Schok: schoon peloton

W aar is de tijd dat de wielerliefhebber nog blind op de dopingcontroleur kon varen. Toen een positieve test nog een positieve test was, en een negatieve het bewijs van een even bewonderenswaardige als lompe doortraptheid.

Dit is het verwarrende tijdsgewricht waarin ’s werelds beste ronderenner, na eerst door de Spaanse wielerbond te zijn vrijgesproken, anderhalf jaar na dato in beroep door het internationaal sporttribunaal CAS alsnog op de strafbank wordt geplaatst omdat er hoe dan ook een zweem van clenbuterol in zijn urine was aangetroffen – en Contadors advocaten niet hard konden maken dat de geringe verontreiniging veroorzaakt was door het onwetend verorberden van een kerngezond ogend stukje vlees.

De belangrijkste getuige à décharge, de vervuilde koe die haar postume schaduw over Contador wierp, kon door de advocaten uiteraard niet meer worden opgeroepen – RIP. De strategie van de verdediging leunde op een verdwijntruc; het was haar kracht en haar nederlaag.

Maar de enige vraag die er voor de wielerliefhebber toe deed – heeft hij de zaak belazerd? – werd niet beantwoord. Het sporttribunaal achtte het „waarschijnlijk” dat de clenbuterol in een vervuild voedingssupplement had gezeten. De Spanjaard nam er vrachten van.

Contador raakte zijn Tourzege van 2010 kwijt, en alle latere overwinningen en ereplaatsen. De wielerliefhebber kreeg een koe dan wel een voedingssupplement in de maag gesplitst waarvan onbekend blijft of ze ooit hebben bestaan.

Een deskundige zei me onlangs dat clenbuterol naast een scala aan andere hormonen ook al in kraanwater is aangetroffen. Een grenswaarde instellen leek hem wenselijk omdat de eerste positieve test op water er zonder meer zit aan te komen. Maar door de hardleersheid van het werelddopingagentschap leek het hem onwaarschijnlijk dat die grenswaarde er komt. De verwarring zal toenemen.

De wielerliefhebber heeft het zwaar. Zijn sport maakte in een paar jaar tijd de ommezwaai van een Sodom en Gomorra naar een kleuterklas. Althans dat wordt hem verteld. Whereabouts, onaangekondigde controles, het bloedpaspoort, interne screening door de wielerploegen zouden de pakkans dusdanig vergroot hebben dat er van een cultuuromslag gesproken wordt. Hij zou het graag geloven, maar moet op zijn minst wennen aan het idee. Een schoon peloton, het is eigenlijk een schok.

En wat moet hij met de wetenschap dat de internationale wielerunie dit jaar minder maar wel doelgerichter is gaan testen om de torenhoge kosten in de klauwen te houden? Mag hij de renner die vaak getest wordt vast veroordelen- of stiekem bewonderen?

NUsport hield vorige week een steekproef onder 29 Nederlandse professionals. Bleek: er wordt inderdaad aanzienlijk minder gecontroleerd buiten de koers. Betekent dit dat de Nederlandse coureurs kreuk- en smetvrij zijn, en is dit een applaus waard?

De geënquêteerden plaatsten bijna unaniem een noodkreet: help, er wordt nu te weinig getest! Is dit oprechtheid of is het een masker? Ik vrees het eerste.