Krijg je van slechte wijn eerder een kater?

Normaal gesproken krijgt Helen van Zwetselaar uit Utrecht geen kater als ze in haar vaste kroeg vier wijntjes drinkt. Maar in een andere kroeg, waar ze volgens haar ‘slechte wijn’ schenken, heeft ze van hetzelfde aantal wijntjes wél koppijn de volgende dag. „Wat zit er in slechte wijn waar je die kater van krijgt?”, vraagt ze.

Dat je van slechte wijn eerder een kater krijgt, is een mythe, zegt Jaap Oosterbroek van het Wijninformatiecentrum. „Het enige wat uitmaakt voor de kater is de hoeveelheid alcohol die je inneemt”, legt hij uit. „Alcohol onttrekt vocht aan je hersenen, waardoor ze een beetje kunnen bewegen op de plaats waar eerst vocht zat. Dat geeft hoofdpijn.” De hoeveelheid alcohol kan verschillen per wijn, maar met name het aantal wijntjes doet het hem, volgens Oosterbroek.

Gerhard Horsting, voorzitter van de examencommissie van de Wijnacademie, is het roerend met Oosterbroek eens. „Het is kort door de bocht om te zeggen dat je van slechte wijn eerder een kater krijgt”, zegt de wijntechnoloog. „Het kan natuurlijk dat er een correlatie is tussen goedkope wijnen en katers, maar dat ligt meer aan drankpatronen en financiële motieven. Twee flessen van 3 euro drink je zo weg, maar met twee flessen van 20 euro zal je toch iets omzichtiger omspringen. Dus zullen er wel meer katers van slechte wijn zijn, ja.”

En hoe zit het dan met toegevoegde stoffen, zoals sulfiet? „Ik hoor wel eens mensen zeggen dat ze van veel sulfiet in de wijn hoofdpijn krijgen”, zegt Oosterbroek. „Maar dat ligt dan aan lichamelijke omstandigheden van die mensen. De hoeveelheid sulfiet in de wijn is aan wettelijke standaarden gebonden en zou dus in principe geen problemen moeten veroorzaken.” Horsting voegt toe: „Ik denk dat dit psychologisch van aard is. Sulfiet is een beruchte stof, waarover het verhaal gaat dat die de kater verergert.” Een placebo-effect dus.

Bovendien, benadrukken beide heren: wat is slechte wijn? Volgens Oosterbroek is het een kwestie van smaak en Horsting wijst erop dat lang niet alle wijn „waarvoor je door je knieën moet in de supermarkt”, slecht is.

Horsting concludeert: „Ik moet de wijndrinker nog ontmoeten die ongelimiteerd goede wijn kan drinken zonder een kater te krijgen.”