Hongarije is testcase voor strengere EU-regels

In Brussel neemt het verzet van lidstaten toe tegen een te strenge toepassing van de nieuwe begrotingsregels. Commissaris Rehn vocht terug en won. Iedereen denkt: straks ben ik aan de beurt.

De Finse eurocommissaris Olli Rehn is er gisteren maar net in geslaagd om de strenge, nieuwe Europese begrotingsregels van het zogenoemde sixpack op Hongarije toe te passen. Toen Rehn voorstelde om volgend jaar 495 miljoen euro aan Europese subsidies voor Hongarije te stoppen omdat het land weigert extra te bezuinigen, maakten acht van de 27 Europese ministers van Financiën bezwaar. Uiteindelijk kreeg Rehn zijn zin en slaagde het sixpack voor zijn eerste echte test. Maar het was kantje boord.

„Het sixpack heeft succes”, constateerde Rehn na een verhitte ministersvergadering in Brussel. Maar hoe lang nog? De fikse discussies die de ministers afgelopen dagen over Hongarije en Spanje voerden, bewijzen dat velen nú al vinden dat de strenge begrotingsregels die ze zelf hebben opgesteld, middenin een recessie onwerkbaar zijn. Maandag besloten ze dat Spanje dit jaar niet naar een begrotingstekort van 4,4 procent hoeft te streven, zoals eerder afgesproken, maar 5,3 procent. En prompt zeiden sommige ministers gisteren: als Spanje meer lucht krijgt door de recessie, waarom Hongarije dan niet?

„Iedereen moet dezelfde behandeling krijgen,” zei de Oostenrijkse minister Maria Fekter, „anders wordt er met twee maten gemeten”. Zelfs de Duitse minister Wolfgang Schäuble, een hardliner, pleitte voor uitstel van strafmaatregelen voor Hongarije. Tsjechië, Roemenië, Polen, Zweden en Groot-Brittannië deden hetzelfde. Uiteindelijk kregen ze alleen gedaan dat de Commissie in juni de situatie opnieuw bekijkt.

Maar dat ze uren protesteerden, en een debat provoceerden over economische groei versus bezuinigingen, geeft aan dat hun vertrouwen in een onafhankelijke scheidsrechter als Rehn, en in automatische strafprocedures, snel erodeert. Zij willen meer politieke afweging, minder automatisme – ofwel terug naar de meer arbitraire situatie van vóór het sixpack. „De toon is gezet”, zegt een diplomaat. „23 van de 27 EU-landen hebben te hoge begrotingstekorten. Weinigen hebben sympathie voor Hongarije. Maar iedereen denkt: dit kan mij straks overkomen.”

Hongarije en Spanje zijn verschillende gevallen. Spanje, een euroland, bezuinigt en hervormt zich suf. De kersverse conservatieve premier Mariano Rajoy doet alles om vertrouwen van eurolanden en beleggers terug te winnen. Maar nu blijkt het begrotingstekort dat zijn voorganger hem over 2011 naliet, niet 6 procent maar 8,5 procent. Ook slaat de recessie in Spanje harder toe dan voorzien. Rajoy haalt dus de beoogde begrotingslimiet van 4,4 procent dit jaar niet, die met Rehn was afgesproken. Rajoy noemde 5,8 procent haalbaar. De Commissie ging akkoord met 5,3 procent. Ministers stemden daar maandagavond mee in. Op één voorwaarde: dat Spanje in 2013, zoals afgesproken, zijn einddoel van 3 procent haalt. „Het doel blijft overeind”, zegt een bron. „Alleen de weg er naartoe wordt aangepast.”

Hongarije, geen euroland, is minder coöperatief. De conservatieve premier Viktor Orban clasht met de Commissie over de onafhankelijkheid van de centrale bank en rechtelijke macht, over persvrijheid én over crisisbestrijding. Hongarije dreigde dit jaar een begrotingstekort van 6 procent te hebben. Met de nationalisering van pensioenen verminderde Orban dit in één klap tot 3,2 procent. Maar Rehn eist structurele maatregelen, want met eenmalige acties is Hongarije volgend jaar terug bij af. In november legde hij Hongarije – net als België, Slowakije en Malta -, extra bezuinigingen en hervormingen op. Allen gehoorzaamden, behalve Hongarije, dat in de tussentijd na meerdere afwaarderingen van kredietbureaus ook noodleningen van IMF en EU aanvroeg. Na meerdere waarschuwingen gaat nu het alarm af. Een niet-euroland krijgt geen financiële sancties opgelegd. Wel kunnen Europese subsidies worden bevroren. Dat gebeurt nu. Als Hongarije in juni geen evenwichtige begroting heeft, loopt het volgend jaar 495 miljoen euro aan infrastructuur- en milieuprojecten mis, die arme regio’s welvaart moeten brengen.

Hongarije met Spanje vergelijken, zegt Rehn, is „appels met sinaasappels vergelijken.” Technisch klopt dat. Maar nu zoveel ministers die vergelijking wel trekken, is de politieke link toch gelegd. Zonder coulantie voor Spanje waren de vurige debatten over Hongarije niet gevoerd. Velen zijn benieuwd hoe dit verder gaat. Want dat de discussie over het sixpack deze week opnieuw is geopend, is zonneklaar.