Zitten, loeren, wat voelen, en dát dan opschrijven

Vanavond begint de 77ste Boekenweek met het traditionele Boekenbal. Ook traditioneel: het Boekenweekgeschenk, dit jaar van Tom Lanoye. Nico Dijkshoorn schreef het Boekenweekessay. De schrijvers twitteren over het Bal: wie gaat, wie niet, wat doen ze aan?

‘Nee, ik weet niet wie ik vanavond wel en niet hoop tegen te komen op het Boekenbal”, zegt Nico Dijkshoorn (1960). „In de tijd dat ik vaak uit mijn slof schoot in columns waren er wel mensen die míj wilden spreken. Ik heb dat een keer gehad met Arthur Japin, op een feestje. Ik had geschreven dat hij arrogant was. Kwam hij op me af, heel zenuwachtig: ‘Vind je het gek dat ik naar je toekom? Vind je het gek?’, zei hij alsmaar, ‘je hebt geschreven dat ik arrogant ben, maar dat is helemaal niet zo! Ik ben doodsbang! Geloof je me? Vind je het raar dat ik dat zeg?’ Ik zou het wel leuk vinden hem weer tegen te komen.”

De komende tien dagen is Nico Dijkshoorn, die enkele jaren geleden doorbrak als de woensdagse ‘huisdichter’ van De Wereld draait door, een van de hoofdrolspelers van de Boekenweek. Hij schreef het Boekenweekessay Verder alles goed – een verzameling brieven van de eenzame man Scheut. „Ik ben heel lang een manische briefschrijver geweest. Er moeten zo’n 1.500 brieven van mij door heel Nederland bij allerlei vage figuren liggen. In brieven zie je mooi de chemie van de vriendschap, wat schrijf je wel, wat niet, en aan wie.”

Scheut is zo’n briefmaniak: hij zegt een vriendschap op, schrijft aan zijn slager, dochter, vriendin en buurman. Die laatste vooral over de verzorging van zijn cavia. „Ik hou ervan om het onvermogen tot communiceren heel pijnlijk duidelijk te maken en dat lukt het best als iemand tegen een dier gaat praten, hartverscheurend vind ik dat. Dat is de ultieme versie van eenzaamheid.”

Vorige maand publiceerde Dijkshoorn de roman Nooit ziek geweest, een boek over zijn vader die narcist is, en die zichzelf voortdurend overschreeuwt. Die uit een minderwaardigheidsgevoel constant in het middelpunt van de belangstelling wil staan, ook wanneer dit ten koste van zijn zoon gaat.

Het boek is als een afrekening met je vader gelezen. Is het boek een autobiografische afrekening of vooral een roman?

„Nooit ziek geweest is autobiografisch maar dat betekent niet dat het geen roman zou zijn. Ik las een recensie die er gechargeerd op neerkwam: als Nico maar Hans had geheten, was het echte literatuur geweest. Maar ik heb in de werkelijkheid zitten pielen natuurlijk.

„Wanneer ik de escalatie tussen mijn vader en mij in een vakantiehuisje beschrijf – wanneer de vader voor het eerst zegt wat hij van zijn zoon vindt, en de zoon op de verwijten reageert – bouw ik die scène op als de film Once Upon a Time in The West. Die film hebben vader en zoon eerder samen gezien: twee cowboys die om elkaar heen draaien. Die uitbarsting wilde ik lang uitstellen, om de spanning op te bouwen.

„De meest gestelde vraag over dit boek is: ‘waarom heb je dit niet twaalf jaar geleden tegen hem gezegd’, en dat lijkt logisch, maar toen vond ik dat helemaal niet. Ik had het pas twee jaar geleden in de gaten, toen hij in een verzorgingstehuis kwam. Dát gevoel heb ik willen onderzoeken.”

Inmiddels is uw vader overleden. Heeft het boek een andere betekenis voor u gekregen?

„Nee, zoals ik aan het begin van het boek schrijf: ik was al klaar. Hij was al zo dement dat hij – zoals dat clichématig heet – er al niet meer was. De crematie was een rare, ontroerende samenloop van omstandigheden. Mijn boek was net uit en daar zaten we met z’n allen. Mijn broers vonden het een goed boek, maar zeker voor mijn middelste broer was mijn vader echt een soort heilige. Hij en de andere aanwezigen waren oprecht in hun bewondering, zo’n leuke man, ook voor de kleinkinderen. Maar het beeld dat ik had, werd bevestigd. Ik heb niemand horen zeggen: hij heeft me ontroerd, hij heeft me geraakt. Je komt niet veel verder dan ‘leuk’. Als iemand zegt ‘hij was er voor me’, dan bedoelden ze dat hij de auto reed ofzo. Het enige dat me aan zijn overlijden ontroerde, is wat ik tussen mijn ouders zag gebeuren. De vrijdag voor zijn overlijden kwam hij nog heel even bij bewustzijn, toen mijn moeder afscheid kwam nemen. Ze hadden echt nog heel even contact.”

U bent zelf ook iemand die graag de lachers op zijn hand heeft op een podium. En dan vanavond over de rode loper de Stadsschouwburg binnen. Lijkt u op uw vader?

„Ik kon vroeger altijd inderdaad rond elf uur fijn naar binnen sneaken, vanavond wordt het Koninklijke Loge-gedoe. Ik neem de kinderen mee, om de pijn wat te verzachten. Ik lijk wel op mijn vader maar het verschil is dat ik gered ben door een paar mensen. Zo voel ik het echt. Mijn vader is nooit gered, heeft zich nooit willen laten redden. Niemand heeft gezegd: kijk nou eens even om je heen. Mijn ex zei ooit tegen me, toen ik een hele groep mensen aan het entertainen was, echt aan het zwelgen zoals mijn vader dat kon doen: ‘Nico, dit is niet te doen. Ik schaam me dood.’ Dat was een hamer op mijn achterhoofd, dat had ik helemaal niet in de gaten.”

Nu beperkt u het entertainen tot de woensdagavonden bij De Wereld draait door?

„Ja, maar ik vind dat je daaraan kan zien dat ik een andere kant op gegaan ben. Wat ik daar doe, of je dat leuk vindt of niet, is observeren. Zitten, loeren, wat voelen, en dát dan opschrijven. Mijn vader heeft nooit zitten loeren en nooit wat gevoeld. D ie was alleen maar bezig met: kijken ze naar mij? Dat is wel het verschil. Maar we hebben blijkbaar wel dezelfde podiumdrang.”

Toef Jaeger

Nico Dijkshoorn: Nooit ziek geweest. Contact, € 18,95. Het Boekenweekessay Verder alles goed ligt voor € 2,50 in de boekhandel.