Hogere echelons

Vorig jaar stond ik op het Boekenbal te praten met iemand in de hogere echelons van de organisatie. Dit bleef hij toch het hoogtepunt van het jaar vinden, zei hij: hier liepen de meest chique uitgevers, de P.C. Hooftprijslaureaten, ‘de ouwe leeuwen van de letteren’, de mediamensen, de academici en de gretigste jonge schrijvers die zich bezinnen op hun plek op de literaire apenrots: „Geweldig om eens per jaar die brede diversiteit bij elkaar te hebben.”

Ja, zei ik. Diversiteit. 1200 blanke mensen in avondkostuum. Een pracht doorsnede van onze maatschappij. Waarschijnlijk zei ik het niet, ik dacht het. Op het Boekenbal praat je niet echt met mensen, daarvoor is de sfeer te nerveus, je knoopt hee-hoe-gaat-ie-gesprekjes aan en terwijl die zich ontvouwen, kijk je met één oog om je heen om te zien of er niet een interessanter iemand is om mee te praten, of iemand in een mooiere jurk.

Ik heb twee kaartjes voor vanavond. Inclusief voorprogramma. Op de uitnodiging staat ‘tenue amicale’, een term die ik in mijn De Gentleman, handboek van de klassieke herenmode (1996) niet terug kan vinden. Een boek dat voor een gelegenheid als een Boekenbal een rokkostuum adviseert, ‘het elegantste dat een man kan dragen’, ‘werkelijk een respect inboezemend kledingstuk’.

Vorige week was het Wereldvrouwendag. In Nederland werd dat vooral gevierd doordat op elk tv-kanaal Caitlin Moran te zien was, een hippe Britse feministe met een suikerspin die inktzwart geverfd is, behalve één doe-’ns-normaal-grijze pluk. How to be a woman heet haar boek. Presentatoren en Jakhalzen behandelden haar alsof ze nog nooit een gesprek met een vrouw hadden gevoerd. En zij, zij voerde ze pareltjes van wijsheid als „Mannen willen dat vrouwen hun schaamhaar waxen! Het is als een belasting op je vrouw-zijn.”

Zodra de term ‘vrouw-zijn’ valt, grijp ik naar mijn revolver. Moran vertelde bij Gesprek op Twee dat ze tijdens lezingen vraagt welke vrouw er niet een doos met schoenen in de kast heeft staan die ze nooit gedragen heeft. En dan steekt nooit iemand haar hand op! En waarom zoeken vrouwen steun in hun garderobe, waarom denken ze dat kekke outfits een surrogaat zijn voor intrinsieke zelfwaarde? Tsja, die onzekerheid, hè. En door wie komt dat? Moran: „Ik houd van mannen, hoor. Jullie hebben een raket naar de maan geschoten. Jullie hebben The Beatles uitgevonden.” Maar voor de rest.

Ik heb een zwart pak, zwarte schoenen, een hagelwit overhemd een donkerblauwe das. Zo simpel is het.

Wijsheidspareltje uit De Gentleman: „Men draagt altijd een witte vlinderdas om niet met de ober verwisseld te worden.”