Verdachte met buitenlands uiterlijk krijgt eerder celstraf

Politierechters straffen verdachten met een ‘buitenlands uiterlijk’ strenger dan Nederlanders, in het bijzonder als de verdachten geen Nederlands spreken.

Dit blijkt uit een observatieonderzoek van drie criminologen van de Universiteit Leiden in tien Nederlandse rechtbanken, dat vandaag op de website van het Nederlands Juristenblad verschijnt, www.njb.nl.

De onderzoekers hebben op basis van het uiterlijk beoordeeld of een verdachte mogelijk uit het buitenland komt. Of de verdachte ook buitenlander is, werd gecontroleerd aan de hand van het geboorteland, dat bij de voorgeleiding aan de rechter altijd wordt genoemd.

Verdachten met een ‘buitenlands’ uiterlijk hebben een vijf keer hogere kans op onvoorwaardelijke celstraf dan Nederlanders, in plaats van een werkstraf of boete. Zijn ze ook het Nederlands niet machtig, dan lopen ze een twintig keer hogere kans op een vrijheidsstraf.

De resultaten komen overeen met de hypothese van de criminologen. Zij verwachtten op basis van buitenlands onderzoek dat negatieve stereotypering, vooral bij beslissingen onder tijdsdruk zoals bij de politierechter, de kans op een zwaardere straf vergroot. Het betuigen van spijt door de verdachte bleek geen invloed te hebben op de strafmaat. Dat was wel verwacht. De onderzoekers, Hilde Wermink, Jan de Keijser en Pauline Schuyt, verklaren dat uit de beperking van het onderzoek tot de politierechter. Daar worden vooral minder ernstige delicten behandeld.

Het opvallend grote gebrek aan rechtsgelijkheid tussen Nederlandse en buitenlandse daders leggen de onderzoekers op verschillende manieren uit. Er kan sprake zijn van ‘onbewust gebruik’ van negatieve stereotypen door rechters. Bijvoorbeeld omdat buitenlanders al zijn oververtegenwoordigd in de misdaad en de gevangenispopulatie. Wie geen Nederlands spreekt kan op de zitting zijn gevoelens niet uitdrukken. Het contact met de rechter is dan minder. Ook kan er een praktische reden zijn. Wie geen Nederlands spreekt, kan een taakstraf niet goed uitvoeren omdat daar geen tolken beschikbaar zijn. Maar dat verklaart niet waarom rechters dan niet kiezen voor een hogere boete in plaats van celstraf.

Voor het onderzoek werd in het voorjaar van 2010 de behandeling op zitting van 541 zaken geobserveerd. Daarvan eindigden er 365 in een veroordeling waarbij de dader aanwezig was. 185 daders hadden een Nederlands uiterlijk, 175 een buitenlands. 47 spraken geen Nederlands.