Dolgedraaid door de oorlog

De oorlogsmoeheid heeft toegeslagen, bij zowel Amerikanen als Afghanen. Irritaties over en weer leiden tot bloedige excessen.

Correspondent Afghanistan

De angst sloeg westerse diplomaten en militairen afgelopen weekend om het hart toen ze hoorden dat een – waarschijnlijk doorgedraaide – Amerikaanse sergeant zestien Afghaanse burgers had doodgeschoten in Kandahar, in het zuiden van het land. Ter voorkoming van woedende protesten, zoals onlangs na de verbranding van korans door Amerikaanse militairen, moest naar hun mening maar snel worden ingegrepen. Maar voor protesten hadden ze ditmaal eigenlijk niet bang hoeven zijn.

De bittere waarheid is dat doden in Afghanistan minder zwaar wegen dan besmeurde korans. De overgrote meerderheid van Afghanen put hoop uit de Koran en richt zijn leven in volgens het heilige boek. Het beschimpen van hun geloof leidt elke keer tot grote onrusten. Gruwelijke moorden en mensenrechtenschendingen doen dat niet.

Eind vorig jaar leidden schokkende beelden van Amerikanen die over dode Afghanen heen plasten niet tot demonstraties. In datzelfde jaar doodde een zogenaamd Amerikaans ‘kill-team’ voor de sport Afghanen en sneden ze lichaamsdelen af die ze bewaarden als trofee. Een gruwelijk incident waar de Afghanen ook niet de straat voor op gingen.

Maar toen een Amerikaanse pastoor in april vorig jaar in Florida een koran wilde verbranden, was het mis. Een compound in de noordelijke stad Mazaar e Sharif werd bestormd en negen VN-diplomaten kwamen om, twee door onthoofding.

Vorige maand ontstond een ware golf van volkswoede nadat Amerikaanse soldaten de vaak streng islamitische Afghanen diep hadden gekwetst door korans te verbranden waar anti-westerse teksten in waren geschreven door gevangenen. Dagenlang waren er demonstraties waarbij vele doden vielen. Rellende Afghanen vielen ISAF-kampen aan. Ook kwamen twee Amerikaanse adviseurs op mysterieuze wijze om, vermoedelijk doodgeschoten door een Afghaanse collega die uit woede over de korans zijn wapen pakte en de Amerikanen met een schot in hun hoofd ombracht.

Dat grote volkswoede uitblijft na het jongste incident, met de dolgedraaide Amerikaanse militair, lijkt geruststellend, maar dat is het niet. Het incident is het zoveelste teken van slopende oorlogsmoeheid onder zowel de Afghanen als Amerikanen. De laatste maanden kwamen tientallen meldingen over Afghaanse soldaten die hun Amerikaanse collega’s doodschoten. Afghanen zijn de Amerikaanse aanwezigheid simpelweg zat, was de conclusie in een NAVO-rapport dat eind vorig jaar uitlekte. De Amerikaanse tijd in Afghanistan is op. Steeds vaker staan Afghanen en Amerikanen recht tegenover elkaar. Niet alleen wordt over en weer geschoten en gedood, ook is er nauwelijks meer vertrouwen in het onderlinge gesprek.

Het laatste politieke gevecht ging de afgelopen weken over de Amerikaanse Bagram-gevangenis, net buiten Kabul. President Hamid Karzai, die uit alle macht probeert de regie in het land in eigen hand te krijgen, wilde zelf de controle over Bagram, waar honderden Afghanen gevangenzitten. De Amerikanen voelden daar weinig voor. Door de gevangenis over te nemen, krijgt Karzai veel macht. Hij kan deals maken met criminelen, hij kan de onderhandelingen tussen de Amerikanen en de Talibaan frustreren door tegenstanders van deze gesprekken vrij te laten.

Toch bereikten Karzai en de VS eind vorige week verrassend snel een akkoord over de overdracht van Bagram. Komende vrijdag al worden de handtekeningen gezet en het bevel over de gevangenis overgedragen aan de regering-Karzai. Het akkoord kwam er zo snel omdat het snel moest. Nu het aantal gewelddadige incidenten toeneemt, net als de woede daarover, is er geen tijd te verliezen. Want zowel de VS als Karzai dreigen de controle over hun samenwerking te verliezen.