Kony 2012? Dat zegt me niks

Oeganda wordt geteisterd door een raadselachtige ziekte die al 170 levens heeft geëist. Over Joseph Kony en zijn moordzuchtige LRA heeft bijna niemand het in het land.

Medewerker Afrika

Kitgum. „Het probleem van ons Acholi’s is niet Joseph Kony”, zegt Michael Odongkora, „ons probleem is tegenwoordig de ziekte die onze kinderen doodt. De moordenaar van onze kinderen heet nu nodding disease.”

Odongkora (30) leeft met zijn twee vrouwen en zes kinderen in een hut van klei en riet in het dorre noorden van Oeganda. Natuurlijk weet Odongkora van Joseph Kony en zijn Verzetsleger van de Heer (LRA). Afrika’s oudste en bruutste rebellenbeweging, die eind jaren tachtig ontstond uit onvrede onder de Acholi-bevolking over de regering van president Yoweri Museveni, richtte zich gaandeweg vooral tegen diezelfde bevolking.

Meer dan 20.000 kinderen werden ontvoerd en ingezet als kindsoldaat of seksslaaf. Odongkora leefde zelf van 1997 tot 2010 met zijn gezin in een ontheemdenkamp. Maar ‘Invisible Children’, ‘Stop Kony’ of ‘#kony2012’? „Dat zegt me niks.”

Odongkora heeft geen Twitter, Facebook of tv. Hij heeft alleen een transistorradio en die zond niks uit van de wereldwijde discussie over het omstreden initiatief om aandacht te creëren voor de wreedheden van het LRA.

Nadat hij is bijgepraat, vraagt hij zich hardop af: „Waarom hebben mensen het nog over het LRA?” De rebellen hebben geen aanval meer uitgevoerd in Oeganda sinds zij in 2006 door het leger werden verdreven naar Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek. De ontheemdenkampen in Noord-Oeganda zijn al tijden leeg. „Wij hebben heel andere zorgen nu, waarom is daar geen aandacht voor?”

Hij doelt op de raadselachtige ziekte die volgens de Oegandese overheid ten minste 170 levens heeft geëist en zeker 3.000 kinderen heeft besmet. Een ziekte die niet voorkomt in de rest van Oeganda, waarvan geen medicus ter wereld de oorzaak kent en die vaak eindigt met de dood.

Een ziekte ook waar Odongkora’s twaalfjarige dochter Nancy aan lijdt. De naam, nodding disease (‘knik-ziekte’), verwijst naar het plotselinge hoofdgeknik van slachtoffers. Ze ontwikkelen stuiptrekkingen, verliezen hun spraakvermogen en reageren haast nergens meer op.

„Kinderen zijn normaal een bron van trots voor ons, maar voor Nancy zie ik geen toekomst. Ik ben bang dat ze doodgaat”, vertelt Odongkora onder een mangoboom naast zijn rieten huis – dezelfde boom waar hij Nancy aan heeft vastgebonden met een touw. Nancy staart voor zich uit, kwijl druipt uit haar mond. Af en toe grinnikt ze, terwijl haar schouders beginnen te schokken. Daarna wordt ze weer stil.

Ouders in Noord-Oeganda binden hun zieke kinderen vast om ongelukken te voorkomen. Sommige slachtoffers sterven omdat de knik-ziekte hun hersens en groei aantast, wat resulteert in het uitvallen van essentiële lichaamsfuncties. Maar andere kinderen gaan dood omdat ze in hun staat van verdwazing de rivier in lopen wanneer hun ouders op het land werken. Of ze lopen schrammen op die leiden tot infecties. Aangezien de dichtstbijzijnde kliniek tientallen kilometers verderop is, ziet Michael Odongkora maar één oplossing: Nancy ketenen aan een boom. „Als een hond, ja”, zegt hij. Zijn varkens zijn vrijer dan zijn dochter.

Knik-ziekte mag volgens Noord-Oegandezen een groter probleem zijn dan het LRA, de recente publiciteit over die laatste leidt mogelijk wel tot meer aandacht voor de eerste. Oegandese journalisten en activisten die zich ergeren aan de eenzijdige manier waarop Invisible Children hun land neerzette, proberen de internationale attentie om te buigen. „Wie Oeganda wil helpen, moet niet praten over Joseph Kony, maar over knik-ziekte”, blogde en twitterde Rosebell Kagumire, een invloedrijke journalist.

In Oeganda zelf nam de media-aandacht een paar weken geleden al toe. Lokale kranten en televisie brachten de eerste beelden en verhalen. Beatrice Anywar, een parlementariër uit Noord-Oeganda, bond zichzelf in de hoofdstad Kampala vast aan een boom – ze vroeg zo aandacht voor kinderen zoals Nancy.

De Oegandese regering reageerde met een charmeoffensief. President Museveni kwam persoonlijk kijken naar 25 knikkende kinderen die per bus naar een ziekenhuis in Kampala waren gebracht. „Dat was puur onder druk van het publiek’’, zegt Anywar, „de regering is al een paar jaar op de hoogte van de ziekte die onze kinderen doodt.”

Bennard Opar vraagt om geduld. Opar werd twee weken geleden aangewezen als landelijk coördinator tegen knik-ziekte. „We hebben net honderd verplegers opgeleid die weten welke medicijnen de symptomen van knik-ziekte onderdrukken’’, vertelt hij. „We hebben ook vier klinieken geopend.”

De meeste ouders kunnen de tientallen kilometers naar een kliniek niet afleggen. „We bekijken nu of we de verplegers de gezinnen kunnen laten bezoeken”, aldus Opar. Maar, vult hij aan, tot nu toe heeft de overheid hem niet het geld gegeven dat daar voor nodig is.

„Ik begrijp niet waarom de regering ons niet helpt”, besluit Michael Odongkoro op zijn erf. Eerst liet de regering de Acholi-stam aan hun lot over tegen het moordzuchtige LRA, zegt hij. En nu de rebellen weg zijn, staan ze oog in oog met een dodelijke ziekte. Alleen, alweer.