‘Géén piloot. Het toestel vliegt vanzelf. Geen piloot.’

Op 4 juli 1989 boorde een Russisch MiG-gevechtsvliegtuig zich in de slaapkamer van de 18-jarige Wim Delaere in Bellegem. Tom Lanoye schreef er dit jaar het Boekenweekgeschenk over. Wouter Van Driessche reconstrueerde wat er écht gebeurde.

Foto Patrick Holderbeke

Dinsdagochtend 4 juli 1989, 10.40 uur. Bij de politie, de brandweer en de dienst 100 in Kortrijk beginnen alle telefoons te rinkelen. „Zeg, er is hier een vliegtuig neergestort op een huis”, meldt een gejaagde stem. „Alles ligt in puin. Als er nog mensen binnen waren, zijn ze zeker dood.” Om 10.37 uur horen de inwoners van Bellegem, op nauwelijks 5 kilometer van Kortrijk, een oorverdovende knal. Tussen de glooiende velden stijgt een vuurbal op. Daarboven cirkelen twee straaljagers in een achtvormige lus. Hun motoren gieren.

„De MiG is gecrasht op een woning aan de Doornikserijksweg nummer 273”, kraakt de radio van alle hulpdiensten. Het huis staat binnen de kortste keren in lichterlaaie. „We horen geen hulpgeroep”, schrijft een brandweerman in zijn verslag. „Wel het gehuil van een hond.” De munitie van de straaljager explodeert, brokstukken worden tot 46 meter ver geslingerd.

Er is paniek. Welke munitie had de MiG aan boord? Had hij kernkoppen? Of één of ander chemisch wapen? Om 10.47 uur treedt het rampenplan in werking, om 10.55 uur arriveert een detachement militairen met machinegeweren. In minder dan twintig minuten wordt een ingedut boerendorp een oorlogsgebied.

„Burgemeester! De Russen zijn geland! De Russen! In Bellegem!” zal iemand Antoon Sansens die middag toeroepen. Burgemeester Sansens rijdt met gierende banden naar de plaats van de crash. „Ik kon het niet geloven”, zegt hij 23 jaar later. „Nog altijd niet. Wat er toen gebeurde, tart alle verbeelding.”

De MiG vliegt het raam van een slaapkamer binnen. Om 14.56 uur vindt de brandweer daar het lichaam van de 18-jarige Wim Delaere, die na zijn examens was blijven uitslapen. Zijn beige deken nog om hem heen. ‘Avion’ staat op zijn pyama.

Een uur voor de crash. In het het radarcentrum in het Noord-Duitse Lüchow gaat een alarm af. Een ‘zombie’ – codetaal voor een niet-geïdentificeerd en mogelijk vijandelijk vliegtuig – dringt op 12,5 kilometer hoogte het NAVO-luchtruim binnen. Het vliegt met een snelheid van 800 km/u en het beantwoordt geen radio-oproepen.

Bij elke toer van de radar, om de twaalf seconden, schuift het bliepje wat verder op richting Westen. Linea recta naar het Ruhrgebied, het industriële hart van West-Duitsland.

Iedereen wordt zenuwachtig, voor paniek lijkt niet meteen reden. In de Koude Oorlog is dooi ontstaan, een maand eerder hebben de Russen en Amerikanen een verdrag gesloten ‘ter voorkoming van een oorlog per ongeluk’. Bij toevallige grensoverschrijdingen als deze mag geen kwade wil verondersteld worden, hebben ze afgesproken. Tenzij er aanwijzingen van het tegendeel zijn.

Zijn die er? Een verrassingsaanval met één vliegtuig is te gek voor woorden. Al was het maar omdat de Russische president Gorbatsjov op ditzelfde moment in de lucht hangt richting Parijs. Nee. Waarschijnlijk is de piloot onwel geworden. En anders gaat het om een deserteur. Of in het slechtste geval: een provocateur. Hoe dan ook moet er ingegrepen worden.

9.42 uur. Vanaf de Nederlandse NAVO-luchtmachtbasis Soesterberg stijgen twee Amerikaanse F15’s op. Hun missie: de indringer onderscheppen, identificeren en dwingen om te landen. Beide toestellen hebben acht raketten aan boord. Uit voorzorg.

Om 10.06 uur hebben ze nieuws. „(...) Er schijnt geen piloot in te zitten. Géén piloot. De cockpitkap is weg. Het toestel vliegt vanzelf. Geen piloot. Geen cockpitkap (...) De piloot is blijkbaar uit het vliegtuig gesprongen.”

