Economie India gebaat bij terugdringen bureaucratie

Iedere Indiase autorijder kan je vertellen dat het van cruciaal belang is op ieder moment klaar te zijn om van richting te veranderen. U-bochten kunnen uitkomst bieden op het chaotische wegennet van India, maar zijn een gevaar als het om het sturen van de economie gaat. Na jaren van plotselinge beleidswijzigingen en gebroken beloftes is de grootste verrassing waarmee de Indiase regering nu op de proppen kan komen om standvastig te zijn.

Neem de export van Indiaas katoen. Die werd op 5 maart in de ban gedaan, maar de Nationale Congrespartij, een lid van de regeringscoalitie, was daar niet zo blij mee. Nog geen week later leek het erop dat de ban weer zou worden opgeheven. Het gezond verstand leek te zegevieren. Maar een verklaring van 12 maart duidt erop dat het verbod misschien toch wordt gehandhaafd.

Het katoenverhaal doet denken aan de koerswijziging op het terrein van de directe buitenlandse investeringen in december. Destijds was het plan dat de regering aanvankelijk voor ogen stond redelijk. Het voorzag in méér concurrentie in een inefficiënte sector. Maar een dreigement van een andere coalitiepartner, het West-Bengaalse Trinamool, liet het plan schipbreuk lijden.

Misschien ontbeert de regering van de Congrespartij overtuigingskracht. Of misschien is zij gewoon te zwak en te verdeeld om haar beloftes gestand te doen. Naast de plannen met de detailhandel en de katoensector is er een lange lijst van initiatieven die nog niet ten uitvoer zijn gelegd: het inperken van de brandstofsubsidies, een efficiënter belastingstelsel, het opheffen van de beperkingen op de buitenlandse investeringen in het bank- en verzekeringswezen, en hervormingen van het grondbezit en de mijnbouwsector.

Beleggers zijn gewend geraakt aan de zwakke besluitvorming. Met nog twee jaar te gaan tot de volgende algemene verkiezingen weet de Congrespartij wat haar te doen staat om de economie en de electorale vooruitzichten nieuw leven in te blazen.

Maar omvangrijke hervormingen en doortastende initiatieven lijken te veel gevraagd van de huidige politieke leiders. In plaats van het doen van beloften die toch niet worden nagekomen, zou de regering zich beter kunnen beperken tot de details van het zakendoen in India – het verminderen van de tijd die nodig is om een bedrijf op te zetten (of er een te sluiten), en het kortwieken van het aantal benodigde formulieren, vergunningen en licenties.

Het terugdringen van de regelgeving, die de Indiase economie nodeloos hindert en vertraagt, zou tot een aanzienlijke productiviteitsstijging leiden, zonder hoge politieke kosten voor de regering. Een bijkomend voordeel is dat de verwachtingen van de markt zó laag zijn, dat ieder posief signaal op een onevenredig warm onthaal zal mogen rekenen.

Vertaling Menno Grootveld