‘Bij Fukushima groeit straks biobrandstof’

Biobrandstoffen verbouwen bij Fukushima, in het gebied dat door de kernramp radioactief is besmet. Het is meer dan symbolisch. Het Nederlandse bedrijf Waterland International heeft een overeenkomst met een Japanse boerenfederatie getekend voor het beplanten van 2.000 tot 3.000 hectare.

Voor mensen is de radioactieve straling er niet gevaarlijk, voor het verbouwen van bepaalde voedselgewassen wel. Biobrandstofgewassen worden niet gegeten en zijn voor deze boeren een oplossing, zegt directeur William Nolten. Zijn bedrijf gaat Camelina planten. Uit de zaden wordt biodiesel gemaakt.

De Japanse regering gaat ook onderzoeken of Camelina de hoeveelheid radioactieve cesium-137 in de grond kan verminderen. Eerder lukte dat wel bij Tsjernobyl met de aanplant van zonnebloemen.

Waterland verwacht dat het uiteindelijk een groot gebied rond Fukushima zal kunnen bewerken. Zo’n 800.000 hectare grond ligt sinds de ramp ongebruikt. Het Nederlandse bedrijf Waterland kwam onlangs in opspraak omdat het in Indonesië biokerosine zou produceren ten koste van de verbouw van voedsel voor de lokale bevolking.