De winnaar is

Als lid van de PvdA heb je het deze dagen niet gemakkelijk, ik merk het aan mijn vrouw. Je dient de bijeenkomsten te bezoeken waar de vijf kandidaten voor het leiderschap optreden, je moet alle krantenartikelen over hen lezen en je mag de vele tv-uitzendingen met hen niet overslaan. Pas daarna word je geacht je stem te kunnen uitbrengen.

Een dagtaak.

„Ben je er eindelijk uit?” vroeg ik haar gisteren, „of wil je nog het slotdebat dinsdagavond bij Pauw & Witteman afwachten?”

Ze schudde vermoeid het hoofd. „Ik weet het nu wel. Schrijf maar op.”

We hadden afgesproken dat ik de primeur kreeg als dank voor mijn ondersteunende arbeid als, toemaar, haar politieke assistent; onbezoldigd, helaas.

Ik werk de lijst van onder tot boven af om de spanning er een beetje in te houden. Als vijfde eindigt Lutz Jacobi. „Een aardige vrouw”, zei mijn vrouw, „maar ik begrijp toch nog steeds niet goed waarom ze wilde deelnemen.”

Martijn van Dam komt niet verder dan de vierde plaats. „Een schatje, bovendien een Eindhovenaar, wat tóch een band schept, maar hij is nog iets te piep. Maar…niet opgeven, het komt een keer goed. Laat hij nu maar even van zijn dochtertje genieten.”

Ik vroeg of we het zakelijker konden houden, maar die laatste zin moest en zou erin. Kwamen we bij Nebahat Albayrak, enigszins een pijndossier. Mijn vrouw waardeerde haar moed en vastberadenheid, maar vond haar „nogal krampachtig in de presentatie, te verbeten vooral”. Zoals bij Pauw & Witteman? „Nee! Ik vond het juist wel goed dat ze die parmantige mannetjes even op hun nummertje zette. Mijn bezwaar is meer dat ze zo váák een bitse indruk maakt. Als je stemmen wilt trekken, moet je ook iets hartelijks, iets joviaals hebben.”

We waren bij de Grote Twee beland: Diederik Samsom en Ronald Plasterk. Ik hield mijn adem in, beseffend dat een historisch ogenblik voor de partij was aangebroken. Wie van de Twee, daar ging het om. Samsom lag in alle peilingen voor, maar Plasterk leek iets in te halen dankzij de impulsieve desavouering van burgemeester Wolfsen door Samsom.

Niettemin was de afgelopen weken gebleken dat Samsom in de partij brede steun genoot. Het begrip ‘redder in nood’ werd al gehoord. Was dat grote enthousiasme niet wat griezelig? De partij had zich na Wim Kok al vaak op zijn leiders verkeken. Ik rekende het tot mijn taak als politiek assistent hierop te wijzen, maar mijn vrouw onderbrak me.

„Ik ga liever op mijn eigen indrukken af. Mijn bezwaar tegen Samsom is dat ik moeite heb lang naar hem te luisteren. Hij is zo druk, zo gejaagd, zo onrustig. Ik vraag me af of hij goed naar anderen kan luisteren. Is zijn ego daar niet te groot voor? Kan hij een goed teamleider van zijn fractie zijn? Hij heeft geen enkele ervaring als leider, en hoe komt dat, want die man is toch al veertig? Ik zou ook meer willen weten over zijn verleden bij Greenpeace, per slot van rekening kun je verwachten dat Wilders niets zal nalaten om hem daarop te pakken.”

Samsom tweede dus? „Ja. Ik stem Plasterk. Een aardige, kalme man, welbespraakt, intelligent, maar ook iemand met een vrolijke uitstraling.” Vooral op Ibiza, wilde ik zeggen, maar ik hield het nog net binnen. „Plasterk heeft ervaring als leider en als onderwijsminister; hij is nu ook sterk in financiën. Hij lijkt zachtaardig, maar hij kan fel uit de hoek komen.”

Ik geef het maar even door.