Wrakingsverzoek afgewezen: rechters Robert M. mogen blijven

Willem Anker, een van de advocaten van Robert M. die zonder succes probeerde de Amsterdamse rechtbank te wraken. Foto NRC / Maurice Boyer

De rechters in het proces tegen Robert M. mogen op de zaak blijven. Zij kunnen niet worden beschuldigd van partijdigheid, zo oordeelde de wrakingskamer vanochtend.

“Er is geen sprake van feiten of omstandigheden” die de rechterlijke partijdigheid in het geding brengen, aldus de voorzitter van de wrakingskamer. “De vrees voor vooringenomenheid is niet objectief gerechtvaardigd.” De rechters hebben nog geen standpunt ingenomen over de zaak, oordeelde de wrakingskamer.

De voorzitter gaf aan dat het proces nu verder gaat waar het maandag was opgeschort. De zaak wordt vanmiddag vanaf half twee voortgezet. Dan worden Robert M. en zijn echtgenoot Richard van O. verhoord. Na de verhoren worden vervolgens achter gesloten deuren de eerste zogeheten kinddossiers besproken. Daarin staat omschreven waaruit het misbruik van M., die een bekentenis heeft afgelegd, bestaat. Behalve de advocaten mogen daarbij alleen de ouders van het kind aanwezig zijn.

Advocaten wraakten rechtbank wegens toekennen spreekrecht ouders

De advocaten van Robert M. wraakten de rechters maandag op de eerste dag van het proces omdat de rechters volgens M. partijdig zijn en hij geen kans krijgt op een eerlijk proces. Aanleiding voor de wraking was de beslissing van de Amsterdamse rechtbank om de ouders van de slachtoffers van M. toch spreekrecht toe te kennen.

De rechtbank kende de ouders in december al spreekrecht toe, maar uitbreiding van het spreekrecht is een taak van de wetgever. Een wetsvoorstel dat dit regelt lijkt weliswaar op brede steun te kunnen rekenen van de Tweede Kamer, maar moet nog worden behandeld. In een andere zaak stelde de Hoge Raad onlangs dat het spreekrecht niet zomaar kan worden uitgebreid. Om die reden vroegen de advocaten van M. maandag om het besluit om spreekrecht aan de ouders toe te kennen terug te draaien.

Robert M. gaf maandag aan al langer geen vertrouwen meer te hebben in de rechters en de Nederlandse rechtstaat. Hij heeft het idee dat de mening van de rechters wordt gevormd door de vele media-aandacht die zijn zaak kreeg. De berichtgeving in de media was volgens hem beladen met emotie, wat het oordeel van de rechters zou beïnvloeden. In de beslissing van de rechtbank om de ouders toch spreekrecht toe te kennen zag hij hier nogmaals een bevestiging van.