Militairen gaan nu ook agenten opleiden buiten Kunduz-stad

Het begeleiden van politieagenten door Nederlandse militairen in de provincie Kunduz wordt uitgebreid. Naast de agenten die in Kunduz-stad werken, worden nu ook politiemannen bijgeschoold in het district Khanabad, zo’n 25 kilometer ten zuidoosten van de provinciehoofdstad. Dat vertelde generaal Peter van Uhm vanochtend op een persconferentie over de Nederlandse missie in Afghanistan.

Nederland is verantwoordelijk voor de basisopleiding en bijscholing van alle 1.500 agenten in de noordelijke provincie, maar bereikt tot nu toe alleen de paar honderd in de provinciehoofdstad. Nederlandse militairen zijn inmiddels naar Khanabad gereisd. Deze week krijgen de eerste agenten uit dat district les, zei van Uhm. Volgens de commandant der strijdkrachten verloopt de uitbouw „conform plan”.

Uit een brief die het kabinet gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt dat verdere uitbreiding van de missie definitief van de baan is. Het kabinet liet onderzoeken of ook agenten buiten de provincie en leden van de grenspolitie zouden kunnen worden opgeleid. Het onderzoek was in gang gezet omdat afgelopen herfst duidelijk werd dat er weinig agenten zijn die binnen het beperkte civiele mandaat van de missie voor een Nederlandse opleiding in aanmerking komen.

In een rapportage over de missie naar de Kamer vorig jaar meldde het kabinet dat de paramilitaire grenspolitie mogelijk werd opgesplitst. Nederland zou de civiele afsplitsing daarvan dan kunnen trainen. Maar in deze krant zeiden woordvoerders van Afghaanse autoriteiten en de NAVO dat van een dergelijke afscheiding geen sprake was.

Dat ook wordt afgezien van een uitbreiding naar buiten Kunduz, komt volgens Van Uhm omdat deze agenten na hun cursus niet gevolgd kunnen worden. Oppositiepartijen GroenLinks, D66 en ChristenUnie hadden het volgen van agenten als voorwaarde gesteld om de politietrainingsmissie te steunen. Deze partijen hadden aangekondigd dat zij niets zagen in verdere uitbreiding.