Het is toch niet waar, zeggen ze in Lommel. Dat is het wel

Uit Lommel gingen dit jaar 22 kinderen en twee leraren van basisschool ’t Stekske skiën. Het dorp ligt net over de grens, er wonen veel Nederlanders. In België is het heel normaal dat kinderen met de klas een week gaan skiën als ze in klas 6 (onze groep 8) zitten. „Toen mijn zoon van dertig in klas zes zat, ging hij met dezelfde leraar die nu is verongelukt ook een week skiën.”

In het Belgische dorpje Lommel-Kolonie staat het leven even stil. Verbeten gezichten op straat. Rode ogen. De meeste bewoners hoorden vanmorgen dat een bus met kinderen uit de hoogste klas van de Stedelijke Basisschool ’t Stekske is verongelukt. Ten minste 22 kinderen en zes volwassenen overleefden het ongeluk niet. Als je in Lommel-Kolonie woont, kan het niet anders of je kent de slachtoffers.

„Ik woon tussen de slachtoffers in”, zegt postbezorger Ferdinand Van Engeland. Hij heeft de hele ochtend al maagpijn. Voortdurend wordt hij aangesproken. „Het zal toch niet waar zijn, zeggen de mensen tegen mij.” Het is wel waar. Lommel is getroffen door een ramp.

In de bus die in Zwitserland verongelukte, zaten tien Nederlandse kinderen. De meesten van hen woonden in Lommel, een gemeente met zo’n 34.000 inwoners op ongeveer 30 kilometer van Eindhoven. Lommel-Kolonie, dat tot Lommel behoort, ligt tegen de Belgisch-Nederlandse grens. Er wonen veel Nederlanders, zegt Van Engeland. Veel werklui, zegt hij, geen rijkelui. Op een enkeling na dan.

’t Stekske staat in Lommel-Kolonie, een buitenwijk die ooit werd gesticht werd als nederzetting. Het is een langgerekt dorp. Gebouwd langs de Luikersteenweg. Met ongeveer in het midden een kerk, een kerkhof en daartussen de school. Voor de school wacht een stoet journalisten, auto’s met schotels op de daken staan zij aan zij geparkeerd. Er staat politie en brandweer. De hekken van de school zijn dicht, net als alle bordeauxrode gordijnen. Bij de poort staan twee politieagenten.

Rond elf uur spelen er kinderen op het schoolplein. Het is pauze. Ouders praten met elkaar in groepjes achter de gesloten hekken. Af en toe verlaat een ouder met een kind de school.

In België is het heel normaal dat kinderen op de basisschool met de klas een week gaan skiën als ze in klas 6 (onze groep acht) zitten. „Dat deed ik ook”, vertelt een vrouw op straat. „Kinderen in groep 3 en 4 gaan al een of twee nachten op kamp.” De zoon van buurtbewoner Sjaak Monnens is nu 30 jaar. „Toen hij in klas zes van ’t Stekske zat, ging hij met dezelfde leraar die nu is verongelukt ook een week skiën.”

De kerk naast de school is open maar leeg. Vanavond zou er een bezinningsavond zijn over goed en kwaad. Die is afgelast. In plaats daarvan komt er een gebedsavond. Iedereen is welkom, zegt Guido Wydaeghe. Hij komt van de parochie van Lommel-centrum. Lommel heeft tien parochies. De pastoors en andere betrokkenen komen vanmiddag bij elkaar voor overleg. „We gaan zoveel mogelijk steun bieden”, zegt Wydaeghe. „Maar het wordt zwaar. Heel zwaar.”

Ook in het dorp Heverlee, in de buurt van Leuven, waar andere verongelukte kinderen op school zaten, zijn de ouders vanmorgen opgevangen door hulpverleners. Een groot aantal ouders vertrok vervolgens in bussen naar het militaire vliegveld Melsbroek bij Brussel. Vanaf dat vliegveld zouden ze, samen met hulpverleners en psychologen, afreizen naar Zwitserland.