Werken tot het elastiek breekt

Nieuw: een kliniek om af te kicken van slechte gewoonten, zoals te hard werken. Workaholics hebben geen identiteit buiten hun werk. Naar de film? Gaan ze niet. Boek lezen? Doen ze niet. Het valt te leren.

Sabine wás haar werk. Zeven dagen in de week was ze bezig met haar bedrijf: overdag, in de avonden, in de weekeinden. Ze adviseerde cliënten over hun mediaoptreden. Dat liep als een trein: van de 4.000 klanten die ze advies gaf (40 per maand), was er welgeteld één ontevreden. Ze deed alles voor haar klanten en zolang ze die had, voelde ze zich belangrijk. Onmisbaar. Acht jaar lang.

Ze was, zegt ze nu, werkverslaafd. Workaholic. Twee jaar geleden, ze was toen 33, zag ze het onder ogen. Dat moest van haar vriend. „Ik was, heel verbeten, alleen nog met mijn werk bezig. Ik bestond niet buiten mijn werk. Ik sportte niet, ging niet naar films, las geen boeken. Ik had geen identiteit meer behalve die van succesvol adviseur.”

Workaholics zijn geen nieuw verschijnsel. Oprah Winfrey noemt zich zo, Bill Gates ook. Vijf procent van de gewone, Nederlandse stervelingen lijdt onder werkverslaving, bleek ruim een jaar geleden uit onderzoek van psycholoog Corine van Whije. Ze zijn zo verslaafd aan het werk dat ze nergens anders meer aan denken. Verschil met hardwerkende, bevlogen werkers, zeggen onderzoekers, is dat die zich gezond voelen. Werkverslaafden niet.

Wel nieuw is de kliniek Kick your habits. Dat bedrijf houdt kantoor in Amsterdam Oud- West en werd onlangs opgericht door oud-huisarts Sigrid Sijthoff (50) en psycholoog Helen van Empel. Zij helpen mensen met slechte gewoonten. Dat is een eufemisme voor verslaving aan allerlei prikkels en verdovingen – het ene schadelijker dan het andere – zoals drank, coke, sigaretten, werk, eten, shoppen, nagelbijten, twitteren.

Sijthoff en Van Empel richten zich op de mensen die (te) hard werken maar die nog net functioneren. Die nog niet stuurloos zijn of al in een verslavingskliniek als Jellinek of een duur afkickcentrum in Schotland zijn opgenomen. Die nog niet zijn opgebrand, maar die wel „langzaam grip verliezen op hun gedrag”. Deze mensen hebben, zegt Sijthoff, naast een werkverslaving vaak een andere schadelijke verslaving.

Klanten hebben ze al. Het zijn druk bezette professionals die onmiddellijk antwoorden als Sijthoff en Van Empel hun een mailtje sturen. Omdat ze altijd online zijn, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. „Dat verbaast me altijd: zo druk en dan toch meteen antwoord geven”, zegt Van Empel. Eén cliënt organiseert seminars. Hij werkt telkens drie weken achtereen, heel hard. „Het elastiek wordt helemaal opgerekt.” En dan, in de vierde week, slikt hij dagen achter elkaar amfetamine. Anders kan hij niet ontspannen.

Workaholics figureren ook in boeken en films. Recent nog toonde Roman Polanski een herkenbare werkverslaafde in zijn film Carnage. Alan is een drukbezet topadvocaat die grossiert in cynische grappen. Zijn zelfbeheersing verliest hij nooit, op één moment na. Dat is wanneer zijn vrouw zijn Blackberry in het water van de bloemenvaas gooit. Zo genoeg heeft ze van zijn gebel. Elke keer dat Alan iets cruciaals wil zeggen in een conflict over hun zoon gaat de telefoon. Werk. En elke keer neemt hij op. Hij kan niet anders. Nu ligt hij op de vloer. Gebroken. „Mijn leven zit in dat ding!”, roept hij, wijzend naar de vaas. „Mijn leven!” Zijn vrouw lacht hem uit.

Sijthoff en Van Empel leerden elkaar kennen in een Amsterdamse verslavingskliniek waar Sijthoff in de leer was en Van Empel werkte. Ze hebben een heel praktische manier van hulp verlenen, die overigens wordt vergoed door de zorgverzekering. Zo gaan ze met een eetverslaafde mee naar de supermarkt. En dan vragen ze: „Wat laad je nou allemaal in die kar?” Op die manier brengen ze de verleidingen en zwakke momenten in kaart. Iemand die 70 uur per week werkt, en daar onder lijdt, proberen ze terug te brengen tot 65 uur. Sijthoff: „Die vraagt vervolgens wat hij met die 5 uur moet. Nou, zeggen wij, wandelen of fietsen. Of over een gracht zitten turen. Je batterij opladen.”

Voor elke verslaving geldt dat de gewoonte je aanvankelijk iets goeds brengt, zegt Van Empel. Ontspanning, erkenning, een kick. Daar wen je aan, het wordt een impuls. Het grijpen naar drank, werk of je nagels raakt verankerd in je hersens. „Het is makkelijker om snel, als automatisme, de ijskast open te trekken. En moeilijker voor je hersens om het trage, controlerende systeem aan te spreken dat zegt: Stop! Niet doen!”

Dat vond Sabine ook. „Het gíng maar door, die zucht naar erkenning en kicks. Weer bellen. Weer mailen. Weer iets regelen. Ik denk dat iedereen zich moet afvragen: wanneer word ik dan gelukkig? Als ik drie ton verdien? Of toch vier? Als ik 500 klanten heb of toch 600?” Ze wil niet met haar achternaam in de krant omdat ze niet eeuwig wil worden geassocieerd met haar werkverslaving. Ze is genezen. Twee jaar geleden stopte ze in één klap met haar bedrijf en ging ze studeren. Nu heeft ze een identiteit buiten het werk. Al begint ze binnenkort een nieuw bedrijf, dat wel.

Werkverslaving is voor vrienden en partners onaantrekkelijk, weet Sabine. „Je denkt dat alles om jou draait. Je gelooft dat je in dat werk onmisbaar bent. Maar dat is natuurlijk niet zo.”

Werkverslaving is ook taboe, zoals elke verslaving. Mensen die door hun kennissen worden omschreven als een ‘echte workaholic’ willen er niet over praten – zeker niet onder naam. „Welnee, ik moet nu eenmaal hard werken. Anders bereik ik mijn doelen niet,” zegt iemand desgevraagd.

Bij Kick your habits leren cliënten langzaam hun zwakke momenten te herkennen. Daarna oefenen ze continu met sterk-zijn. Sijthoff: „Wij begeleiden hen, we zijn een soort moeder. We sms’en ze of het is gelukt vandaag. En ze mogen ons altijd bellen als ze het moeilijk hebben. We gaan net zo lang door tot dat moeilijke nee-zeggen is ingesleten in de hersenen.”