‘Geitenhouder aansprakelijk voor schade Q-koorts’

Advocaten willen proberen geitenhouders aansprakelijk te stellen voor de gevolgen van de Q-koorts. Mogelijk zijn er 50.000 mensen besmet. Een rechtszaak kan wel tien jaar duren.

De Q-koorts is veroorzaakt door de Coxiella-bacterie onder geiten en schapen. Via onder andere mest die over het land werd uitgereden, sprong de bacterie over op de mens. Foto Evelyn Jacq

Sinds een paar maanden zijn de rillingen ineens terug. De jeugdige grootmoeder uit Heusden is „stik benauwd” dat ze weer ziek wordt. Ze is de vorige aanval van de Q-koorts nog maar net te boven. Die heeft haar gezichtsvermogen aangetast. „Mijn afweersysteem was in een klap weg en toen heb ik gordelroos in mijn gezicht gekregen.”

Ze voelt zich kwetsbaar en in de steek gelaten door de overheid die het lot van de Q-koortspatiënten in Brabant en Limburg niet meteen serieus heeft genomen. Toen de Q-koorts in 2007 uitbrak onder geiten en schapen, ging de aandacht eerst naar de bedrijven, de patiënten kwamen op de tweede plaats, vinden ze. „De economie gaat voor de volksgezondheid”, zegt ze.

In de hal van het cultureel centrum in Schijndel hebben zich meer dan tweehonderd Q-koortspatiënten verzameld. De meesten lijden aan een chronische variant: de ziekte kan elk moment oplaaien. Ze zijn komen luisteren naar de Nijmeegse letselschadeadvocaten Ivo Sindram en Luc Rohof die geitenhouders aansprakelijk willen stellen en schadeclaims willen eisen.

De Q-koorts is veroorzaakt door de Coxiella-bacterie onder geiten en schapen. Via onder andere mest die over het land werd uitgereden sprong de bacterie over op de mens. De eerste patiënten zijn ziek geworden in 2007, de meesten in 2009, sommigen nog daarna. Inmiddels zijn er ten minste 24 mensen geregistreerd die aan de ziekte zijn overleden. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zijn er mogelijk 50.000 mensen besmet geraakt. Het duurde sinds het begin van de uitbraak bijna twee jaar voor toenmalig minister van Landbouw, Gerda Verburg, maatregelen trof.

Verschillende mensen in de zaal vertellen dat ze zich aanvankelijk niet serieus genomen voelden door hun huisarts. „Het zou wel aan mijn relatie liggen, of aan stress op mijn werk”, vertelt een jonge vrouw die na twee jaar net weer voorzichtig aan het werk is, maar ’s avonds te moe is om het huishouden te doen, laat staan sociale contacten te onderhouden. Sommige mensen hebben hun bedrijf moeten verkopen.

De avond is georganiseerd door patiëntenvereniging Q-uestion, die al vaker zulke bijeenkomsten hield. De behoefte is groot om te praten en ervaringen te delen. Nu het om schadeclaims gaat, is de belangstelling extra groot.

De advocaten Sindram en Rohof willen het spoor volgen dat Ingeborg Haazen onlangs uitzette in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht. Daarin stelt zij dat het wellicht mogelijk is de geitenhouders aansprakelijk te stellen op grond van de zogenaamde ‘risicoaansprakelijkheid’. Die houdt in dat het alleen al onder zich hebben van een gevaarlijke stof, in dit geval de Coxiella-bacterie, de geitenhouder aansprakelijk maakt, ongeacht of hij veiligheidsmaatregelen heeft genomen. Haazen maakt een vergelijking met de aansprakelijkheid van ouders die hun kind met een bal op straat laten spelen. Als de bal, ondanks alle waarschuwingen, toch door een ruit gaat, zijn de ouders aansprakelijk: ze weten dat dit kan gebeuren.

Ook de geitenhouders hadden kunnen weten dat er iets kon gebeuren, omdat de gevaren van de bacterie bekend waren in de branche. Ingeborg Haazen: „Uit een evaluatie van de overheid zelf – het rapport-Van Dijk – blijkt dat alle relevante organisaties op de hoogte waren.”

Maar hoe weet je welke geitenhouder wie besmet heeft? Bij geïsoleerde uitbraken valt de boerderij soms goed te herleiden. „Maar ik ben besmet op een fietstocht van Oss naar Maasbommel”, roept een man uit de zaal. „Moet ik dan bij alle boerderijen aanbellen om te vragen of ze soms Q-koorts hebben gehad?”

Dat is moeilijk, erkent Haazen. Maar ze denkt dat ze een beroep kan doen op een artikel in het Burgerlijk Wetboek (6:99) waarin de rollen kunnen worden omgedraaid: als vaststaat dat de besmetting door een van die boeren is veroorzaakt, wordt de bewijslast omgedraaid en moet de geitenhouder aantonen dat hij níet de veroorzaker was.

Samen met de rechtsbijstandsverzekeraars DAS en Achmea denken de advocaten een zaak te kunnen maken. „Maar het is zeker geen gelopen race”, klinkt het bij herhaling. „We willen geen valse verwachtingen wekken.”

Sindram en Rohof roepen de patiënten op zich aan te melden voor een schadeclaim, om hun persoonlijke situatie in kaart te brengen en de geleden schade te laten berekenen. Het regent vragen uit de zaal. „Wat als ik geen rechtsbijstandsverzekering heb?” „Wat heeft het voor zin je aan te melden als je geen idee hebt waar de besmetting vandaan is gekomen?”

De advocaten benadrukken dat aanmelden op zich niets kost. Je kunt je altijd nog bedenken, of je verder wilt en eventueel geld wilt uitgeven, want ja, de advocaten werken natuurlijk niet gratis. Ze hebben al 112 aanmeldingen binnen, het moeten er nog meer worden. „Hoe meer feiten we hebben, hoe meer kansen.”

Ze bereiden zich voor op een langdurige zaak die misschien wel tot de Hoge Raad of tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kan leiden. Dat kan wel tien jaar duren of zelfs meer, zegt Ivo Sindram. Juridisch zijn de kansen klein, geeft hij toe. „Maar we moeten alles doen, want de schade is heel groot.”