Op de basisschool is het maatwerk doorgeschoten

Maatwerk voor iedere leerling klinkt mooi, maar de werkdruk is voor de leerkrachten niet meer te doen.

De afgelopen twee jaar zijn door het hele land bijeenkomsten geweest over de invoering van ‘Passend Onderwijs’. Vele van deze bijeenkomsten heb ik als dagvoorzitter mogen begeleiden. Aanvankelijk dacht ik dat passend onderwijs een mooi streven is: onderwijs op maat voor ieder kind, van zwak- tot hoogbegaafd, van gehandicapt tot topsporttalent. Totdat ik op een studiedag van een scholengroep in Amsterdam-West een groep boze leerkrachten tegenover me vond, die op de stoelen sprongen en riepen dat ze dit er echt niet meer bij konden hebben. De omvang van de problematiek van al die individuele leerlingen met verschillende culturele achtergronden en dikwijls afkomstig uit lage sociale milieus konden ze nu al niet meer overzien. Die leerkrachten waren oprecht boos.

Vervolgens kwamen daar de bezuinigingen overheen, terwijl de ontwikkelingen in passend onderwijs gewoon doorgingen. Klassen zijn inmiddels groter geworden, het aantal klassenassistenten is verminderd, de problemen van leerlingen zijn diverser en daar komen nu leerlingen uit het speciaal onderwijs bij. Mensen uit het speciaal onderwijs die ik hierover gesproken heb, zeggen allemaal: ‘dit wordt een ramp’.

Ondertussen worden de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van het basisonderwijs opgeschroefd. Na de ‘leerlingvolgsystemen’ en de ‘digitale handelingsplannen’ is daar nu ook het ‘opbrengstgericht onderwijs’, waarin de doelen van tevoren moeten worden vastgesteld en waarbij de voortgang per leerling digitaal wordt bijgehouden.

Een goede kennis van mij overweegt na dertig jaar basisonderwijs er de brui aan te geven. Dit hele schooljaar wordt namelijk gedomineerd door twee jongens met de diagnose ADHD. Ook de ouders van deze kinderen gaan elkaar te lijf op het schoolplein. En wie krijgt de schuld en moet ‘sorry’ zeggen? Zij.

Inmiddels ben ik het volledig eens met die boze leerkrachten uit Amsterdam-West: zonder passend onderwijs heeft een basisschoolleerkracht al te veel taken op het bord liggen! Dat kan maar twee kanten op – aangezien er geen extra geld is. Of het onderwijs gaat noodgedwongen terug naar uniform klassikaal onderwijs, gericht op de basale kennis van hoofdzakelijk taal en rekenen, of heel onderwijsgevend Nederland staat binnenkort boos op het Malieveld.

Aan de rapporten van tegenwoordig kun je goed zien dat het basisonderwijs doorgeschoten is. Een gemiddeld rapport bestaat nu uit vijf à zes hoofdonderdelen die onderverdeeld zijn in 35 à 40 deelonderwerpjes, waarop middels een bolletje het niveau wordt beoordeeld (geen cijfers meer). Per onderdeel is er een keus uit vijf bolletjes, van ‘heel goed’, tot ‘heel slecht’. Bijvoorbeeld: ‘sociale ontwikkeling’ wordt onderverdeeld in: 1. Zelfvertrouwen 2. Betrokkenheid & interesse 3. Zelfstandigheid 4. Werkhouding 5. Voor mening & gevoelens uitkomen 6. Samenwerken 7. Contact met andere kinderen 8. Contact met leerkracht. Ook ‘Rekenen’ en ‘taal’ zijn onderverdeeld, etcetera. Daarnaast wordt onder elk hoofdonderdeel een stukje tekst geschreven gericht op deze specifieke leerling. Veertig onderdelen beoordelen, plus acht tussentekstjes schrijven, maal achtentwintig leerlingen: dat doe je niet in een avondje.

Het is absurd. Ouders zitten bovendien niet te wachten op dergelijke uitgebreide rapporten en kinderen schieten in de stress als ze op zoveel onderdelen beoordeeld worden. Maar vooral: dit is voor onderwijzend personeel niet te doen. Het onderwijs gaat aan zichzelf ten onder. Eerst de werkdruk maar eens terugbrengen tot normale proporties, dan is daarna een gesprek over passend onderwijs mogelijk.