Strafhof laat zich eindelijk zien

Als het gaat om genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid is recht halen en krijgen een kwestie van zeer lange adem. Tien jaar bestaat het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag al. Maar het heeft tot vandaag geduurd voordat het een echte veroordeling heeft uitgesproken. Het hof verklaarde de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga (51) vanmorgen schuldig aan het ronselen van kindsoldaten in een van de oorlogen die rond de eeuwwisseling in Congo woedden en die bij elkaar enkele miljoenen mensen het leven kostten.

Het proces tegen Lubanga bij het ICC heeft drie jaar geduurd. De aanklagers hebben daarbij volgens de drie rechters, die Lubanga unaniem schuldig hebben bevonden, domme fouten gemaakt. Zo hebben ze in Congo met tussenpersonen gewerkt die getuigen hebben opgespoord en deze hebben aangezet tot valse getuigenissen. Deze kritiek op hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo laat zien hoe gecompliceerd het type volkenrecht is dat bij het ICC aan de orde is. Oorlogen, waarin misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd, laten zo’n spoor van morele verwoesting na dat wraak het vaak wint van recht.

Maar de uitspraak zelf is een stap vooruit. Voor de strijd tegen de inzet van kindsoldaten, een van de immoreelste en meest verwoestende vormen van oorlogsvoering. En voor het prestige van het Internationaal Strafhof.

Dat laatste werd tijd. Want het heeft lang geduurd voordat het ICC tanden kreeg. Vooral in Afrika wordt het ICC gezien als eenzijdig Westers wapen. Alle verdachten komen uit dat continent, is het verwijt.

Maar het bleef niet bij deze bezwaren. Zo hebben niet alle landen, die in 1998 het normerende Statuut van Rome hebben onderschreven, zich na 2002 als verdragspartij aan het ICC gecommitteerd.

Een van de redenen om deze laatste stap niét te zetten, was het feit dat een verdragspartij zichzelf verplicht tot naleving van de bepalingen. Niet alleen beruchte staten – zoals Somalië of Birma – hebben zich tot nu afzijdig gehouden. Ook (nucleaire) grootmachten houden afstand omdat ze een iets vrijere hand willen houden. Verenigde Staten, Rusland, Israël en bijna dertig andere staten hebben wel het statuut ondertekend maar ze zijn niet als verdragspartij toegetreden. China, India en Pakistan hebben zich zelfs aan het Statuut van Rome onttrokken.

De veroordeling van Lubanga kan vooral die landen, die halverwege zijn blijven steken, overtuigen van de noodzaak volledig deel te nemen. De eerste uitspraak van het ICC is niet politiek gemotiveerd en evenwichtig. Het hof kan verder en daarmee het volkenrecht. En daar hebben alle geciviliseerde staten belang bij, ook de grote mogendheden.