‘Ik broedde al een lange tijd op dit boek’

Om de tussenformatie niet te hinderen wilde de VVD de publicatie uitstellen van het boek van senator Schaap over rancune in de samenleving. Want het is kritisch over gedoogpartner PVV.

In de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw leerde de liberale filosoof Sybe Schaap (1946) „de ware aard van het marxisme” kennen. Voor zijn werk als universitair docent reisde hij door Oost-Europa en raakte betrokken bij mensenrechtenbewegingen als Charta 77 in wat toen nog Tsjechoslowakije was.

Hoe meer Schaap daar discussieerde – „tijdens huiskamerbijeenkomsten, half ondergronds, half bovengronds” – en hoe meer hij van Marx las, des ter sterker hij ervan doordrongen raakte dat er iets grondig fout zat in diens politieke filosofie. „Ik stuitte bij hem op een enorme haat, een grote rancune tegen het kapitalisme, tegen de bourgeoisie”, vertelt Schaap aan de telefoon vanuit Marseille. „Een positieve opbouwfilosofie kwam ik veel minder tegen. De haat richtte zich niet alleen daartegen. In zijn artikelen in de Rheinische Zeitung ging Karl Marx ook tekeer tegen allerlei volkeren: Slaven, Russen.”

In Marseille wordt deze week een bijeenkomst gehouden van het Wereld Water Forum. Als oud-dijkgraaf en oud-voorzitter van de Unie van Waterschappen en senator voor de VVD is Schaap daar nog steeds bij betrokken. De media-aandacht en de politieke reacties op zijn nieuwe boek Het rancuneuze gif. De opmars van het onbehagen heeft hij het afgelopen weekend op afstand gevolgd.

In zijn nieuwe boek, dat vandaag uitkomt, analyseert Schaap opnieuw het marxisme. Maar hij trekt lijnen door naar andere bewegingen. Die worden, zegt hij, beheerst door ressentiment, vijandbeelden en excessief ‘slachtofferdenken’: het radicale dierenactivisme en het populisme van de PVV.

„Door de opkomst van de PVV broedde ik al langer op een vervolg op mijn eerdere boeken over het ressentiment”, zegt Schaap. „Maar toen PVV-Kamerlid Martin Bosma in 2010 met zijn boek kwam, dacht ik: Bingo, nu ga ik het allemaal opschrijven. Want dat boek van Bosma, De schijn-élite van de valse munters, is een gevaarlijk boek. Gelukkig hebben waarschijnlijk meer mensen het gekocht dan gelezen.”

Waarom is Bosma’s boek gevaarlijk?

„Omdat hij zijn pijlen niet meer uitsluitend richt op de islam, maar ook op islamieten. Hij maakt personen, een bevolkingsgroep verdacht. Dat moet je niet doen. Daarmee ga je een belangrijke grens over. Eenzelfde vijandbeeld is overigens nu in opbouw ten opzichte van Oost-Europese arbeiders. Erg ongelukkig. Hoe dacht u dat het PVV-meldpunt Midden- en Oost-Europeanen in Polen viel? Daar hebben ze heel onaangename herinneringen aan anonieme kliklijnen.”

In uw boek komt Martin Bosma naar voren als een halve racist. Dat gaat tamelijk ver.

„Maar Bosma opereert op het randje, en misschien wel eroverheen. Zijn analyses doen enigszins denken aan het etnisch racisme in het Duitsland aan het begin van de vorige eeuw. Dat ging vooraf aan het biologisch racisme van Hitler. Het etnisch racisme gaat uit van de zuiverheid van een volk met een sterke nadruk op eigen cultuur en tradities, zoals destijds van de Germanen. Het verwijst naar een zuivere oorsprong van een ooit homogene bevolking, die door allerlei oorzaken bezoedeld is geraakt. Eenzelfde type benadering kom je in het boek van Bosma tegen.”

U brengt Bosma in verband met een volgens u „opmerkelijk raciale stelling”. Terwijl die stelling afkomstig blijkt van een keurig onderzoeksinstituut (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

„Maar ook die kunnen er wel eens naast zitten. Het WODC beklemtoonde in een studie uit 1997 het belang van de eigen taal, eigen godsdienst en, let op, eigen raskenmerken voor etnische minderheden. Hoewel het woord ras in het WODC-rapport tussen haakjes stond, wordt het woord dus wel degelijk genoemd. Bosma reageerde in zijn boek daarop instemmend.”

Ondertussen regeert uw partij wel met dergelijke, in uw ogen „gevaarlijke” politici.

„Ach, in de Eerste Kamer sta je toch op wat grotere afstand van het politieke bedrijf. Wij moeten de kwaliteit van de wetgeving beoordelen die het kabinet aan ons voorlegt. Het politieke oordeel over de samenwerking wordt elders geveld. Dat is voor mij een gegeven.”

Maakt u zich er nu niet te gemakkelijk van af?

„Nee, hoor. De samenwerking met de collega’s van andere partijen in de Eerste Kamer is goed, ook met de meeste senatoren van de PVV. Die partij kent gelukkig meerdere stromingen.”

Volgens Geert Wilders bent u niet goed bij uw hoofd.

„Met zijn reactie onderstreept Wilders precies mijn analyse. In het type denken waar ik me zorgen over maak, wordt iemand anders ziek verklaard, wordt de ander naar beneden gehaald. Dan hoef je er niet meer mee te discussiëren. Hetzelfde deed Wilders eerder met minister Ella Vogelaar, die hij knettergek verklaarde.”

Ook uw politiek leider, premier Mark Rutte, en de voorzitter van uw fractie, Loek Hermans, namen afstand van uw boek. Rutte zei zich niet in uw beeld van de PVV te herkennen.

„Ach, laten ze eerst mijn boek eens lezen, dan gaan we erover discussiëren. Mark kennende, zal hij dat zeker doen.”

Loek Hermans zei bovendien dat hij het beoogde tijdstip van verschijning „onhandig” vond in verband met de Catshuis-onderhandelingen.

„Ja, zoiets heb ik ook van hem gehoord, en van de voorlichtingsafdeling van mijn partij toen ik de publicatie van mijn boek aankondigde. Maar het leek me niet goed om daarmee rekening te houden. Dat mijn boek op dit moment verschijnt is louter toeval. We moeten eens af van de angst dat Geert Wilders weleens boos zou kunnen worden.”