Vooral van de Walen mocht Leopold terug

Volgens de Nieuwe Rotterdamse Courant was de vraag eigenlijk te moeilijk voor de Belgen: op 12 maart 1950 konden ze zich in een volksraadpleging uitspreken over de terugkeer van koning Leopold III. Hij weigerde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog om met de regering mee te gaan naar Londen en liet zich krijgsgevangen maken. Op eigen verzoek had hij daarna een ontmoeting met Hitler. Want die zou, dacht Leopold, wel eens heel lang aan de macht kunnen blijven.

Wilden de Belgen zo’n koning terug? De NRC had op 11 maart 1950 een lange politieke analyse over de ‘koningskwestie’. Volgens Leopolds tegenstanders dacht de koning al in 1940 dat de oorlog voorbij was en koos hij voor toenadering tot Duitsland. Maar Leopold zelf had gezegd dat hij als opperbevelhebber bij zijn troepen moest blijven.

Dan was er dus „in zeer sterke mate een probleem van morele aard”, schreef de NRC. En: „Men kan zich dan indenken dat het grote publiek moeilijk de juiste weg ter beoordeling weet te vinden.” De krant herinnerde de lezers eraan dat de Belgische ministers ook niet snel hadden besloten over een regering in ballingschap. „Het heeft maanden geduurd vóór een deel van het kabinet in Engeland terecht kwam.”

Een dag later stemde 57 procent voor Leopolds terugkeer. De NRC begreep hoe lastig die voor Leopold weinig overtuigende uitslag was. De krant kreeg gelijk: Leopold liet, na zware druk, het koningschap over aan zijn zoon Boudewijn. Pas laat in de analyse wees de krant op de scheidslijn die door België liep. De Vlamingen hadden massaal voor Leopold gestemd, de Walen tegen.

Nu zijn het vooral de Franstaligen die vóór het (Franstalige) koningshuis zijn, als een van de weinig symbolen die België over heeft voor de eenheid van het land.