Vleesetende dieren hebben geen smaak

Foto stock.xchng

Vleeseters zijn geen fijnproevers. Veel carnivoren blijken geen zoet te proeven: hun zoete smaakgenen zijn uitgeschakeld. Dat schrijven onderzoekers van een smaakcentrum in Philadelphia vandaag in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Van katten en vampiervleermuizen was al bekend dat hun zoetgen was uitgeschakeld. De genetici voegen nu zeven carnivoren aan dat lijstje toe, waaronder de hyena, zeeleeuw en Aziatische dwergotter. Tuimelaars proeven het minst. Zij hebben naast de zoetreceptor, ook de bitter en umamireceptoren verloren. Dat heeft alles te maken met hun slechte tafelmanieren, denken de onderzoekers: dolfijnen slokken hun prooi in één keer op. Tijd om uitgebreid te proeven hebben ze niet.

In elke vleeseter zijn de smaakgenen weer op een andere manier uitgeschakeld. Alleen de zeeleeuw en de pelsrob, zustersoorten, dragen exact dezelfde mutatie. Carnivoren zijn hun vermogen zoet te proeven dus onafhankelijk van elkaar verloren, concluderen de onderzoekers.

In sommige vleeseters bleek de zoetreceptor nog intact, zoals bij de aardwolf, wasbeer en brilbeer. Dat zijn niet toevallig allemaal dieren die naast vlees ook insecten of vruchten eten. Hoe meer vlees een dier eet, hoe groter de kans dat hij het zoetgen uiteindelijk verliest, schrijven de genetici. Dat is geen oorzakelijk verband: pure vleeseters tolereren een toevallig verlies nu eenmaal beter. Voor fruiteters is het wél belangrijk om zoet te proeven. Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld een rijpe vrucht van een onrijpe onderscheiden.

Een smaakexperiment bevestigde de genetische resultaten. De onderzoekers schotelden dwergotters en brilberen twee schaaltjes water voor. In één van de kommetjes was suiker op gelost. Het suikerwater liet de dwergotters koud, maar de brilberen smulden ervan. De beren hadden ook een voorkeur voor water waarin kunstmatige zoetstoffen waren opgelost. Alleen van aspartaam moesten de brilberen niets hebben.

Ook bij mensen komen mutaties in smaakreceptoren voor. Ongeveer een kwart van de mensen heeft een afwijkende bitterreceptor waardoor zij geen fenylthiocarbamide kunnen proeven. Anderen ervaren de smaak van deze stof juist als zeer bitter. Moleculen die veel lijken op fenylthiocarbamide komen onder andere voor in koffie, broccoli en donkere bieren.