Strafhof toont voor de eerste keer zijn tanden

Met de veroordeling van militieleider Lubanga toont het Internationaal Strafhof zijn bestaansrecht. Maar er moet nog veel verbeteren.

Congolese militia boss Thomas Lubanga sits in the International Criminal Court at the Hague as he waits for a verdict to be given on his trial for warcrimes on March 14, 2012. Lubanga was found guilty of crimes of conscription and enlisting children, the court's first verdict since its launch a decade ago. AFP PHOTO/POOL/EVERT-JAN DANIELS AFP

De veroordeling van de Congolese militieleider Lubanga is een grote overwinning voor de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, de Argentijn Luis Moreno-Ocampo. Toch was de eerste zaak van het hof geen onverdeeld succes, want de procesgang verliep verre van vlekkeloos.

De rechters legden de rechtszaak twee keer stil wegens een vormfout en gelastten de vrijlating van Lubanga. Beide keren weigerde Ocampo informatie over te dragen aan de verdediging. De eerste keer ging het om 200 documenten die hij van de Verenigde Naties had verkregen op voorwaarde van vertrouwelijkheid. Dat is in strijd met de regels van het hof: de verdediging had inzage moeten krijgen. De tweede keer ging het om het achterhouden van gegevens over een lokale tussenpersoon die Ocampo had gebruikt om contacten te leggen met getuigen en slachtoffers. De aanklager wilde het leven van deze tussenpersoon niet in gevaar brengen. Beide keren werd de zaak in hoger beroep gered.

De voorzitter van het Strafhof, rechter Fulford, uitte ook vanochtend scherpe kritiek op het inschakelen van tussenpersonen bij het leggen van contacten met getuigen. Ocampo had negen voormalige kindsoldaten opgeroepen als getuige. Maar de rechtbank heeft de verklaringen van drie van hen verworpen omdat ze onbetrouwbaar waren. De verdediging had aangetoond dat de tussenpersonen hen onder druk hadden gezet.

„De vormfouten tonen aan dat de aanklager in de toekomst meer aandacht moet besteden aan de kwaliteit van het onderzoek”, oordeelt Géraldine Mattioli-Zeltner van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Toch is het gebruik van tussenpersonen volgens haar onvermijdelijk. „Het Strafhof heeft maar beperkte middelen voor onderzoek in zoveel landen. Maar er moet wel beter toezicht zijn op de tussenpersonen. Onderzoekers moeten langer verblijven in de landen waar ze onderzoek naar doen.”

Het Internationaal Strafhof is het enige permanente internationale hof voor oorlogsmisdaden. Andere internationale tribunalen, zoals die voor voormalig Joegoslavië en Rwanda, hebben alleen jurisdictie over misdaden die zijn begaan binnen afgebakende gebieden en binnen bepaalde perioden.

Omdat dit het eerste internationale proces is dat zich concentreert op de inzet van kindsoldaten, schept het juridische precedenten voor zes andere verdachten die door het Strafhof zijn aangeklaagd voor dezelfde misdaden, onder wie de Oegandese rebellenleider Joseph Kony. Kony, die met de restanten van zijn Verzetsleger van de Heer door Centraal-Afrika zwerft, werd vorige week ineens een internationale beroemdheid dankzij een internetvideo.

Mensenrechtenorganisaties hadden veel kritiek op de beperkte omvang van de aanklacht tegen Lubanga. Volgens hen heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan moord, marteling en seksueel geweld. Ocampo had de zaak graag groter gemaakt. Hij zei te beschikken over informatie die aantoont dat Lubanga steun kreeg van „buitenlanders”. Maar dat bewijs was niet overtuigend genoeg.

Belangrijk bewijs dat Lubanga verantwoordelijk was voor de inzet van kindsoldaten kwam van videobeelden waarop hij rekruten toespreekt. Hij roept hen op hun training af te maken, zodat ze „morgen een eigen wapen en uniform zullen hebben”. Onder hen zijn kinderen die jonger dan vijftien jaar lijken – de grens voor de definitie van kindsoldaten.