaad vormgeeft aan het kind.

Pas in de tweede helft van de zeventiende eeuw ontdekten twee Nederlandse onderzoekers, Reinier de Graaf en Antoni van Leeuwenhoek, dat niet alleen zaadcellen, maar ook een vrouwelijk ei een rol speelt. De onthulling dat vrouwen hun eigen eieren bij zich dragen, veroorzaakte een schandaal. Dit idee ging lijnrecht in tegen de gangbare ideeën die in de loop van de geschiedenis waren ontwikkeld door respectabele geleerden.

Het jodendom en de islam hebben God zelden of nooit afgebeeld, want hoe kan een mens zich van de Eeuwige ooit een voorstelling maken? Dit is een goede vraag. Op joodse en islamitische afbeeldingen van Adam en Eva zijn alleen de schepselen en niet de Schepper zichtbaar. Als de scheppende God wel wordt afgebeeld, zoals veelvuldig in christelijke kunst het geval is, dan zien we de leven schenkende Schepper optreden in de gedaante van een man met een baard. Hij helpt Eva – hoewel zij in de Bijbel „de moeder van alle levenden” wordt genoemd – naar buiten uit het geboortekanaal van de barende Adam.

De geschiedenis van de rib maakt deel uit van een wereldwijde schat aan verhalen over het leven van Adam en Eva in jodendom, christendom en islam. Overal in de wereld inspireren deze twee eerste voorouders van de mensheid nog steeds vertellers tot nieuwe verhalen en kunstenaars tot nieuwe beelden, van het Midden-Oosten tot Europa, van de Filippijnen tot China, van Ghana tot Mexico.

Dankzij onze eigen cultuurgeschiedenis dragen ook wij een deel van deze erfenis met ons mee, of we nu willen of niet. En om te weten waar we heen willen, moeten we ons altijd eerst afvragen waar we vandaan gekomen zijn.

Mineke Schipper is schrijver en literatuurwetenschapper. Morgenavond, bij een discussie in theater De Nieuwe Liefde in Amsterdam, verschijnt haar boek Overal Adam en Eva. De eerste mensen in jodendom, christendom en islam.