Sovjetglorie op YouTube

De legendarische Sovjetstudio Mosfilm zet zijn catalogus op YouTube. Maar verwacht geen nieuwe filmglorie van deze leverancier van Poetinfilms.

De gangen van het Mosfilmcomplex daveren van bomexplosies en granaatinslagen. In Studio 6 werken beeldtechnici aan een film over Russische krijgers die de kleine buur Zuid-Ossetië te hulp schieten in de vrijheidsstrijd tegen de Georgische onderdrukker. Close-ups van camouflagepakken en zweterige, besmeurde lichaamsdelen vullen het doek: de heroïek spat ervan af in deze productie van het Eerste Kanaal, Ruslands grootste staatszender die tevens als spreekbuis van Poetin fungeert.

Oorlog is helemaal terug in de Russische film. Sinds de inval van augustus 2008 is de obstinate buurstaat Georgië de ideale vijand in de vaderlandslievende films die het Kremlin zo graag ziet. Normaliter wordt het kwaad belichaamd door islamitische terroristen of, nog vertrouwder, nazi’s. Een paar deuren verderop, in Studio 10, werken technici aan het geluid van Witte Tijger, een film over de Tweede Wereldoorlog, hier ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ genaamd.

Mosfilm, de legendarische filmmaatschappij in het hart van Moskou, beschikt tegenwoordig over de meest geavanceerde opname- en geluidsstudio’s en de grootste collectie rekwisieten en kostuums van Europa. Hoogtepunt van elke studiotoer: een wijk uit historisch Moskou anno 1900. Mosfilm is trots op zijn glorieuze verleden: in het museum kunnen bezoekers zich vergapen aan koetsen uit Oorlog en Vrede, ruimtekleding uit Tarkovski’s Solaris en legio tanks en stalinorgels. Aan de reeksen setfoto’s op de ellenlange gangen komt geen eind.

Sinds vorig jaar zijn de Sovjetklassiekers van Mosfilm gratis te zien op YouTube. Mosfilm heeft een groot deel van zijn collectie, digitaal gerestaureerd en veelal Engels ondertiteld, op een eigen YouTube-kanaal gezet. Elke week worden nieuwe films toegevoegd, totdat een collectie van meer dan 2.000 films vrij toegankelijk is. Vernieuwers als Eisenstein en Tarkovski, maar ook regisseurs van grote publieksfilms als Rjazanov, Bondartsjoek en Gajdaj. Want Sovjetfilmmakers excelleerden in alle genres, van musical, kunstfilm en komedie tot kostuumdrama en sciencefiction. De ondertoon was toen vaak kritischer dan nu: de beslommeringen onder het communistische juk werden onflatteus in beeld gebracht.

Herrijzenis

Films van Mosfilm circuleren al jarenlang op internet: kopieën van abominabele kwaliteit. Op YouTube hoopt Mosfilm terrein terug te winnen op die illegale downloads. Bovendien straalt een glorieus verleden af op het huidige Mosfilm, een verzelfstandigd bedrijf. Promotie kan de studio gebruiken na de rampzalige jaren negentig, toen het einde van de Sovjet-Unie de genadeklap voor Mosfilm leek te worden. De productie kelderde van 300 films in 1991 tot 14 in 1995. De studio’s raakten in verval, zwerfhonden liepen over het terrein, overal lag vuilnis, films verzamelden stof.

De herrijzenis van Mosfilm is het werk van regisseur Karen Sjachnazarov, directeur sinds 1998. „We hebben zonder een roebel steun alles van de grond af opnieuw opgebouwd”, vertelt hij in Studio 10, waar hij de laatste hand legt aan oorlogsdrama Witte Tijgers. „Met de royalty’s van oude Mosfilmproducties zijn de eerste investeringen betaald. Daarna kwamen andere investeerders. Nu kunnen we met de winst uit eigen bedrijf verder uitbouwen.”

Zonder steun van het Kremlin kom je in het huidige Rusland nergens: dan was Mosfilm allang ten prooi gevallen aan machtige projectontwikkelaars die voortdurend azen op de peperdure grond op toplocatie. De studio geniet inmiddels speciale ‘staatsstatus’, die het complex integraal moet beschermen. In ruil bedient het zijn grootste klant, Poetins Eerste Kanaal, met wervelende Nieuwjaarsshows en patriottische speelfilms.

