Zuid-Afrikaanse mijn 'al jaren een massagraf'

Twintig mijnwerkers kwamen vorige week om in de notoire Grootvlei-mijn in Zuid-Afrika. Een reddingsactie kwam niet op gang. ‘Voor mijnbedrijven zijn we natuurlijk dieven.’

Met een dreun kwam het plafond van de tunnel naar beneden. „En mijn broer lag er precies onder”, stamelt Johannes Sithole. Het was een gruwelijk gezicht. „Zijn benen zaten vast onder het rotsblok. Hij bloedde dood waar ik bijstond.” Hulp halen kon niet, zegt de 36-jarige Zimbabweaan op het zanderige plaatsje voor zijn golfplaten huurhut. „Dan zou ik gearresteerd zijn.”

Sithole verdient zijn geld als mijnwerker. Hij is niet in dienst van een van de grote Zuid-Afrikaanse goudbedrijven, maar werkt voor zichzelf. Een zama-zama noemt men hem hier, Zulu voor ‘gelukzoeker’. Hij is een van de naar schatting tienduizenden illegale mijnwerkers die in Zuid-Afrika permanent onder de grond actief zijn. Via de schachten van uitgeputte of verlaten mijnen krijgen ze toegang tot mijnen waar nog wat grammetjes goud te halen zijn.

Vorige week maandag, het was net licht, gingen Sithole en de andere mannen op pad. Vanuit de krottenwijk Lindelani, middenin het omgewoelde maanlandschap ten oosten van Johannesburg, wandelden ze een paar kilometer richting de open groeve ‘Van Rhijn’, een in de jaren vijftig buiten gebruik genomen goudmijn. Tussen een paar rotsblokken klommen ze in een duister gat, net groot genoeg om slanke Zimbabweanen toegang te geven tot het ondergrondse gangenstelsel.

„Wat er precies gebeurde weet ik nog steeds niet. Ik denk dat mensen die in een gang boven ons aan het werk waren met explosieven een stuk rots wegbliezen. Dat stuk rots kwam bij ons terecht”, dicteert Sithole in staccato. Nerveus schuift hij de rits van zijn blauwe stofjas heen en weer. „Zeker twintig” van zijn kompanen kwamen aan de verkeerde kant van het rotsblok terecht, zegt hij. De meeste waren waarschijnlijk op slag dood, maar zeker weet niemand dat. „Ik kon wegkomen. Maar mijn broer zie ik nooit meer terug.”

Dinsdagmiddag slaat de familie van een van de mijnwerkers toch alarm. Eén zwaargewonde man wordt uit de mijn gevist. Maar een echte reddingsoperatie komt niet op gang. „Voor de mijnbedrijven zijn we natuurlijk gewoon dieven”, zegt Edward (24), een jonge illegale mijnwerker, ook uit Zimbabwe, bij de entree tot het gangenstelsel.

Niemand voelt zich voor de illegaal in Zuid-Afrika verblijvende Zimbabweanen verantwoordelijk. „Ik ken de risico’s”, zegt Edward geïrriteerd. „Maar ik moet toch ook eten?”

Keiharde cijfers over illegale mijnbouw in Zuid-Afrika zijn er niet. De Zuid-Afrikaanse Mijnkamer, de bedrijfsorganisatie waarvan de meeste mijnbedrijven lid zijn, schat dat jaarlijks voor zo’n 500 miljoen euro aan goud en andere metalen uit oude en werkende mijnen gestolen wordt. De hoge goudprijs maakt de handel steeds lucratiever. De zama-zama’s komen vaak uit Zuid-Afrika’s veel armere buurlanden Zimbabwe, Mozambique en Lesotho. Hoe vaak het fout gaat, weet niemand. „Regelmatig vinden we lichamen onder de grond. Maar de meeste incidenten komen nooit naar buiten”, zegt een medewerker van een mijnbedrijf ten oosten van Johannesburg.

Een ongeluk in 2009 vestigde na lange tijd weer de aandacht op het probleem. Toen kwamen 82 illegale mijnwerkers om bij een brand in een mijn van Harmony Gold in de Vrijstaat-provincie. Ze opereerden in opdracht van misdaadsyndicaten die ze van explosieven, voedsel en gereedschap voorzagen. Politieagenten en oud-medewerkers van de mijn zaten in het complot en verschaften tegen betaling toegang tot de gangenstelsels. Dat was ook hier in Daveyton het geval, zegt Musa Mathebula van het buurtcomité voor veiligheid. „Met een corrupte politie kun je dit probleem moeilijk aanpakken.”

Dat het ongeluk van afgelopen week de krant wél haalde heeft te maken met de plek waar de instorting vermoedelijk plaatsvond. Vanuit de Van Rhijngroeve kwamen Sithole en de andere mannen namelijk terecht in de onstabiele gangen van de notoire Grootvlei-mijn, tot onlangs omstreden eigendom van Khulubuse Zuma, neef van de huidige Zuid-Afrikaanse president, en Zondwa Mandela, een kleinzoon van de voormalige president. Vakbonden verwijten de twee prominente zakenmannen dat ze het bedrijf tot de grond toe gestript hebben, waardoor vele legitieme mijnwerker hun baan verloren en de illegale operaties konden floreren. In 2010 kwam de mijn in het nieuws toen beveiligers vier illegale goudzoekers doodschoten. De mijn, nu in liquidatie, is „al jaren een massagraf”, zegt Gideon du Plessis van vakbond Solidariteit.

Vrijdagmiddag, bijna vijf dagen na het ongeluk, arriveert een team bij de groeve om te kijken of er nog overlevenden zijn en of de lichamen uit de mijn te halen zijn. De Mijnkamer betaalt het onderzoek. „Niet omdat we verantwoordelijk zijn”, haast de woordvoerder zich te zeggen, „maar om humanitaire redenen.”

Na een uurtje zoeken concluderen de reddingswerkers dat het te gevaarlijk is om de slachtoffers boven te halen. „Na het weekend sluiten we dit toegangspunt af”, zegt de woordvoerder. Edward: „Dan nemen we voortaan een andere ingang.”