Ballonnen en snoep voor dankbare arme kinderen

De overgang van Ethiopië naar Bangladesh viel de zes jonge vrijwilligers niet mee. Dhaka is immers een smeriger en hardere stad dan Addis Abeba. Maar eenmaal op het platteland viel het ze toch ook wel weer mee.

Gefascineerd kijk ik de laatste weken naar de reality soap Bloed, zweet en luxeproblemen (BNN), de bewerking van een Brits format, waarin jonge Europese consumenten in ontwikkelingslanden aan den lijve ondervinden wat de ‘prijs’ is van hun favoriete spullen.

Vorige week ontdekte het zestal dat je in een sweatshop drie keer zo veel kunt verdienen als in een officiële schoenenfabriek. Je ademt alleen wel meer lijm in en moet rekening houden met een korter leven.

Omdat de deelnemers aan het programma ook van hun inkomsten eten en onderdak moeten betalen, zijn ze nogal gespitst op kosten en baten. En ze realiseren zich dat zij na een of twee dagen weer vertrekken, en dat de kinderen die zes of zeven dagen per week koffiebonen plukken of goudkorrels zeven, weinig perspectief hebben op een beter leven.

Bijna uit zichzelf stellen sommige deelnemers desnoods twintig euro meer voor een paar schoenen te willen betalen, als de arbeiders in Ethiopië dan ondere betere omstandigheden zouden kunnen werken.

Deze levendige illustratie van het concept fair trade zou goed bij wijlen omroep LLINK hebben gepast en loopt de kans een beetje saai en voorspelbaar uit te pakken, hoe nuttig en juist ook. Maar dan hebben we buiten de vaardigheden van producent Endemol gerekend.

Met de ervaringen van Big Brother en talloze andere reality shows weten ze daar hoe je de hindernissen niet alleen in de opdrachten moet stoppen, maar ook in de psychologische verhoudingen binnen de groep, Dus werd daarin Daphne geplant, een weinig flexibele veganistische ondernemer. Die heeft weinig behoefte om de discussie aan te gaan met vleeseters of leerlooiers. Die deugen gewoon niet.

Dat wekt grote ergernis in de groep, vooral bij de goedgebekte Majellie: „Ik kan niets zeggen of ik krijg een kadaver of de ovulatie van een kip naar mijn hoofd.”

Om te voorkomen dat het zwarte schaap helemaal geïsoleerd kwam te staan in de groep, werd in Bangladesh een zevende deelnemer toegevoegd, die wel biologisch eet, maar ook vlees.

Intussen heeft Daphne het best naar haar zin in het dorp waar ze voor pruikenmakers haar moet inzamelen, in ruil voor een kleine beloning. Op een kleurrijke fiets deelt ze snoep en ballonnen uit aan dankbare kinderen: precies wat veel westerlingen het liefst zouden doen in een arm land.

Goed programma, dat alleen niet zo zijn best zou moeten doen tolken en camera’s buiten beeld te houden, alsof alle locale interacties spontaan ontstaan.