Bemoeienis van het Kremlin loopt als een rode draad door de geschiedenis van Mosfilm. Het eerste succes van wereldformaat was pure Sovjetpropaganda: Eisensteins meesterwerk Pantserkruiser Potjomkin (1926). Vermaard is de ijzeren greep van Stalin, die alle scenario’s meelas en wiens in de marge gekrabbelde commentaar filmmakers deed huiveren. Na zijn dood in 1953 verloor de totalitaire ideologie geleidelijk haar scherpe kanten en hoefde de boodschap er niet meer met alle geweld te worden ingeramd. De rol van Mosfilm veranderde. Goszakazy, films op staatsbestelling, vroegen nog wel om verplichte thema’s: burgeroorlog, verworvenheden van de industrie, landbouwprojecten. Maar de verhalen mochten gaan over Sovjetburgers van vlees en bloed. En moesten ook vermaken.

Deze periode van dooi luidde de hoogtijdagen van de Sovjetfilm in. Filmmakers bleken meesters in het uitbeelden van menselijk feilen en gaven het leven in de grauwe Sovjetwijken gestalte met humor en gevoel voor de absurde realiteit. Sovjetburgers, die verder alleen films uit socialistische broederlanden en soms uit Frankrijk of Italië mochten zien, kwamen massaal kijken: populaire films uit die gouden jaren zestig en zeventig trokken al snel 50 tot 100 miljoen bezoekers.

Duizelingwekkend

Dat soort duizelingwekkende bezoekersaantallen zijn nu onvoorstelbaar. „De filmpremière van een bekende regisseur was een gebeurtenis van de eerste orde”, mijmert regisseur Vladimir Mensjov in zijn Moskouse appartement. „De straten waren uitgestorven, het land kwam tot stilstand.” Mensjov zelf stond met zijn films ook garant voor hoge rendabiliteit. Zijn grootste hit, Moskou gelooft niet in tranen (1980), kostte een half miljoen roebel en bracht met 90 miljoen bezoekers het eerste jaar het honderdvoudige op. De film volgt drie provinciemeisjes die hun draai proberen te vinden in de grote stad, met alle teleurstellingen van dien. Het harde dagelijkse Sovjetbestaan wordt met milde spot in beeld gebracht: hardwerkende alleenstaande moeders, dronken en onbetrouwbare echtgenoten, autoriteiten die nuffig toezien op de goede zeden: voor het Sovjetpubliek één en al herkenning. En de titel is nog altijd bruikbaar: onlangs als protestslogan nadat Poetin in het openbaar tranen had geplengd om zijn verkiezingszege.

De film deed het ook goed in het buitenland en won in 1981 een Oscar. Maar bij de Oscarceremonie bleek hoe machteloos de gevierd Sovjetregisseur was: dankzij een onhandige opmerking tijdens een eerdere reis naar Frankrijk kreeg hij een uitreisverbod; een diplomaat nam de Oscar in ontvangst. Pas acht jaar later kreeg Mensjov hem in handen.

Mensjov noemt Moskou gelooft niet in tranen „de laatste stuiptrekking van de populaire Sovjetfilm”. Daarna volgde de chaotische perestrojka en de ineenstorting van de filmindustrie van de jaren negentig. Sindsdien slagen Russische filmmakers er nauwelijks in de juiste snaar te raken. En wie dat wel doet, zoals het visuele wonderkind Timoer Bekmambetov, vertrekt zo snel mogelijk naar Hollywood. Moderne megabioscopen, die in Rusland uit de grond schieten, vertonen 90 procent Amerikaanse films. In de Sovjettijd was het makkelijker, zegt Mensjov: „De staat fungeerde als producent, dat was een machtig apparaat. Het zorgde voor goede filmscholen, de beste vaklui en ruime budgetten. Nu is er niks.”

Het trotse Mosfilm is een veredeld facilitair televisiebedrijf. Als filmproducent betekent de studio weinig, met een paar eigen films per jaar. Anders dan de oude rivaal uit Sint Petersburg, Lenfilm, heeft Mosfilm geen internationale coryfee als Aleksandr Sokoerov, vorig jaar winnaar van de Gouden Leeuw van Venetië met Faust, om de vlag hoog te houden. Mosfilm moet teren op films van directeur Sjachnazarov. Tijdens de wandeling door het studiocomplex wordt hij geschaduwd door een cameraploeg voor een ‘making of’ van zijn laatste film. Die film is nu al klassiek, getuige de decorstukken uit Witte Tijger die in het museum staan. Mosfilm levert voorlopig louter nauwelijks te exporteren oorlogsfilms en beheert een filmcatalogus. Een prachtige catalogus, dat wel: kijk maar op YouTube.