Vissers zien toe bij de sloop van kaïkia

De Griekse kaïk prijkt op menige Europese vakantiefoto. Nu worden de traditionele, houten vissersbootjes met Brusselse subsidie massaal gesloopt.

De vader van Akis Skandalis (42) is naar Athene uitgeweken. Hij wil er niet bij zijn als, onder de stralende zon, op zijn eiland Paros in de Cycladen de twee traditionele houten vissersboten van de familie worden vernietigd. Blauw wit rood geschilderde scheepjes, waarmee hij zijn hele leven zijn gezin heeft onderhouden. Tegenwoordig brengen ze alleen nog geld op als ze worden gesloopt.

Gisteravond deden ze de discussie nog eens over, vertelt Akis op het terras van de taverna van zijn neef, Manolis Skandalis, in het dorp Alyki. ’s Ochtends zit een deel van de familie daar onder terrasverwarmers aan de koffie. „Laten we er tóch een houden”, zei mijn vader. „Maar mijn broers en ik maken een andere afweging.”

De tijden zijn veranderd. In kleinschalige visserij zit al lang geen toekomst meer. De Griekse eilanden moeten het van de toeristen hebben. De zeeën zijn leeg. Vooral rond de Cycladen, waar ondermaatse vissen ondanks allerlei vangstverboden nog regelmatig de keuken van een taverna halen, maar niet meer verder komen dan daar. En waar soms nog met dynamiet wordt gevist. De vissers kunnen niet langer concurreren met de moderne Europese boten.

Door twee van de oude vissersboten, een witte en een blauwe kaïk, definitief aan het economisch verkeer te onttrekken, krijgt de familie Skandalis een compensatie van de Europese Unie van 140.000 euro. Geld dat ze verdelen over vier broers en hun gezinnen.

Rond elf uur loopt het terras van de taverna in Alyki leeg. De vrouw van het departement voor visserij is met de eerste ferry vanaf het eiland Syros gekomen, waar de regionale overheid zit. Aan haar pols bungelen twee digitale camera’s. Langzaam begeeft iedereen zich naar de landtong naast het strand, waar drie kaïkia op het droge liggen, gestut met stukken hout. Oudere mannen zoeken een plek op een muurtje van gestapelde stenen onder een jonge olijfboom. De twintigers staan klaar met een videocamera in de aanslag.

Een half uur later gaan de tanden van een gele graafmachine door het dek van de eerste vissersboot. Stoere kerels pinken een paar tranen weg. Twee uur later zijn alleen nog grote splinters hout over. Ze worden in de bak van een kiepwagen geschept, brandhout voor de lokale tsipourostoker. De vier broers Skandalis en hun zonen trekken stukken met sentimentele waarde tussen de brokken vandaan. Een stuk boeg met de naam van de boot, Kostas. Het roer. De mast. Mooi voor aan de muur in de taverna. De camera van de controleur van het departement klikt.

Het is een rationeel besluit. De familie Skandalis kiest voor het geld, niet voor behoud van de kaïkia, geliefde decorstukken op vakantiefoto’s van westerse toeristen. Maar treurig maakt het ze wel. Akis, een grote man met platte grijze krullen, vat samen: „De Europeanen zeggen. Ik sloop je boot en geef je wat geld. Doe ermee wat je wilt.” Hij is van plan met zijn deel een kleine onderhoudsvrije polyester vissersboot te kopen. Dan kan hij na afloop van het toeristenseizoen evengoed nog het water op.

De vereniging voor het behoud van Griekse traditionele boten schat dat sinds het van kracht worden van de Europese regeling voor het uit bedrijf nemen van vissersboten in 1999 in Griekenland 10.000 van de 15.000 houten boten zijn vernietigd. Nog eens duizenden rotten weg op het droge.

