Turkije blijkt gevoelig voor kritiek op pers-onvrijheid

Nieuwsanalyse

De voorlopige vrijlating van vier journalisten onderstreept groeiende strijd tussen de belangen van de Turkse regering en de macht van de aanklagers.

Meer dan een jaar zaten de bekroonde journalisten Nedim Sener en Ahmet Sik vast in de zwaar bewaakte Silivri-gevangenis buiten Istanbul. Gisteravond mochten de twee meest besproken verslaggevers van Turkije en twee van hun collega’s plotseling naar huis. De reden die de rechter gaf voor hun vrijlating was even mistig als de reden van de rechtbank waarom ze 375 dagen lang achter tralies moesten wachten op de uitkomst van hun rechtszaak.

Volgens de rechtbank mochten de vier gaan wegens „de tijd” die de journalisten inmiddels hebben vastgezeten en de „mogelijkheid” dat de aanklachten tegen hen veranderen. De vrijlating maakt twee zaken glashelder: de Turkse regering blijkt gevoeliger voor de binnen- en buitenlandse kritiek op de slinkende persvrijheid dan ze maandenlang heeft beweerd. En binnen de Turkse staat woedt een harde strijd om de macht tussen de regering van premier Tayyip Erdogan en de aanklagers die opdracht gaven tot de arrestatie van de journalisten.

Volgens de Turkse Vereniging van journalisten zitten inmiddels meer dan honderd journalisten vast. Over geen van de tientallen arrestaties was zoveel protest en woede als over de aanhouding van Nedim Sener en Ahmet Sik. Volgens de officiële aanklacht worden ze beschuldigd van „het stichten, managen en lidmaatschap van een gewapende terroristische beweging en het aanzetten tot haat en vijandschap onder het grote publiek”. Ze werden samen met elf andere journalisten gezien als de mediatak van het ondergrondse netwerk Ergenekon dat in 2003 plannen zou hebben gesmeed om de regering omver te werpen. Meer dan 400 activisten, academici, militairen en publicisten zijn sinds 2007 onder die vlag opgepakt.

Hoewel de meeste Turken de arrestaties aanvankelijk steunden, gaven de aanhoudingen van de journalisten Sener en Sik voeding aan de overtuiging dat de rechtszaak wordt gebruikt om critici van de regering de mond te snoeren. Nedim Sener werd internationaal gelauwerd voor zijn speurwerk naar de betrokkenheid van de politie bij de moord op de Armeense journalist Hrant Dink. Ahmet Sik publiceerde een omstreden boek over de gemeenschap van de islamgeleerde Fethullah Gülen, wiens aanhangers in de afgelopen jaren carrière maakten binnen het justitieapparaat.

De premier en ministers ontkenden de afgelopen maanden dat de arrestaties iets te maken hadden met het journalistieke werk van de reporters. De minister voor Europese Zaken, Egemen Bagis, zei eerder dat zich dat zich onder de gevangen journalisten „verkrachters, moordenaars en dieven” bevinden. Maar de groeiende kritiek in de verklaringen van de Europese Unie over kandidaatlidstaat Turkije, en van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton liet Ankara niet koud. Vice-premier Bulent Arinc belegde gisteravond haastig een persconferentie waarin hij de vrijlating „bevredigend” noemde. „Het was erg verdrietig om hen in de gevangenis te zien.”

De vrijlating komt op een moment dat er steeds meer spanning zichtbaar wordt achter de gesloten deuren van de macht in Turkije, tussen de regering en de aanklagers. Vorige maand joeg de regeringspartij een wet door het parlement die de pogingen van aanklagers blokkeerden om het ex-hoofd van de geheime dienst aan te klagen, de rechterhand van premier Erdogan. De aanklager is inmiddels van zijn zaak gehaald. De strijd tussen regering en aanklagers is met de vrijlating van de journalisten nog niet beslecht. Ook al hebben de journalisten de afgelopen nacht voor het eerst in lange tijd thuis doorgebracht, hun proces wordt op 18 juni vervolgd.