Zero One meldt „geen zichtbare wapens”. Een overloper blijft de meest plausibele verklaring. Maar waarom gebruikte hij dan zijn schietstoel? Waarom stak hij niet gewoon zijn landingsgestel uit – de witte vlag van de piloten? En vooral: waarom blijft zijn vliegtuig gewoon verder vliegen? Automatische piloot? Hééft een MiG die überhaupt? Niemand die het zeker weet, niemand om het aan te vragen. Een hotline met de Sovjet-Unie heeft Europa niet. Alleen de VS hebben die – de roemruchte rode telefoon.

De onbemande MiG blijft – geëscorteerd – verder vliegen. Van Duitsland via Nederland naar België. Om 10.22 uur scheurt hij 14 kilometer boven Tongeren het Belgische luchtruim binnen. Burgervliegtuigen worden omgeleid, generaals plegen koortsachtig overleg. Zelfs zonder ‘zichtbare wapens’ is dit een potentieel massavernietigingswapen. Het vliegt over Antwerpen, zet koers naar Gent.

„Je zou denken: schiet het ding gewoon uit de lucht, maar dat is de gevaarlijkste optie”, zegt toenmalig minister van Landsverdediging Guy Coëme (PS). „Als je een vliegtuig op zo’n grote hoogte neerhaalt, crashen er brokstukken in een straal van 50 tot 100 kilometer. Een enorm risico, boven het dichtbevolkte Vlaanderen.”

De legertop hoopt dat de MiG de Noordzee haalt, daar kunnen ze hem relatief veilig kapotschieten. Zo ver komt hij niet. Voorbij Kortrijk duikt de MiG pijlsnel. De brandstof raakt op, de stuwkracht neemt af. ‘It pancakes’, melden de escorterende piloten. Pilotentaal voor: het stort plat – als een pannenkoek – naar beneden.

Om 10.37 uur verdwijnt de MiG van de radar. Hij hakt drie sparren doormidden, ontwortelt een paar bomen en crasht.

‘Zo’n absurd ongeluk, dat kun je gewoon niet vergeten”, zegt Louis Tobback, destijds minister van Binnenlandse Zaken (SP). „Ik weet nog dat ik aan Albert Camus dacht toen ik in Bellegem aankwam. Aan het revolterende noodlot waar hij zo vaak over schreef. Rond de plaats van de crash waren alleen maar weiden en velden. Amper een handvol huizen. En dan crasht zo’n vliegtuig net in die ene kamer waar een jongen ligt te slapen. Waanzin. Tien meter verder, en er had niemand hoeven sterven. Dan hadden we wellicht eens goed om die straaljager gelachen – die Russen toch!”

Die Russen blijven na de ramp opmerkelijk stil. Aanvankelijk weigeren ze zelfs te erkennen dat de MiG-23/29 van hen is – er zijn er zoveel. Pas twaalf uur na de crash stuurt het staatspersbureau Tass een korte, officiële reactie de wereld in: tijdens een trainingsvlucht kwam een Russisch vliegtuig in de problemen. De piloot gebruikte zijn schietstoel en overleefde. „Het vliegtuig kwam neer op het territorium van België.” Over het dodelijke slachtoffer geen woord.

Vele vragen zijn er. Hoe de MiG, als het technische problemen had, nog duizend kilometer kon vliegen, zonder piloot. Waarom Moskou niet waarschuwde dat het toestel eraan kwam. En waarom ze de MiG niet aan hun grenzen uit de lucht schoten? De crash van de MiG in België is wereldnieuws.

Een dag later reageert president Gorbatsjov. „Ik betreur dit ongeluk”, zegt hij op de Franse televisie. „We hebben onze condoleances overgebracht aan de Belgen. Dit soort ongelukken valt nooit helemaal uit te sluiten, maar we moeten ze wel op alle mogelijke manieren trachten te vermijden.”

Dat vindt ook de Opperste Sovjet, het Russische parlement. Het roept minister van Defensie Dmitry Yazov op het matje. De top van de luchtmacht staat voor schut. Alweer: in 1987 slaagde de 19-jarige Duitser Mathias Rust erin om met een klein sportvliegtuigje op het Rode Plein te landen. Ook toen faalde het radarsysteem van het Warschaupact.

De Russische staatspers is ongemeen scherp en kritisch. Pravda, de krant van de Communistische Partij, hekelt de „onmiskenbare zorgeloosheid en nalatigheid” van de luchtmacht. Volgens de krant moest de legertop de crash vernemen via westerse media.

Pravda meldt ook meer details over de vlucht. De piloot die zijn schietstoel moest gebruiken, is kolonel Nikolai Skuridin, een eersteklasgevechtspiloot met meer dan twintig jaar ervaring. Op dinsdagochtend 4 juli stapt hij om 9 uur op de basis Kolobrzeg in Polen in een MiG voor een trainingsvlucht, schrijft Pravda. Het is prachtig weer. Skuridin blaakt, hij is net terug van vakantie.

