Rusland blijft Syrië bewapenen

Rusland ziet geen reden om de wapenleveranties aan het Syrische regime stop te zetten. Dat heeft de Russische onderminister van Defensie Anatoli Antonov vandaag verklaard. Rusland heeft „goede, sterke, militaire, technische samenwerking met Syrië en we zien geen reden die te heroverwegen”, zei Antonov. Rusland stuurde in januari nog een schip met wapens en munitie naar Syrië.

Antonovs mededeling volgde op een botsing in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tussen Rusland, dat samen met China tot dusverre twee resoluties over Syrië heeft gevetood, en de Verenigde Staten. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, zei dat het tijd werd voor Rusland en China om zich aan te sluiten bij de oproepen tot stopzetting van het regeringsgeweld. Haar Russische ambtgenoot Sergej Lavrov zei dat het regime „een zware verantwoordelijkheid draagt” maar hield vast aan het Russische standpunt dat oppositiestrijders en extremisten onder hen ook geweld plegen. Een nieuwe ontwerpresolutie kan vooralsnog niet rekenen op steun van Moskou.

De belangrijkste Syrische oppositiegroep riep gisteren kort voor een gesprek met internationaal bemiddelaar Kofi Annan op tot militaire interventie in Syrië door westerse en Arabische landen en tot bewapening van de rebellen van het Vrije Syrische Leger. Annan ziet het juist als zijn eerste taak het geweld te beëindigen, en pleit daartoe voor een dialoog tussen oppositie en het regime.

Een woordvoerder van de oppositiegroep, de Syrische Nationale Raad, zei gisteren in Ankara dat zijn organisatie al een bureau heeft opgezet om wapens van buitenlandse regeringen te kanaliseren naar de verschillende brigades van het Vrije Syrische Leger. Hij weigerde te zeggen welke regeringen, maar er doen al geruime tijd berichten de ronde dat Saoedi-Arabië en Qatar wapens leveren. (Reuters, AP, AFP)