Heiligenbeelden op zoek naar bestemming

Ze staan in rijen, tientallen heiligenbeelden, een smartelijke blik in de ogen, alsof ze in een processie meelopen. Ze staan op een zolder in Bierbeek, niet ver van Leuven, en zij niet alleen. Een aandoenlijk kindeke Jezus kijkt uit over tientallen kandelaars en honderden met kruisen versierde kazuifels, terwijl tegen een muur ingepakte, religieuze schilderijen van Albert Servaes leunen. Dit zijn „overbodig geworden” stukken uit opgeheven Belgische abdijen, kloosters en kerken.

Het is maar een fractie van wat sinds 1998 ingezameld is, toen Jan Klinckaert het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC) nog alleen bestierde, nu zijn er zeven medewerkers. „Er zijn”, zo vertelt Klinckaert, „tevens archieven met uniek drukwerk, foto’s en cinematografisch materiaal, bijvoorbeeld uit de missietijd in Congo.” Na de inventarisatie in het CRKC gaat het erfgoed naar een opslag in Mechelen, waar ook grotere stukken zoals altaren en biechtstoelen op een tweede leven wachten.

In de monumentale abdij waar het CRKC gevestigd is, vertelt Klinckaert dat de methode om religieus erfgoed te selecteren voor behoud is ontwikkeld samen met het Catharijneconvent. Het convent ziet zich, samen met de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Utrecht, voor eenzelfde probleem gesteld als het CRKC. In België sluiten minder kerken dan in Nederland, maar meer kloosters (gemiddeld één per maand). Klinckaert schat dat hij al 10.000 stukken heeft gered, maar vreest dat dit nog maar een voorbode is van ‘een tsunami’ aan overtollig erfgoed door de ontkerkelijking. „Nee, we zijn daar niet op voorbereid. Misschien moeten we dan nog selectiever worden. We konden tot nu toe alles wat niet opgeslagen is, herbestemmen in België. Een klokje ging naar Noorwegen, wellicht kan er wat naar Zuid-Amerika. Maar dan krijg je te maken met transportkosten. Daarnaast gaan we hier een Museum voor Religieuze Kunst openen. Vernietigen is eigenlijk geen optie; dat ligt heel gevoelig, maar als het toch moet, doen we dat liefst zelf op een gecontroleerde manier”, constateert hij gelaten in de fraai beschilderde maar stille abdijvertrekken. Foto’s Wim Daneels