Brabantse gastvrijheid

De dag na PSV-FC Twente (2-6) was ik uitgenodigd als spreker bij de ‘cursus voetbaljournalistiek’. De cursus, bedoeld voor mensen die eigenlijk voetbaljournalist wilden zijn maar iets anders waren geworden, vond plaats in de Luc Nilis-zaal van het Philips-stadion in Eindhoven. Ze vonden mijn artikel allemaal slecht omdat ik me niet aan ‘de regels’ had

De dag na PSV-FC Twente (2-6) was ik uitgenodigd als spreker bij de ‘cursus voetbaljournalistiek’. De cursus, bedoeld voor mensen die eigenlijk voetbaljournalist wilden zijn maar iets anders waren geworden, vond plaats in de Luc Nilis-zaal van het Philips-stadion in Eindhoven.

Ze vonden mijn artikel allemaal slecht omdat ik me niet aan ‘de regels’ had gehouden

Ik was laat.

De gerenommeerde sportjournalist Guus van Holland, die eigenlijk na mij zou spreken, was maar vast begonnen. Hij werkte met een beamer en hield een doortimmerd verhaal over de voetbaljournalistiek – „Denk eerst na voordat je iets opschrijft” – dat haaks op het mijne – ‘Voetbaljournalist, iedereen kan het worden’ – stond.

In de deuropening ontmoette ik Theo en Ton, docenten aan de Hogeschool Journalistiek te Tilburg. Ton zei dat hij een keer een verhaal van mij had besproken met een groep studenten. Ze vonden het allemaal slecht omdat ik me niet aan ‘de regels’ had gehouden. De regels waren onder andere dat een journalist onbevooroordeeld en neutraal was. Theo was bezig met een groot project waarvoor hij maar liefst drie WOB-procedures had lopen.

Ik besloot een rondje door het stadion te lopen. Ik kreeg onverwacht gezelschap van Jeroen van den Berk, een jongen in PSV-kostuum. Hij had drie boeken geschreven – Het kanon, PSV 1988 en De aanvoerder – en was sinds kort persvoorlichter van PSV.

De cursusavond was ongelukkig getimed, een verdieping lager kwamen spelers en trainers in het geheim bij elkaar.

Hij had zich geërgerd aan de berichtgeving van vooral De Telegraaf. Die krant had het bericht verspreid dat de selectie ’s morgens middels een ingelaste bosloop was gevlucht voor de media. De waarheid was dat hij de hele dag ‘openheid van zaken’ had gegeven en dat hij spelers en trainers van journalist naar journalist had gesleept. Hij had zelfs koffie gezet en broodjes gesmeerd voor De Jakhalzen en een cameraploeg van het NOS Sportjournaal.

„Voor- of tegenspoed, het maakt niet uit, de Brabantse gastvrijheid staat bij ons hoog in het vaandel.”

PSV was een fatsoenlijke club, waar de mens Fred Rutten niet zo maar aan de kant zou worden gezet. Dat wist hij zeker en dat was typisch PSV en, als hij zo vrij mocht zijn, ook typisch Brabants.

„Er is een tegenvaller, de scherven worden keurig opgeveegd.”

De week erop verloor PSV van Valencia en NAC.

In de behandelstoel van tandarts Auw te Nijmegen – de boel werd gereinigd – zag ik Jeroen van den Berk maandag terug op het televisiescherm boven mijn hoofd. Hij zat met een zorgelijk gezicht aan een tafel naast algemeen directeur Tiny Sanders en technisch directeur Marcel Brands. Fred Rutten was ontslagen.

De camera draaide het zaaltje in, waar journalisten het nieuws noteerden. Op tafeltjes met bordeauxrode kleedjes stonden manden met broodjes en flessen Spa Blauw. De Brabantse gastvrijheid is bij Jeroen van den Berk in goede handen.