Maar vrijwel meteen gaat het mis, vertelt een aangeslagen Skuridin twee dagen later in een interview met Pravda. „Alles ging goed tot op een hoogte van 90 meter. Toen hoorde en voelde ik een klap. De snelheid daalde snel van 550 tot 350 kilometer per uur, het toerental ook. De motor viel uit.” Skuridin meldt het probleem aan de vluchtleiding. „132, spring”, krijgt hij te horen – 132 was zijn codenaam. Op 130 meter hoogte wordt hij uit zijn cockpit gekatapulteerd. Onder zich ziet hij zijn vliegtuig wegschieten, gevolgd door een zwarte rookpluim. Hijzelf landt met zijn parachute in een boom.

Negentig seconden later zijn zijn oversten al op de hoogte. Meteen bellen ze met Moskou. Er is op lage hoogte een piloot ‘uitgestapt’, melden ze. „En het vliegtuig?” vraagt Moskou. „Dat is in de Baltische Zee gestort zonder verdere schade te veroorzaken”, klinkt het.

„Wie had kunnen voorzien dat de motor weer zou aanslaan en dat het vliegtuig duizend kilometer verder zou vliegen?”, vraagt Skuridin retorisch aan Pravda. „Als ik had geweten wat de dramatische gevolgen zouden zijn – de dood van een jongen – was ik blijven zitten. Dan zou ik nooit, voor geen geld ter wereld, uit het vliegtuig zijn gesprongen.” En: „Ik heb een brief geschreven aan de familie van de Belgische jongen die om het leven kwam. Ook al besef ik zeer goed dat geen enkele verontschuldiging hun bittere verdriet kan verzachten.”

Of het verhaal van Skuridin klopt moet Jean-Marie Coppens uitzoeken, de vervanger van de Kortrijkse Procureur des Konings die met vakantie is. „De druk was gigantisch”, vertelt hij aan de telefoon. „De Russen eisten hun wrak terug. Maar eerst wilden de Amerikanen het inspecteren. Het ging om een nieuw prototype, blijkbaar. En intussen moest ik mijn werk doen.”

Het ministerie van Justitie laat Coppens al snel weten dat een rechtszaak tegen de Sovjet-Unie „irrealistisch” is – alles moet in der minne geschikt worden. Mark Eyskens, dan minister van Buitenlandse Zaken, bemiddelt. Hij laat Coppens naar Brussel komen voor een bijeenkomst met een dozijn Russische diplomaten en generaals. Eyskens: „We moesten op eieren lopen. De geschiedenis kantelde, dat voelde iedereen. Het IJzeren Gordijn was aan het openschuiven – vier maanden later viel de Muur. We mochten niets doen om dat in gevaar te brengen.

„We hadden daar ook geen enkele reden toe. Het ongeluk met de MiG was onwaarschijnlijk tragisch, maar het was ook maar wat het was – een ongeluk. Een valse noot in een orkest dat de instrumenten stemde om een symfonie te spelen. Ik heb er nadien ook nooit meer met Gorbatsjov over gesproken.”

Coppens gooit het op een akkoordje: Rusland kan het wrak terugkrijgen als het zich formeel verplicht de slachtoffers schadeloos te stellen.

Uit onderzoek van de zwarte doos met vluchtgegevens lijkt het verhaal van piloot Skuridin te kloppen. De motor is na het opstijgen niet één, maar twee keer uitgevallen. Telkens slaat hij na een paar seconden om onverklaarbare redenen weer aan.

Belgische experts stellen een geheim onderzoeksrapport op, dat deze krant 22 jaar na dato kon inkijken. Wellicht haperde de motor door kortsluiting in een contactfiche. De kortsluiting werd waarschijnlijk veroorzaakt door de vochtige lucht rond Kolobrzeg, een basis aan de Baltische zee. De automatische piloot stuurde het toestel weg van de zee, almaar rechtdoor.

De Russische radars sloegen er geen acht op, want het vloog van oost naar west.

De Russen maken haast met hun schadeloosstelling. Eind november maken ze 625.000 euro over naar België.

Het grootste deel daarvan gaat naar de familie Delaere. Maar ook de ondernemers op de Doornikserijksweg worden gecompenseerd voor het verlies aan klanten – ook de ‘herbergiersters’ van zaken met veelzeggende namen als Ibis en Madonna. Coppens: „Van hen aanvaardde ik de gederfde drankinkomsten, berekend op de omzet van 1988. Het moest wel een beetje serieus blijven, natuurlijk.”

Het heikele punt is de morele schadevergoeding voor de familie Delaere. Dat blijken de Russen niet te kennen in hun rechtssysteem. „Dat is ook een moeilijk begrip”, zegt Philippe De Jaegere, die optrad als raadsman voor de Delaeres. „Hoe bereken je in godsnaam een gebroken leven?”

Copyright De Standaard