Doordat de regeling nu waarschijnlijk bijna stopt, diesel voor de motoren door accijnsverhogingen duurder is en veel Grieken geldgebrek hebben, wordt er op de valreep nog even flink gebruik van gemaakt, vertelt voorzitter Nikolaos Kavallieros een paar dagen later op zijn kantoor in havenstad Piraeus. Vanuit zijn raam ziet de gepensioneerde admiraal megaveerboten aan de kade liggen, drijvende flats waar vrachtwagens op en af rijden. Op zijn pc bladert hij enthousiast door kiekjes van een zeilrace met klassieke boten.

De vereniging heeft jaren bij ministeries gelobbyd voor een uitzondering op de wet voor de vrijwel onvervangbare houten bootjes. Die is er niet gekomen. Nu steken ze hun energie in het oprichten van een drijvend museum. „Als je in Griekenland een antiek gebouw vernietigt ga je naar de gevangenis. Als je een houten boot vernielt krijg je subsidie van de EU”, zegt Kavallieros kwaad.

De idee achter subsidies en stimuleringsregelingen is natuurlijk modernisering, formuleert Nikos Litinas, de hoogste Griekse ambtenaar voor visserij voorzichtig. Griekenland moet mee in de vaart der volkeren. Je kunt niet met kleine houten bootjes blijven vissen terwijl alle concurrenten moderne apparatuur gebruiken.

Door een expertcommissie zijn bovendien tussen 2000 en 2009 om precies te zijn 21 klassieke boten van de sloop gered. „Maar in de praktijk blijkt slopen vaak gemakkelijker dan investeren en moderniseren”, analyseert hij. „Investeren vergt businessplannen, gesprekken met banken. Vernietigen met subsidie is sneller.”

Mogelijkheden om mooie boten van de Europese regels uit te zonderen zijn er bij zijn weten niet. „Om het te verifiëren moeten ze [de EU, red.] zien dat het voertuig in stukken is gehakt. Vernield. Dat is duidelijk. Er is geen manier om ze alleen uit de roulatie te halen.”

Dat is niet waar, zegt Oliver Drewes. Hij is woordvoerder van de Eurocommissaris voor Visserij, de Griekse Maria Damanaki. „Wij verplichten Griekenland daar niet toe. Dat is volledig eigen keuze.” Drewes zegt onomwonden dat de bestaande Europese compensatieregelingen voor vissers die hun boot vernietigen averechts werken. De overbevissing in Europese wateren is erger dan ooit. „De subsidies worden overal juist gebruikt om efficiëntere vissersboten te kopen.”

Griekenland heeft al decennialang grote problemen heeft met het goed uitgeven van EU-geld en loopt daardoor miljarden euro’s mis. De chique formulering voor de problemen is ‘gebrek aan administratieve capaciteit’ om het geld verantwoord uit te geven. Dat staat voor een overheid die geen prioriteiten stelt, geen langetermijnplannen maakt, te weinig goede ambtenaren op de juiste plekken zet en de aanwijzingen van de EU niet omzet in iets productiefs. Het verdwijnen van de kaïkia uit de Griekse havens symboliseert de dodelijke cocktail van slecht EU-beleid in een slecht geleid land.

Het laat ook de kloof zien tussen de traditionele rommelige Griekse kleinschalige realiteit en het Brusselse ideaal van strak geleide, innoverende en concurrerende bedrijven, die allemaal belasting betalen. Griekenland zit nog middenin die transitie. Opa Skandalis was voltijd visser. Een fysiek zwaar bestaan. Zijn zonen nog maar de helft van de tijd. En zijn kleinzonen zien het meer als een hobby.

„Van de kleintjes profiteert de staat niet. Die vangt alleen belasting op de groten”, zegt Akis Skandalis op Paros. Hij veert op als hij vertelt hoe zijn familie en hij hun leven economisch hebben georganiseerd. Ongeveer de helft van het jaar is hij vooral druk met zijn eigen taverna. In de keuken worden vooral producten gebruikt die de familie zelf verbouwd. En als de drukte afneemt ging hij er tot nu toe met zijn vissersboot op uit. Rust aan zijn kop. „Aan het einde van het seizoen kan ik niet wachten tot de laatste vertrekt.”