‘De rechtbank maakt gebruik van trucjes’

Robert M. volgt al heel lang berichtgeving over zedenzaken in Nederland, vertelde hij gisteren. Die is „emotioneel beladen” viel hem daarbij op.

De mensen zitten op deze tekening dichter op elkaar dan in werkelijkheid bij het proces tegen Robert M. en Richard van O. gisteren. Dat was nodig om ze op één tekening te krijgen. Van O. (linksvoor) en M. (rechtsvoor) zaten niet naast elkaar. Tussen hen is rechter Frans Bauduin te zien. Illustratie Felix Guérain

Rechter Frans Bauduin was uitgesproken en vroeg of hij en zijn collega’s de zaal mochten verlaten waar het wrakingsverzoek van Robert M werd behandeld. Eventueel wilden ze nog wel naar het Openbaar Ministerie luisteren. Maar wéér een reactie van Robert M. en zijn advocaat aanhoren, dat wilden ze voorkomen. Ze hadden vandaag andere verplichtingen, vertelden ze de rechtbank.

De drie rechters die gisteren door Robert M. werden gewraakt, hadden hun toga vanmorgen strijdbaar aangehouden. Maar op hun stoelen zaten vanmorgen andere rechters, die moeten beoordelen of zij wel onpartijdig zijn. Althans, of Robert M. terecht de indruk heeft kunnen krijgen dat dat niet zo is.

Robert M., die gespannen leek tot op het bot, nam uitgebreid het woord. Te uitgebreid, volgens de voorzitter van de wrakingskamer, J. Peeters. „Beperkt u zich tot het gevoel dat u heeft gekregen.” M. had het gevoel dat het eindvonnis in deze zaak al is geschreven. „Ik mag nooit meer vrijkomen.” En dat terwijl „op deze feiten geen levenslang staat”.

Hij had de indruk gekregen dat het spreekrecht voor ouders er „koste wat kost” moest komen. De rechtbank maakte hiervoor zelfs gebruik van trucjes, zei hij. Bauduin, gepikeerd: „Ik werp dat verre van mij. De term trucjes komt ook niet voor in het wetboek van strafvordering.”

Robert M. had al veel eerder willen wraken, vertelde zijn advocaat Wim Anker gistermiddag aan de Amsterdamse rechtbank. Maar zijn advocaten hadden hem daarvan kunnen weerhouden. Nu was ook voor hen de maat vol – hoewel ze „niet gaarne” wraken.

Met een hoge stem en Oost-Europees accent lichtte M. het wrakingsverzoek ook toe. Hij vertelde dat hij „al heel lang” berichtgeving over zedenzaken volgt. Hem viel daarbij altijd op hoe „emotioneel beladen” die zijn. „Een eerlijke rechtszaak lijkt een luxe in Nederland.”

Ook in zijn eigen zaak gaven de woordkeuze en beslissingen van de rechters hem steeds meer de indruk dat hij geen eerlijk proces zou krijgen. Toekenning van het spreekrecht aan ouders vond hij een signaal dat de rechters meer naar hun belang keken dan naar het zijne. Het riep bij hem de vraag op of „Nederland een rechtsstaat is of een ontwikkelingsland”.

In een volle rechtszaal had de rechtbank het ’s middags opnieuw gezegd. Ouders mogen spreken tijdens de rechtszaak, hoewel ze dat recht wettelijk misschien niet hebben. Maar volgens de voorzitter van de rechtbank, Bauduin, is de identiteit van „letterlijk onmondige kinderen” van „soms maar enkele weken oud”, zó vereenzelvigd met die van hun ouders dat zij namens hen kunnen spreken. Schade aan het kind, zei hij, is schade aan de ouder.

Druk gebarend, stotend met zijn vuist in de lucht, stelde Wim Anker dat de Hoge Raad in een week geleden verschenen arrest niet voor niets in „heel algemene bewoordingen” had gesteld dat niet rechters, maar de wetgever besluit over uitbreiding van het spreekrecht. Anker zei ook dat de rechtbank eerder niet had mogen zeggen dat ‘de aard en de omvang’ van deze zaak zo uitzonderlijk is, dat spreekrecht aan ouders moet worden toegekend. „De aard en de omvang moeten nog worden vastgesteld.”

Anker was ook gevallen over uitspraken van rechter Bauduin. Die had hij gedaan tijdens een formeel besloten kennismakingslunch met de pers, waaruit vorige week is geciteerd door Het Parool. Daarin zei Bauduin dat de rechtbank de identiteit van de kinderen wil beschermen „zodat ze niet hun hele leven deze treurnis achter zich aan hebben”. Hiermee, vonden M. en Anker, werd de schijn van partijdigheid gewekt.

Rechter Bauduin beschreef gisteren tijdens de zitting minutieus hoe de politie had gespeurd naar de herkomst van een truitje dat een tweejarig slachtoffertje op pornobeelden droeg. In maat 86 was er maar één verkocht, in Gouda, verder kwam de politie niet.

Maar toen beeld van het misbruikte jongetje werd getoond in Opsporing verzocht, belde de moeder meteen. Kort na haar telefoontje werd M. aangehouden. In de maanden erna bekende hij het misbruik van 87 kinderen, van nul tot 2,5 jaar oud.

Het wrakingsverzoek namens M. werd niet gesteund door het Openbaar Ministerie (OM). De officieren zeiden vandaag dat wraking niet gebruikt moet worden als verkapte manier om in beroep te gaan tegen ‘onwelgevallige besluiten’. De advocaat van M. had gisteren op televisie gezegd dat er zonder de toewijzing van het spreekrecht géén verzoek zou zijn gekomen.

Ook de advocaten van de echtgenoot van M., Richard van O., steunden de wraking niet. Zij vroegen gisteren juist om snelle voortzetting van zijn zaak. Daarmee benadrukten ze dat die toch vooral los gezien moet worden van de zaak tegen hoofdverdachte M.

De wrakingskamer hoopt morgenochtend om negen uur uitspraak te kunnen doen. „We denken dat het kan, als we vanavond doorwerken.”