Gesprek tussen twee lege stoelen

Hans Hagen is kinderboekenschrijver en dichter. Zojuist verscheen zijn nieuwste bundelHoe angst klinkt (Querido).

Hij beveelt aan Het orgeltje van yesterday (1968)van Rutger Kopland.

„Het is de eerste dichtbundel die ik ooit gekocht heb, op 15 maart 1974. Kopland beschrijft diepe gevoelens maar met een nuchtere kijk. Er is altijd ruimte om adem te halen. Het gaat over leven zoals het is: huilen, lachen en weer verder gaan. De gedichten zijn kleine observaties, treffend in hun simpelheid, over de breekbaarheid van de gewone dingen. Er staat ook een soort kinderversje in, over de twee kabouters At en Ot, ‘zo klein dat zij niet in de mens/ geloofden, alleen een beetje in god’. En dan komt er een prinsesje, die steekt ze in haar zak. De kabouters denken dat zij God is. Dat je zo onschuldig tegen de wereld kunt aankijken!

„Maar hij schrijft ook over de dood van zijn vader. En dat hij dan diens jas krijgt: ‘Daar stond ik dan en voelde/ aan de mouwen en bij het sluiten/ van de knopen hoe dood hij was.’ De somberheid wordt hier zo opgelicht dat die draagbaar wordt. Dat is het knappe van Kopland.

„Neem de Gesprekken. De eerste gaat over ‘de geheimen van het leven’: ‘Jij hebt natuurlijk ook je geheimen/ zei hij. Wat kon ik zeggen, ieder/ antwoord was waar en onwaar. Ik had/ toch net geprobeerd geheimen met hem/ te delen. Wat ik niet zeggen kon/ was voelbaar. // Laten we het, om dichtbij te blijven/ vergelijken met het gesprek in onze / boomgaard tussen twee lege ligstoelen.

„Dat beeld van die twee lege stoelen in gesprek in de boomgaard! Schitterend, dat kan ik me helemaal voorstellen. Mijn opa had een kersenboomgaard, met plukkers op hoge houten ladders. En de opperman riep ze dan aan naar beneden als zijn mandje vol was, even koffie of een sigaretje. Dit gedicht vind ik het mooiste van de bundel.

„Ieder heeft zijn eigen gedachten bij een gedicht, maar een goed gedicht zet je wel op een ander spoor. Het tilt je even uit de gewone loop der dingen. Even opzij kijken. In poëzie ben je zelf het personage. De woorden laten jou kijken. Kopland laat ook woorden weg, een gedicht hoeft niet alles voor te zeggen. Dat is vervelend, als je moet gaan vinden wat de schrijver vindt.

„Doet het jou denken aan mijn gedichten? Eigenaardig, dat zei mijn vrouw Monique net ook toen ik wat voorlas. Dit zit helemaal in jouw hoek, zei ze.”