Gewonden bij oplaaiende etnische rellen in Macedonië

Etnische spanningen in Macedonië zijn de afgelopen dagen opgelaaid nadat een politieman twee weken geleden buiten diensttijd twee jonge Albanezen doodschoot in de stad Gostivar bij de grens met Kosovo en Albanië. Dat gebeurde na een ruzie over een parkeerplaats.

Bij gevechten tussen jongeren van de Albanese minderheid – een kwart van de bevolking – en de Slavische meerderheid, gewapend met honkbalknuppels en messen, zijn tientallen gewonden gevallen. Onder meer in de hoofdstad Skopje zijn bussen aangevallen en werd op straat gevochten. De politie heeft zo’n dertig arrestaties verricht. Autoriteiten roepen op tot kalmte.

Het is het ergste geweld in het twee miljoen inwoners tellende land sinds 2001. Toen werd met moeite een burgeroorlog voorkomen, maar de spanningen tussen de twee etnische groepen zijn gebleven. De afgelopen jaren is de onvrede onder de Albanese minderheid versterkt door het ontbreken van economische vooruitgang. Macedonië grenst aan de voormalige Servische provincie Kosovo, waar de Albanese meerderheid in 2008 de onafhankelijkheid uitriep. Dat heeft emoties over onafhankelijkheid een impuls gegeven.

Bovendien voert de huidige regering een nationalistische koers, met nadruk op het verleden en op de Slavische identiteit. Dat leidt tot onrust bij de Albanese minderheid.

Het land is sinds 2005 kandidaat-lid van de Europese Unie. De onderhandelingen over toetreding zijn echter nog altijd niet begonnen. Dat komt door achterblijvende hervormingen, maar ook doordat buurland Griekenland wil dat eerst de onderlinge ruzie over het gebruik van de naam ‘Macedonië’ is opgelost. Formeel heet het land ‘de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’, afgekort Fyrom. De naamkwestie is ook de reden dat Macedonië nog altijd geen NAVO-lid is, hoewel het dat in 2008 bijna was geworden.