Koers PvdA riekt naar chantage

Binnen de Nederlandse politieke verhoudingen is het haast een wetmatigheid dat onrust in één van de coalitiepartijen leidt tot op den duur onbeheersbare spanning binnen de coalitie zelf. Zo bekeken is het nog altijd naar een richting en een leider zoekende CDA een risicofactor voor het huidige kabinet. Maar aangezien het minderheidskabinet- Rutte tevens afhankelijk is van niet-regeringspartijen is de stabiliteit binnen die andere partijen ook een factor van betekenis voor de coalitie.

Vandaar dat de leiderschapswisseling in de oppositionele PvdA van invloed is op de manoeuvreerruimte van het kabinet van VVD en CDA. Wat dit betreft zijn de besprekingen die de coalitiepartijen samen met de PVV momenteel in het Catshuis voeren, voorzien van een forse hypotheek. Zeker nu de steun voor de aanpak van de eurocrisis die al enkele malen bij de PvdA gezocht moest worden omdat gedoogpartner PVV het liet afweten, opeens aanzienlijk minder is geworden. Dit als gevolg van de profileringsdrang van de diverse kandidaten voor het PvdA-leiderschap.

De twee grootste kanshebbers om de PvdA te gaan leiden, Ronald Plasterk en Diederik Samsom, hebben zich beiden vlak voor het sluiten van de partijstembussen uitgesproken tegen het nakomen van de Europese regels die eisen dat het overheidstekort volgend jaar moet zijn teruggebracht tot 3 procent van het bruto nationaal product. Plasterk dreigt zelfs met zijn fractie tegen het aangescherpte begrotingspact te stemmen, mocht Brussel Nederland aan de 3-procentgrens blijven houden.

Dit zou betekenen dat de steun van Nederland voor het eerder door premier Rutte (VVD) en minister De Jager (CDA) in Europa bepleite strengere begrotingsmechanisme wegvalt. Op de introductie van het nieuwe verdrag hoeft dit niet van invloed te zijn aangezien de ja-stem van 12 van de 17 eurolanden voldoende is. Maar deze uitkomst zou wel een afgang zijn voor het in Europa toch al zo bekritiseerde Nederland. De lidstaat, die de afgelopen jaren andere landen in de Unie stelselmatig de maat nam op het punt van financiële discipline, laat het zelf afweten.

Vanuit het handboek oppositievoeren bezien is de stellingname van de kandidaat PvdA-leiders begrijpelijk. Maar met consistentie heeft het weinig te maken. De PvdA heeft het streven naar begrotingsdiscipline binnen de EU met behulp van strengere handhavingregels tot nu toe steeds gesteund. Ook voor deze partij was, althans toen het andere landen betrof, een maximaal tekort van 3 procent ook echt 3 procent. Dreigen met een stem tegen het nieuwe verdrag dat dit beter afdwingbaar maakt als Nederland volgend jaar niet kan rekenen op een soepeler behandeling door Brussel, riekt bovendien naar chantage.

De PvdA schermt graag met woorden als ‘onze verantwoordelijkheid nemen’. Die verantwoordelijkheid lijkt nu even weg.