Afgang in Afghanistan

Obama wilde stilletjes weg uit Afghanistan. Maar een reeks luidruchtige incidenten gooit roet in het eten.

Redacteur Azië

Weer staan de Amerikaanse generaals in Afghanistan en hun politieke bazen in Washington met de mond vol tanden. Was het ruim twee weken geleden de verbranding van korans, zondag werden ze in de grootst mogelijke verlegenheid gebracht door het doodschieten van zestien burgers door een – naar het zich laat aanzien – doorgedraaide militair.

President Obama wist niet hoe snel hij zijn excuses moest maken voor het voorval bij president Hamid Karzai. „Dit incident is tragisch en schokkend”, zei Obama naderhand in een verklaring en hij onderstreepte dat dit helemaal niet representatief is voor het respect dat de Amerikanen voelen voor de Afghanen en hun cultuur.

De waarheid in dit verkiezingsjaar is echter dat die Afghaanse cultuur president Obama en de meeste andere Amerikanen maar matig interesseert. Het is het Witte Huis er vooral om begonnen publicitaire schade vanuit Afghanistan zoveel mogelijk binnen de perken te houden, zodat er geen onbehagen ontstaat over de missie in het algemeen.

De reeks recente incidenten – er was ook nog het pijnlijke geval van Amerikaanse militairen die urineerden op de lichamen van gedode Talibaanstrijders – bewerkstelligt echter juist het tegendeel. Ze dragen bij tot een toenemend gevoel van malaise over de missie in Afghanistan. Wat kunnen we na de inzet van honderden miljarden dollars en bijna tweeduizend doden in eigen gelederen nog bereiken in dit land, vragen steeds meer Amerikanen zich af.

Een opiniepeiling in opdracht van televisiezender ABC en dagblad The Washington Post wees afgelopen weekeinde uit dat 60 procent van de Amerikanen van mening is dat de Afghaanse oorlog „het vechten niet waard” is geweest. En 55 procent denkt dat de Afghanen de Verenigde Staten liever kwijt dan rijk zijn.

De twijfels werden treffend verwoord door de Republikeinse presidentskandidaat Newt Gingrich die zei: „Ik denk dat het heel waarschijnlijk is dat we, op tragische wijze, de levens hebben verloren en verwondingen hebben opgelopen bij een aanzienlijk aantal jonge Amerikanen op een missie waarvan we zullen ontdekken dat die niet uitvoerbaar is.”

Veel Amerikanen weten niet meer waarvoor de VS precies staan in Afghanistan. Het aanvankelijke doel – voorkomen dat groeperingen als Al-Qaeda onder de vleugels van de Talibaan opnieuw grote terroristische acties beramen vanaf Afghaans grondgebied – is allang bereikt. Maar waar gaat het nu om? Om de Talibaan voor eens en voor altijd te verslaan? Om van Afghanistan een democratie te maken? Om de steeds corruptere regering van president Karzai in het zadel te houden? Het is niet helder en zo groeit de twijfel.

Voor Obama betekent de scepsis onder de Amerikanen een streep door de rekening. Zijn strategie, waarvoor hij in 2009 na lang dubben koos, was erop gericht om eerst Afghanistan militair goed onder controle te krijgen door zending van nog eens 33.000 man extra. Vervolgens zouden de Amerikanen het gezag overdragen aan de inmiddels voldoende opgeleide Afghaanse regeringstroepen en zou de weg vrij zijn voor een tamelijk geruisloze aftocht uit Afghanistan, zonder gezichtsverlies jegens de Afghanen, de eigen kiezers en de rest van de wereld.

In het openbaar houden de Amerikaanse generaals en de NAVO nog altijd vol dat ze op schema liggen met de plannen uit 2009. Militair zijn de Talibaan inderdaad zware klappen toegebracht. Maar er is geen sprake van dat ze verslagen zijn, zoals ze steeds weer aantonen met nieuwe spectaculaire aanslagen, soms midden in de hoofdstad Kabul.

Uit onlangs uitgelekte getuigenissen van gevangengenomen Talibaan-strijders blijkt bovendien dat de Talibaan vol vertrouwen zijn dat ze Karzai’s regering zonder moeite zullen kunnen verdrijven na het vertrek van de Amerikanen. Verontrustend voor de Amerikanen is bovendien dat de loyaliteit van het Afghaanse regeringsleger dubieus is. Met enige regelmaat richten rekruten in opleiding zich op hun buitenlandse trainers, omdat ze hun aanwezigheid in Afghanistan niet kunnen verkroppen. Andere Afghaanse militairen hebben het volgens veel bronnen al op een akkoordje gegooid met lokale Talibaan-commandanten voor het post-Amerikaanse tijdperk in hun land.

Ook de Amerikanen zelf geloven minder in hun eigen strategie dan ze het doen voorkomen. Juist omdat ze tot de conclusie zijn gekomen dat ze de Talibaan niet knock-out kunnen slaan, hebben ze vredesbesprekingen met de Talibaan aangeknoopt. Eerst heel discreet, in Duitsland met Duitse bemiddeling, en sinds kort meer openlijk in de Golfstaat Qatar, waar de Talibaan juist voor dit doeleinde een politiek kantoor hebben geopend.

Of die onderhandelingen veel opleveren, is twijfelachtig. De besprekingen zijn ook nog steeds niet echt op gang gekomen doordat er onenigheid bestaat over de eis van de Talibaan om eerst een aantal gedetineerden van de Amerikaanse basis Guantánamo vrij te krijgen. De vrees bij veel Amerikaanse militairen is dat de aanhangers van de harde lijn onder de Talibaan aansturen op een mislukking van de besprekingen. Zij redeneren: waarom onderhandelen met de Amerikanen terwijl de overwinning ons na hun vertrek toch niet meer kan ontgaan?

Incidenten als die met de korans en nu met de schietende Amerikaanse sergeant zijn koren op de molen van deze vleugel van de Talibaan, die naar wordt aangenomen ook op steun kan rekenen van de machtige Pakistaanse militaire inlichtingendienst ISI. De ISI ziet de Talibaan al jaren als een geschikt middel om meer greep voor de Pakistanen te verwerven op de gang van zaken in het strategische buurland. Voor Amerikaanse belangen in Afghanistan hebben de Pakistanen minder oog, zeker sinds hun betrekkingen met Washington het afgelopen jaar sterk zijn verslechterd.

De Talibaan kondigden gisteren prompt vergeldingsmaatregelen aan voor de dood van de zestien dorpsbewoners in de provincie Kandahar. De „zieke Amerikaanse barbaren” zullen wat hun betreft de volle laag krijgen.

Vervelend voor de Amerikanen en hun westerse bondgenoten is ook dat dit soort incidenten de westerse inspanningen een slechte naam bezorgt, terwijl zij zelf slechts verantwoordelijk zijn voor een fractie van het aantal doden onder burgers. Uit VN-rapporten blijkt steeds weer dat het leeuwendeel daarvan door de Talibaan wordt veroorzaakt.

Het versterkt het gevoel bij veel Amerikanen en hun bondgenoten dat hun strijd in Afghanistan uitzichtloos is.