'Elk bericht over een beroemde zelfmoord levert een epidemie aan zelfmoorden op'

De aanleiding

Hersenonderzoeker Victor Lamme deed zijn bewering in zijn vaste wekelijkse column in deze krant. De column ging over euthanasie. Lamme schreef dat euthanasievereniging ‘Uit Vrije Wil’ „de boer opging” met beroemdheden die hebben gezegd dat ze zelf willen kiezen „wanneer ze uit het leven stappen”. Euthanasie kan hierdoor een modeverschijnsel worden, schreef hij. Vervolgens maakte hij een vergelijking met zelfmoord als modeverschijnsel, met daarin bovengenoemde bewering, die voluit luidt: „Ieder krantenbericht over een beroemde zelfmoord levert een kleine epidemie aan zelfmoorden op. Juist bij beslissingen over leven en dood is vrije wil een illusie.”

Interpretaties

Zet berichtgeving over zelfmoord van beroemdheden aan tot zelfmoord, dat is de vraag. Een ‘kleine’ epidemie interpreteren we hier als alles wat volgens wetenschappelijke normen statistisch relevant is.

Lamme legt desgevraagd uit dat hij met zijn bewering op het Werther-effect doelt. Een onderzoek uit 1974 waarin psycholoog David P. Phillips de term lanceerde, toonde aan dat het aantal zelfmoorden in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten toenam direct na berichtgeving over een zelfmoord, in het gebied waar de desbetreffende zelfmoord had plaatsgevonden. Phillips onderzocht de periode 1947-1968.

Phillips noemde het effect naar de hoofdpersoon uit de dagboekroman Het lijden van de jonge Werther (1774), de eerste roman van Goethe. Werther neemt in zijn dagboek afscheid van het leven (in het bijzonder van de onbereikbare Lotte), met twee pistolen en de woorden: ‘Ze zijn geladen – de klok slaat twaalf. Zo zal het dan zijn! - Lotte! Lotte, vaarwel! Vaarwel!’ In Goethes tijd zouden talloze jonge mannen zich op een vergelijkbare manier van het leven hebben beroofd. Het boek werd daarom in sommige landen verboden. Het fenomeen wordt ook wel copycat effect genoemd.

En, klopt het?

Over de aanstekelijkheid van de zelfmoord van de jonge Werther heeft Goethe zelf gezegd: „Mijn vrienden [...] dachten dat ze poëzie in werkelijkheid moesten omzetten.” In 2005 is wetenschappelijk onderzoek verricht naar de vraag of Werthers gedrag daadwerkelijk veelvuldig werd gekopieerd. Enkele individuele gevallen werden gevonden, maar bewijs voor wijdverbreide navolging was er niet.

In onze tijd is het copycat effect talloze malen onderzocht. De meeste wetenschappers zijn het erover eens dat imitatie-effecten eerder optreden na berichtgeving over echt gedrag dan na een berichtgeving over fictief gedrag. Dat verschil laten we hier verder buiten beschouwing.

De zelfmoord van grunge-icoon Kurt Cobain in 1994 vormde aanleiding tot nieuw onderzoek naar het Werther-effect. Zo keek een groep wetenschappers of het aantal zelfmoorden in Seattle, waar de Nirvana-zanger vandaan kwam, in de week na zijn dood was toegenomen. Het Werther-effect bleef uit, maar er was wel één duidelijk geval van kopieergedrag. Een fan die elk Nirvana-album had én drugsproblemen schoot zich na de wake voor Cobain door het hoofd.

De onderzoekers benadrukken dat de media in het geval van Cobain over het algemeen verantwoordelijk handelden. Zo vermeldden veel media het telefoonnummer van de kliniek – dat een hoger aantal ‘wanhopigen’ aan de lijn kreeg dan gemiddeld. De media speelden hierdoor mogelijk juist een rol in het voorkomen van zelfmoord. Dit wordt het Papageno-effect genoemd.

In 2010 verscheen een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek waarin werd gekeken hoe er precies over zelfmoord werd bericht. De onderzoekers, die keken naar de gevolgen van 497 zelfmoordberichten in Oostenrijkse gedrukte media over de eerste helft van 2005, maakten onderscheid tussen zelfmoordmethodes (verhanging, springen, etc.) en ook tussen de manier waarop erover werd bericht (stond de zelfmoord in de krantenkop, was het artikel sensationeel, etc). Ze keken niet specifiek naar beroemdheden.

Een Werther-effect werd gevonden bij herhaalde berichtgeving over zelfmoorden van een bepaald type. Ook het beschrijven van ‘zelfmoordmythen’ (bv. dat iemand die over zelfmoord praat geen zelfmoord pleegt) leverde een Werther-effect op. Individuele ideeënvorming over zelfmoord waarbij niet over gedrag werd geschreven, leverde een Papageno-effect op, evenals artikelen die gingen over wat je kunt doen als je in een zelfmoordcrisis bent beland.

Dat het aantal zelfmoorden kan toenemen als er veelvuldig over een bepaalde methode wordt geschreven, was al eerder aangetoond. Sinds de aanleg van de metro in Wenen in 1974 was het aantal springers daar gestaag toegenomen. In 1987 bracht een onderzoeksgroep verslag uit over de invloed van de berichtgeving hierop en lanceerde een mediacampagne waarna er minder (inhoudelijk) over metrozelfmoorden werd geschreven. In het half jaar erna nam het aantal zelfmoorden met 80 procent af ten opzichte van het jaar ervoor.

Conclusie

De besmettelijkheid van zelfmoord wordt het Werther-effect genoemd. Berichtgeving over een bepaalde zelfmoordmethode kan leiden tot een toename in het aantal zelfmoorden van dat type. Maar andersoortige berichtgeving in kranten kan zelfmoord ook juist voorkomen: het zogeheten Papageno-effect.

Dat berichtgeving over zelfmoord zelfmoord kan uitlokken, is bewezen. Dat berichtgeving over zelfmoord van beroemdheden tot zelfmoord kan leiden, is ook bekend. Maar de bewering dat „ieder krantenbericht over een beroemde zelfmoord” leidt tot een „kleine epidemie” aan zelfmoorden is niet waar. Het ligt er vooral aan hoe erover wordt bericht. Wij beoordelen de claim daarom als half waar.