De Spotify-verlamming en andere keuzestress

In Jonathan Franzens roman Freedom zijn de hoofdpersonen onwetende slaven van de steeds grotere keuzevrijheid die de samenleving ze gegeven heeft.

Het boek dook op in het achterhoofd toen de Spotify-paradox zijn intrede deed in het bestaan van de auteur. Spotify is een dienst waar vrijwel alle muziek die je zou kunnen bedenken gestreamd kan worden naar je computer en smartphone. Prachtig, maar ook onverwacht verlammend. Want als je kunt kiezen uit alles, kom je met grote regelmaat tot niets. In dit geval: het eindeloos ronddraaien in de kleine kring van je eigen smaak. Ronddolend in het verleden tussen songs die je beter met rust had kunnen laten omdat de herinnering mooier blijkt. Of een knagend gevoel dat het nummer dat je uiteindelijk, staand naast je fiets, hebt uitgekozen het nét niet is. De investering om het te beluisteren, om er drie of vier volle minuten aan te besteden is opeens enorm, de verleiding om ten halve te keren eveneens.

Ziehier de verlamming van de te grote keuze. Een bevriende uitgeefster werd onlangs op vakantie door haar reisgenoten geplaagd met het feit dat zij allemaal een (illegale) file op hun iPad of E-reader hadden met duizenden boeken. Sta je dan met je literaire uitgeverij. Maar op haar vraag hoeveel boeken ze er daadwerkelijk van gelezen hadden, bleef het stil. Wel waren ze er in veel begonnen.

Kiezen als vloek: het Britse weekblad The Economist haalde anderhalf jaar geleden een vermaard experiment aan waarin bezoekers aan een supermarkt een kortingsbon kregen voor een pot jam. Zij werden vervolgens in de winkel geconfronteerd met een tafel met 24 verschillende potten jam óf een tafel met zes potten. De tafel met 24 kreeg beduidend meer belangstelling, maar van de bezoekers die de tafel met zes hadden bezocht kocht uiteindelijk dertig procent een pot, tegen slechts 3 procent van de mensen die de 24 potten voor ogen hadden gehad.

Niet kiezen kan, slecht kiezen ook. Uit eigen ervaring is dat samen te vatten als het ‘Brussels restaurantprobleem’. Daarbij draalt een groepje toeristen net zolang besluiteloos tussen de talloze tentjes rond de Grote Markt tot ze, geïrriteerd en hongerig, uiteindelijk en onvermijdelijk terecht komen bij het allerslechtste.

Het doet verlangen naar radio, of naar podcasts, waar iemand anders al beslist heeft wat er te beluisteren valt. Naar hits en merken, op literair, culinair, cultureel gebied. In de muziek, op de televisie, in de bioscoop en in de mode. Beslis vóór mij. Doe mij dat filmpje over Joseph Kony, zodat we het allemaal weer eens ouderwets hebben over hetzelfde. Misschien dat het winner-takes-all- principe, dat vrijwel elke bedrijfstak in zijn greep heeft, van voetbal tot literatuur, wel alles te maken heeft met een tegenreactie op keuzestress. Doen wat de anderen doen.

Op Thomann.de, een van de grootste Europese webwinkels op muziekgebied, stonden vanmorgen alleen al van de Fender Stratocaster, een elektrische gitaar, 349 varianten te koop. Hoezo stond Leo Fender, de oprichter van het bedrijf dat vorige week aankondigde naar de beurs te gaan, te boek als ‘de Henry Ford van de elektrische gitaar’? Dat moet alleen slaan op zijn massaproductie. Want een van Fords bekendste uitspraken in de jaren twintig, over zijn beroemde T-model duidt toch echt op het tegendeel: „Leverbaar in alle kleuren, zolang het maar zwart is’’.

De man was zijn tijd ver vooruit.

Maarten Schinkel