Omgebouwd in Casablanca

I am a woman now. Regie: Michiel van Erp. In: 8 bioscopen.

Wie oud is, kan zich afvragen of hij de mogelijkheden die het leven hem bood goed heeft benut, zeker op het gebied van liefde en seks. Voor transseksuelen, mensen die het gevoel hebben als lid van het verkeerde geslacht te zijn geboren, wegen die vragen zwaarder dan voor andere mensen. Minder dan anderen kunnen zij immers bepaalde basisgegevens – man zijn, vrouw zijn – voor min of meer vanzelfsprekend houden.

Ook wanneer zij, zoals de vrouwen in deze prachtige documentaire, de stap hebben genomen door een operatie en het slikken van hormonen vrouwelijke trekken aan te nemen, knaagt soms nog de onzekerheid. Er blijft immers altijd iets wat je op een bepaald moment moet vertellen. En er zijn bepaalde dingen die je niet kunt. Om nog maar te zwijgen over de in deze film tevens behandelde mogelijkheid dat de operatie toch niet definitief uitsluitsel biedt over je seksuele identiteit, en je je hele leven tussen de mannelijke en de vrouwelijke rol heen en weer blijft zwalken.

Documentairemaker Michiel van Erp volgt in deze film vier oudere transseksuelen die gemeen hebben dat zij zich in de Marokkaanse stad Casablanca hebben laten opereren door de legendarische Franse arts Georges Buron (1910-1987). Deze begon, niet gehinderd door Europese gezondheidsinspecties en dergelijke, eind jaren vijftig met het op verzoek ‘ombouwen’ van de mannelijke geslachtsorganen tot vrouwelijke. Buron, een playboy-achtige figuur die verdronk nadat hij met zijn privéjacht op de klippen was geslagen, verrichtte hiermee pioniersarbeid. Tegenwoordig hoef je voor zo’n operatie niet meer naar Casablanca.

Veel van Burons klanten in het begin waren afkomstig uit de Parijse nachtclub Le Carrousel. Een van de vrouwen die Van Erp volgt, April Ashley, werkte daar. De anderen zijn de Nederlandse textielkunstenares Colette Berends, de Vlaamse Corinne van Tongerloo en de Duitse Jean Lessenich. Terugkijken op je leven is sowieso een melancholieke exercitie, maar hier in het bijzonder. De grote verdienste van Van Erp is dat hij op geen moment de melancholie de kans geeft de overhand te nemen. De vrouwen worden nergens zielige types, maar zijn eerder glorieus en heroïsch in beeld gebracht. De camera van Mark van Aller verstaat de kunst van de liefdevolle benadering, zozeer dat nauwelijks opvalt dat de film in zijn laatste half uur weinig nieuwe gezichtspunten meer in petto heeft.