Ook Idlib in handen leger Syrië

Na een offensief van vier dagen heeft het Syrische regeringsleger vandaag de opstandige stad Idlib in het noordwesten van Syrië geheel in handen gekregen. Met de val van de wijk Baba Amro in Homs na wekenlange bombardementen heeft het Syrische regime de gewapende oppositie daarmee een zware slag toegebracht. Nu ligt de zuidelijke stad Deraa onder zwaar vuur van het regeringsleger, zo melden activisten.

De Verenigde Naties schatten dat sinds de opstand een jaar geleden begon meer dan 8.000 burgers daarbij om het leven zijn gekomen. Het regime zegt dat extremistische groepen onder de oppositie 2.000 militairen en agenten hebben gedood. Dodencijfers kunnen niet van onafhankelijke zijde worden bevestigd.

De terugtrekking van honderden strijders van het Vrije Syrische Leger uit Idlib werd gisteren al gemeld door de Syrische krant Al-Watan, maar aanvankelijk tegengesproken door Syrische mensenrechtengroepen en militanten. Maar vanochtend bevestigde een plaatselijke activist dat het regeringsleger de hele stad van 150.000 inwoners aan de grens met Turkije in handen heeft. „Het regeringsleger doorzoekt nu huis na huis en voert arrestaties uit”, zei hij.

Dat Idlib het veel korter heeft volgehouden komt volgens militanten door het gebrek aan wapens. Volgens hen waren in Baba Amro in overvloed wapens aanwezig die vanuit het noorden van Libanon binnen waren gesmokkeld. De rebellen van Idlib hadden alleen de wapens waarmee ze uit het regeringsleger waren gedeserteerd.

Human Rights Watch meldde gisteren dat de autoriteiten mijnen hebben gelegd bij de grenzen met Turkije en Libanon langs routes die vluchtelingen gebruiken. De mensenrechtenorganisatie meldde haar informatie te hebben van getuigen en overgelopen Syrische mijnenruimers. de afgelopen dagen werd een nieuwe stroom vluchtelingen van enkele honderden per dag uit de omgeving van Idlib naar Turkije gemeld. (Reuters, AP, AFP)