's Ochtends koeien melken, 's middags op het ijs

Na hun sportcarrière vallen atleten vaak in een zwart gat. Steeds meer topsporters vinden de oplossing in een baan naast de sport. Judoka Jason Gawke is ambtenaar bij Binnenlandse Zaken. Hockeyer Floris Evers is consultant.

In de ochtend is Geert-Jan van der Wal (26) boer. Kwart voor zes staat hij op. Dan melkt hij de zestig koeien op de melkveehouderij die hij samen met zijn vader runt. Daarna voert hij de koeien en doet hij nog andere klussen op de boerderij, even buiten Urk. Na de lunch transformeert Van der Wal in een topsporter. Dan ruilt hij zijn overall in voor een trainingspak en is zijn beroep marathonschaatser. Tot het eind van de middag traint hij – op de fiets, skeelers of schaatsen. Dag in dag uit combineert hij beide banen. Zeven dagen per week.

Als marathonschaatser verdient Van der Wal zo’n 1.400 euro per maand, te weinig om te kunnen sparen. Dus heeft de rijder van marathonteam SOS Kinderdorpen er een baan naast. Het is goed te combineren. Als hij een druk wedstrijdschema heeft, zoals deze winter met de strenge vorst, leidt zijn vader het bedrijf. Tijdens marathonwedstrijden heeft Van der Wal er profijt van dat hij melkveehouder is. „Als boer moet je doorzetten en hard werken. Met die mentaliteit heb ik bij langere wedstrijden op natuurijs voordeel”, zegt hij. „En ik ben ook vaak fysiek bezig op de boerderij, daardoor ontwikkel ik veel spierkracht.”

In de Nederlandse sportwereld is er steeds meer aandacht voor sporters die hun carrière combineren met een reguliere baan. Begin 2009 begon het project ‘Goud op de Werkvloer’, waarbij (oud-)topsporters begeleid worden bij het zoeken naar een baan in het bedrijfsleven. Via het project zijn sindsdien ruim 130 sporters geplaatst bij bedrijven. En ook het UWV WERKbedrijf helpt sporters, in september 2010 werd Servicepunt Topsporters opgericht. Hierdoor kregen tot nu toe ruim honderd sporters een reguliere baan.

Die ondersteuning is hard nodig. Veel sporters vinden het lastig na hun sportloopbaan de overstap te maken naar een nieuw bestaan, zo blijkt uit studie van Agnes Elling (42), sportsocioloog bij het Mulier Instituut. Zij ondervroeg 192 sporters die tussen 2005 en 2010 gestopt waren. Meer dan de helft had moeite met hun nieuwe levensinvulling. Zij maakten geen deel meer uit van een groep sporters. En ze konden moeilijk afstand nemen van de identiteit ‘topsporter’. Het rapport wordt volgende maand gepubliceerd.

Carrièreverandering is een complexe periode voor sporters. Twintig jaar lang heb je dagelijks tot het uiterste getraind. Hoogtepunten afgewisseld met diepe dalen. Opeens is het klaar. Geen trainingen, grote toernooien, nieuwe doelen, media-aandacht. Weg is de roem, je wordt langzaam een ‘gewone’ burger. Je moet een nieuwe identiteit opbouwen. De gevolgen van afscheid nemen zijn groot, zegt Elling. „Als sport je heeft gevormd, als dat is waar je voor leeft en hoe je jezelf ziet, als dat opeens wegvalt, is het heel moeilijk om te schakelen.”

Onder sporters is grote behoefte aan begeleiding bij het zoeken naar een tweede carrière. Daarom begon drie jaar geleden het project Goud op de Werkvloer, een initiatief van NOC*NSF, uitzendbureau Randstad en stichting Sport & Zaken. Programmamanager Bram Ronnes (33) is de schakel tussen sporter en werkgever. De voormalige beachvolleyballer merkt dat steeds meer sporters werk zoeken naast hun sportloopbaan. De belangrijkste reden is dat zij de extra inkomsten hard nodig hebben. Bij sporten als roeien, judo, volleybal, shorttrack en marathonschaatsen is het vaak moeilijk om rond te komen. Vooral in individuele sporten, waar je grotendeels afhankelijk bent van sponsorcontracten, kan het financieel lastig zijn.

Ronnes: „En er is een grote groep die zegt: ik ben volledig gefocust op topsport, maar ik wil ook afleiding hebben. Zij doen er een studie of een baan naast.” Door met iets anders bezig te zijn, proberen sporters ook het gevreesde ‘zwarte gat’ voor te zijn.

Is het wel mogelijk, topsport en een baan combineren? „Sport is een fulltime business, anders kun je niet in de top meedoen”, verklaart Ronnes. „Maar het is mogelijk een baan zodanig in te richten, dat het naast een topsportcarrière kan. Soms is het wel priegelen.” Het vereist veel flexibiliteit van een werkgever, want een sporter stemt zijn werkrooster af op trainingen, wedstrijden en toernooien.

De laatste vijftig jaar zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van career transition, blijkt uit het proefschrift van de Nederlandse Anke Reints (30), onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel in België. Zij deed de afgelopen vijf jaar onderzoek naar carrièreverandering na een sportloopbaan. In december vorig jaar promoveerde ze op het onderwerp.

In de jaren zestig en zeventig beleefde tussen de 70 en 85 procent van de sporters een traumatisch carrière-einde (het zwarte gat), zo blijkt uit onderzoeken uit die tijd. Ongeveer 25 jaar geleden was er een keerpunt, vertelt Reints. Het drong tot beleidsmakers en sportpsychologen door dat sporters begeleid moesten worden bij het coördineren van hun topsport en andere activiteiten (studie, een andere baan, stages). Ook is er sindsdien meer aandacht gekomen voor sporters die zich voorbereiden op een tweede carrière.

Wat is de belangrijkste conclusie van haar onderzoek? „Zorg voor een preventieve aanpak en kom niet pas in actie als het al te laat is.” Vooral voor coaches is het een moeilijk onderwerp, heeft Reints gemerkt. Zij willen zich niet bezighouden met het einde van de loopbaan van hun atleet. Terwijl carrièreplanning in het voordeel is van nog actieve sporters, zegt Reints, die ontwikkelingspsychologie en sportpsychologie studeerde. „Zo voelen ze zich veiliger richting het einde van hun loopbaan. Anders hebben ze het idee: o jee, ik moet aan topsport doen, want ik kan niets anders. Dat willen we coaches meegeven: carrièreplanning is geen concurrentie.”

Marathonschaatser Geert-Jan van der Wal weet al wat hij na zijn marathonloopbaan wil doen: de melkveehouderij van zijn vader overnemen. En dan snel uitbreiden, met zo’n dertig koeien.