‘Op het eerste oog lijkt mijn wereld heel mooi’

Alex Prager, de winnaar van de Paul Huf Award, maakt foto’s als filmstills: „Veertig procent van mijn foto’s is nog origineel. De rest komt uit mijn verbeelding.”

‘Crowd #1’, 2010

De Amerikaanse fotografe Alex Prager (1979) is de winnaar van de Paul Huf Award 2012, een prijs voor internationaal fotografietalent onder de 35 jaar. Dat heeft het Amsterdamse fotografiemuseum Foam, dat de prijs organiseert, vandaag bekendgemaakt. De jury koos Pragers werk uit honderd genomineerden afkomstig uit alle delen van de wereld. De Amerikaanse krijgt een geldbedrag van 20.000 euro en haar werk zal in Foam tentoongesteld worden.

Prager maakte de laatste jaren naam met foto’s die ogen als stills uit films van Alfred Hitchcock of David Lynch, of uit series als Mad Men of Desperate Housewives. Het zijn hevig gestileerde beelden van jonge vrouwen met vintage kleding uit de jaren zestig en jaren zeventig, die er steeds even rimpelloos en perfect gekapt uitzien, ook al zijn ze aan het kamperen of staan ze tot hun middel in het zeewater.

Als achtergrond dienen steevast de blauwe luchten en met klassieke auto’s gevulde straten van Pragers geboortestad Los Angeles. Alles oogt zonnig en perfect, maar tegelijkertijd hebben Pragers beelden ook altijd iets onheilspellends. Er vliegen veelvuldig kraaien door de lucht, als voorbode van dreigende rampspoed. „Sexy darkness”, zo omschreef The New York Times de sfeer van haar werk.

Via de telefoon vertelt Prager vanuit Los Angeles dat ze enorm vereerd is met de prijs, die vernoemd is naar de Nederlandse fotograaf Paul Huf (1924-2002). Ze heeft zijn werk bekeken en was geraakt door de „vervreemding” in zijn portretten, vertelt ze. De glamour, de styling – het zijn elementen die ook in haar eigen werk een belangrijke rol spelen.

Het waren de foto’s van haar landgenoot William Eggleston (1939) die Alex Prager ertoe brachten zelf fotograaf te worden. Ze was negentien, had haar middelbare school nooit afgemaakt en rolde van het ene domme baantje in het andere, toen ze zijn werk zag in het Getty Museum. „Pure magie vond ik het. Zijn beelden zien er ogenschijnlijk zo alledaags uit, maar ze raakten me op een emotioneel niveau. Eggleston is een soort God voor mij, mijn grote inspiratiebron. Met name zijn kleurgebruik heeft me sterk beïnvloed.”

Door Eggleston realiseerde Prager zich dat fotografie ook een kunstvorm kon zijn. De dag na haar bezoek aan het Getty kocht ze een camera, drie dagen later bestelde ze via eBay de apparatuur voor een doka. Met behulp van de gebruiksaanwijzing leerde ze zichzelf het vak. Ze gebruikte haar moeder en haar vriendinnen als modellen, doste ze uit met valse wimpers en pruiken, en trad zo met haar filmische foto’s in de voetsporen van fotografen als Cindy Sherman en Philip-Lorca diCorcia.

Nog steeds werkt Prager met film in plaats van digitale camera’s. „Ik houd gewoon van die grove korrel”, zegt ze. „Ik begrijp eigenlijk niet waarom iedereen zo verzot is op digitale fotografie. Die enorme helderheid en scherpte, zo ziet de wereld er toch niet uit in het echt? Ik houd ervan als contouren zacht zijn.”

Dat neemt niet weg dat ze haar beelden achteraf wel drastisch op de computer manipuleert. „Ik denk dat veertig procent van iedere foto origineel is. De andere zestig procent komt uit mijn verbeelding. Ik verander de kleuren van jurken, haal personen weg. Alles om maar te voldoen aan het beeld dat ik voor ogen heb.”

Op dit moment werkt Prager aan een nieuwe serie met de titel Compulsion, waarvoor ze inspiratie haalde uit het dagelijkse nieuws. „Denk aan natuurrampen als overstromingen of aardbevingen.” Betekent dit dat haar werk rauwer wordt, minder gelikt? „Nee natuurlijk niet”, lacht ze. „Op het eerste gezicht lijkt ook deze wereld weer heel mooi. Ik verleid de toeschouwer opnieuw met mooie kleurtjes. Pas in tweede instantie zul je zien dat er iets vreemds aan de hand is.”

Het werk van Alex Prager zal van 31 augustus t/m 14 oktober 2012 te zien zijn in Foam. Keizersgracht 609, Amsterdam.