Viraal gaan, trending zijn

Volgens de Grote Van Dale betekent viraal ‘van de aard van een virus, daarop betrekking hebbend of daardoor veroorzaakt’. Zo wordt dit bijvoeglijk naamwoord meestal ook gebruikt in publicaties over virale aandoeningen, infecties of ziektes.

Maar een paar jaar geleden is er een nieuwe betekenis bijgekomen, uit het Engels. De Grote Van Dale nam in 2008 het oorspronkelijke, Engelse woord op. Een viral, schreef dit woordenboek toen, is een ‘marketingboodschap of advertentie die zo interessant is, dat mensen die er kennis van hebben genomen, haar doorsturen aan hun eigen contacten, waardoor de boodschap zich in korte tijd als een virus verspreidt’.

Vorige week hebben we, overtuigender dan ooit, kunnen zien hoe succesvol dat kan zijn. De halfuur durende documentaire ‘Kony 2012’ werd op maandag 5 maart op internet gezet. Toen ik de film donderdagochtend bekeek, hadden er al 46 miljoen mensen naar gekeken. Aan het eind van de middag bleek de teller op 55 miljoen te staan, die avond op 57 miljoen. Inmiddels is de documentaire al ruim 73 miljoen keer bekeken. Mocht ooit een kwaadaardig virus zo snel om zich heen grijpen, dan is het snel gedaan met de mensheid.

We lezen al sinds 2007-2008 over virale marketing, maar ik heb stellig de indruk dat de nieuwe betekenis van viraal nu pas tot een breed publiek is doorgedrongen. Het virale filmpje, de virale video, ervoor zorgen dat iets viraal gaat dan wel viraal of trending wordt – we hebben het vorige week in talloze media kunnen horen en lezen, ook in deze krant. Zelf vind ik het een beetje aanstellerig klinken, maar ik heb niet zo een-twee-drie een goed alternatief. Hype heeft een andere gevoelswaarde (negatief), aanstekelijk is te zwak. Brekend nieuws dat viraal gaat of trending wordt, voor je het weet ga je het zelf gebruiken.

Bestaat er ook zoiets als virale taal? Ja, en Ronald Giphart heeft dat in 2000 mooi onder woorden gebracht in Ik omhels je met duizend armen. „Als iemand ziek raakt”, schreef hij, „wordt er ergens ongemerkt een blik nieuwe taal opengetrokken en komen woorden zich als ongenode gasten opdringen. Dit zijn virale woorden die niet meer weggaan, die zich nestelen in linguïstische systemen en zich oncontroleerbaar beginnen te vermenigvuldigen. Mijn moeder werd rolstoelafhankelijk en haar appartement drempelvrij. Ze werd haar eigen zorgcoördinator. Mijn moeder kreeg gezinshulp. En wijkverpleging. Die haar met een tillift naar de badkamer reden en haar dan een wasje gaven.”

Mij viel overigens op hoe gretig de media ‘Kony 2012’ bekritiseerden. Nuanceringen zijn altijd goed, maar ik heb vooral bewondering en respect voor dit initiatief. Ik keek met pubers die doorlopend naar filmpjes op internet kijken, maar niet als die over politiek gaan, laat staan over Afrikaanse politiek. Nu bleven ze een half uur (!) ademloos kijken en waren ze oprecht geraakt.

Was er de afgelopen week ook op taalkundig gebied iets trending? Zeker, zij het op kleinere schaal. Het bericht dat het woord fiets zou zijn afgeleid van het Duitse vize-pferd (‘surrogaatpaard’) leidde nog tot tientallen berichten. Eén daarvan bevatte een nieuwe datering. Sinds 1997 geldt een bericht in de Arnhemsche Courant van 28 april 1886 als de vroegste vindplaats voor het woord fiets, toen nog met een v gespeld („zij, die de taal maken, hebben de vélocipède viets gedoopt”).

Vorige week ontdekte de historicus Jan Dirk Snel het werkwoord vietsen in De Kampioen van augustus 1885 – acht maanden vroeger dus. Het komt voor in een column van een anonieme Amsterdamse publicist die opmerkt, nadat hij zich heeft beklaagd over roekeloos rijgedrag van een velocipedist in het Vondelpark: bescheiden mensen „zouden wel willen ‘vietsen’ maar ze durven niet”.

Echt viraal werd het niet, echt brekend is het evenmin, maar het is een stap.