De waarde van De Pers

In een variatie op de befaamde dichtregel ‘Alles van waarde is weerloos’ van Lucebert, uit 1974, zei uitgever Theo Bouwman nog geen tien jaar geleden: „Alles wat gratis is, verloedert”.

Bouwman concludeerde dat niet belangeloos. Als directeur van PCM, een concern dat klassieke kranten uitgaf, moest hij zijn hele strategie omgooien door de komst van gratis kranten op de markt. Deze tram- en treintabloids, die hun exploitatie louter op advertentie-inkomsten moesten laten draaien, raakten de traditionele pers in de achilleshiel.

Door niet huis aan huis te bezorgen maar te distribueren bij knooppunten van het openbaar vervoer konden de gratis kranten veel kosten uitsparen. Hun entree leidde tevens tot dalende advertentietarieven.

Het nogal typisch Nederlandse concept van de abonneekrant stond op zijn kop. Zeker toen zich na Metro ook de Telegraafdochter Sp!ts en later De Pers en Dag aandienden. Een lichte hysterie maakte zich van de dagbladsector meester. Wie zijn nieuws niet gratis verspreidde, zou de slag om de lezer verliezen en ten onder gaan.

Van dit kwartet is er nog maar één echte gratis krant over. Dag hield het in 2008 een jaar vol. Sp!its is opgenomen in de redactie van De Telegraaf. Nadat krantenconcern Wegener het contract voor advertentieacquisitie met 45 miljoen euro had afgekocht, stopte initiator Marcel Boekhoorn met De Pers, dat te boek stond stond als enige gratis kwaliteitskrant. Metro houdt moeizaam stand. Ook deze pionier, die het concept over Europa verspreidde, lijdt verlies.

Het einde van De Pers is spijtig voor de redactie, die de provocatie niet schuwde. En als het waar is dat eigenaar Boekhoorn er dankzij de wanhoopssprong van Wegener zonder al te veel financiële kleerscheuren is uitgesprongen, is dat hooguit een extra hoofdstuk in diens zedenschets.

Wat velen al vermoedden, weten ze bij De Pers nu dus ook. Waardevolle informatie is niet gratis. In het midden van de markt is niet voor iedereen plaats. Maar de pluriformiteit van de pers is niet in het geding.

De sanering van de gratis markt betekent echter niet dat de dagbladsector de draad van tien jaar geleden weer gewoon kan oppakken. De advertentieopbrengsten en oplages dalen bijna overal waar internet het papier verdrijft. De economische recessie doet nu de rest.

Een extra complicatie is dat de bezitsverhoudingen in de sector het afgelopen decennium zijn opgeschud. Met elke overname zijn er nieuwe rendementsverwachtingen gewekt. In de krimpende krantenmarkt is het moeilijker geworden daar aan te voldoen met behoud van kwaliteit. In die zin dwingt het slotakkoord van De Pers ook de concurrenten tot bescheidenheid. Zonder winst kan geen krant bestaan als onafhankelijk cultuurgoed, maar de rendementseis moet wel reëel blijven. Soms is het nu eenmaal een onsje minder.