Er is altijd een alternatief voor de euro

Terugkeer naar de gulden? Voor Nederland moet dat een open vraag zijn. Brussel wakkert nu de scepsis aan met valse argumenten.

Brussel en het Vaticaan produceren bij oproepen tot koerswijziging hetzelfde standaardantwoord: TINA (There Is No Alternative). In de Europese Unie gaat het om de euro. Wie mogelijkheden zoekt om de eurozone te hervormen, wordt afgeschilderd als een obscurantist. Het rapport Nederland en de euro, besteld door de PVV en uitgevoerd door het Britse Lombard Street Research, verdween ongelezen in de papiervernietiger. Het is nochtans een gedegen studie. Europaus Herman Van Rompuy deed het in de ban vóór publicatie. Brussel verspreidt geen groter bedrog dan in de eurodiscussie, aangestuurd met valse, eindeloos gerecyclede argumenten:

1‘De euro zorgt voor welvaart in Europa.’ Voor Nederland bedroeg de groei in de twintig jaar voorafgaand aan de invoering van de euro gemiddeld 3 procent per jaar. In tien jaar euro viel dit terug tot 1,25 procent gemiddeld. Duitsland groeide tussen 2002 en 2005 helemaal niet. In Italië stokte de groei. Zweden, dat na een referendum buiten de eurozone bleef, floreerde de afgelopen tien jaar.

2‘Zonder euro valt de EU uit elkaar.’ De EU telt zeventien eurolanden en tien landen die hun munt behielden. De niet-eurolanden staan op goede voet met elkaar en zijn volledig deel van de gemeenschappelijke markt. De eurozone is daarentegen een ruziezone geworden. Tien jaar geleden was Duitsland het populairste land in Griekenland. Nu is het gehaat.

3‘De euro zorgt voor economische stabiliteit.’ De euro heeft enorme onevenwichtigheden binnen de zone teweeggebracht, door de lage rentevoet. Deze gaf veel landen voor het eerst in hun geschiedenis toegang tot goedkoop geld. Griekenland, Italië, Spanje en Portugal leenden – publiek en/of particulier – geld van landen met grote handelsoverschotten, zoals Duitsland en Nederland. In Italië groeiden de loonkosten tot bijna 30 procent boven de Duitse. In Spanje gebeurde hetzelfde. Griekenland werd een feesttent. Deze goedkope geldstroom veroorzaakte een bankenbubbel in Ierland en een vastgoedbubbel in Spanje. Ruim de helft van de eurozonelanden verloor zijn concurrentiekracht, inclusief Frankrijk. De Spaanse jeugdwerkloosheid is 50 procent, mede dankzij de euro.

4‘Zonder euro zouden Europese banken zijn ingestort.’ De financiële crisis van 2008 heeft alle zwakheden binnen de eurozone blootgelegd, maar heeft deze niet veroorzaakt. Banken waren al ontspoord. De drie grootste Franse banken hebben een collectieve schuld van 250 procent van het Franse bruto nationaal product. Twee stresstests volgden. Vrijwel alle Europese banken bleken miraculeus gezond. Het was zelfbedrog. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft een infuus gegeven van ruim 1 biljoen (1.000 miljard) euro. In Italië, Spanje en Frankrijk worden banken aangespoord overheidsobligaties te kopen, tegen elk willekeurig onderpand. Zwakke banken kopen obligaties van zwakke staten, tegen een verzwakt onderpand. Martin Blessing, hoofd van de Duitse Commerzbank, verklaarde in Die Welt dat hij ECB-geld leende om zijn bank in te dekken tegen het uiteenvallen van de eurozone.

5‘Zonder euro zaten we nu in monetaire chaos.’ Vóór de euro was er een flexibeler monetair systeem, waarbij sterke munten zich vastklonken aan de D-mark. De Nederlandse gulden behoorde tot de D-markzone. Landen met een grotere volatiliteit stonden in een lossere verhouding tot elkaar, maar konden devalueren. Italië deed dit geregeld. Zonder euro zou Europa de financiële crisis hebben overleefd. De D-markzone zou het ankerpunt zijn geweest. Griekenland, Italië en Portugal zouden kunnen devalueren. Dit kan nu niet. De eurozone accumuleert toenemende spanningen.

Terugkeer naar de gulden? Dit is een open vraag voor een land met een open economie. Nederland boekt een groot overschot op de lopende rekening. De waarde van de gulden zou onvermijdelijk stijgen ten opzichte van de euro. Dit is slecht voor de export. Hiertegenover staat dat de rente daalt. De import wordt goedkoper. Cruciaal is de relatie tot Duitsland. In de jaren negentig lagen de Nederlandse loonkosten in de industriële sector beneden de Duitse. In de eurozone kwamen ze erboven. Duitsland drukte het loonpeil. Deze relatie tot Duitsland maakt een Nederlandse alleingang te riskant.

Hervorming van de eurozone vergt meer dan het uittreden van één land. Als de koers van deflatie in Zuid-Europa een blijvende recessie veroorzaakt, wordt de gehele eurozone een stagnatiezone.

Uiteindelijk is de enige oplossing dat landen met een handelsoverschot uit de eurozone stappen, waaronder Nederland en Duitsland. De euro devalueert dan, ten behoeve van de mediterrane landen, die hun concurrentiekracht kunnen herwinnen, met het oog op groei. De traditioneel exporterende landen herstellen als het ware hun ‘D-markzone’, met een stabiele, gemeenschappelijke munt. Hiermee kunnen ze net zo goed exporteren als vroeger met de D-mark.

Brussel heeft de scepsis onder de bevolking alleen maar aangewakkerd met zijn valse argumenten. Binnenkort zijn er presidentsverkiezingen in Frankrijk, parlementsverkiezingen in Griekenland en een referendum in Ierland. Al deze verkiezingen gaan eigenlijk over de euro. De vraag is of de kiezers de Europese retoriek nog geloven.

Derk Jan Eppink is columnist van NRC Handelsblad