Newfoundland. Een spectaculaire rots in zee

Een bar en besneeuwd eiland waarvandaan bebaarde vissers onverschrokken de onstuimige Atlantische Oceaan trotseren: dat is de indruk die de meeste mensen van Newfoundland hebben, opgedaan uit boeken als Scheepsberichten (ook verfilmd) en De Kolonie van Onvervulde Dromen. Je zou bijna geloven dat het leven op Newfoundland nog steeds zwaar en koud is, en naar vis stinkt. De bewoners noemen hun eiland immers The Rock.

Toch doet die naam Newfoundland absoluut geen recht. Het eiland heeft een spectaculaire natuur en een kleurrijke geschiedenis.

Alleen al de afmetingen zijn indrukwekkend. Het eiland is drie keer zo groot als Nederland en heeft bijna 10.000 kilometer kustlijn. De Nederlandse kust is 500 kilometer lang.

In de vrolijk gekleurde houten huisjes van de hoofdstad St. John’s en in een eindeloze reeks pittoreske vissersdorpjes wonen een half miljoen stugge Newfoundlanders, die bij nadere kennismaking vriendelijk en gastvrij blijken te zijn. Het eiland wordt ook nog bevolkt door 100.000 elanden, die in het binnenland vol sparrenbomen en meren leven.

Walvissen zwemmen in de zomer noordwaarts langs de kust, terwijl ijsbergen uit het poolgebied in zuidelijke richting migreren. Vanaf de kust is veel van dit spektakel te zien. En wie goed luistert, hoort een zacht geruis: het geluid van smeltende ijsbergen.

Newfoundland is ook een paradijs voor vogelkijkers. Honderdduizenden jan-van-genten, papegaaiduikers en zeekoeten scheren langs steile kliffen en vlakke stranden.

De eerste Europeaan die dit natuurschoon mocht aanschouwen, was Viking Leif Eriksson. Hij landde in de elfde eeuw op de noordkust van Newfoundland, of Vinland, zoals hij het noemde, alwaar hij een Noorse kolonie stichtte. Unesco plaatste de overblijfselen van deze nederzetting in 1978 op de Werelderfgoedlijst.

Na Eriksson werd Newfoundland achtereenvolgens bezet door Fransen en Engelsen, die de overvloedige visgronden rond het eiland exploiteerden. Tot in de jaren zeventig kon de vis letterlijk uit zee geschept worden. Maar de visstanden werden zo laag dat de Canadese regering in 1992 een verbod op de vangst van kabeljauw afkondigde. De economie van het eiland kreeg een enorme klap en veel Newfoundlanders migreerden naar het vaste land. De achtergeblevenen zijn nu voor een groot deel afhankelijk van hostels en boottochten voor toeristen.

Wie Newfoundland bezoekt, hoeft zich niet tot de kust te beperken. Het uitgestrekte binnenland leent zich goed voor wandeltochten. En wie geen zin heeft om te lopen, kan ook een ATV of, ’s winters, een sneeuwmobiel huren. De oude spoorbaan die dwars over het eiland loopt, de Newfoundland Railway, is deels geruimd om dienst te doen als pad voor trekkerstochten.